vrijdag 27 juli 2018

Georges Perec – De dingen

Georges Perec schreef bijzondere boeken. Denk aan zijn roman ‘La Disparition’, waarin de letter e ontbreekt. Het boek is zelfs vertaald in het Nederland als ’t Manco. In ‘De Dingen’ uit 1965 ontbreken geen letters. Het verhaal gaat over Jérôme en Sylvie. Zij wonen in het naoorlogse Parijs. Zij studeren, hebben vrienden en zijn redelijk tevreden met hun tweekamerappartement. Het boek kent geen dialoog.


Perec hanteert zijn bekende stijl van opsommen en nauwkeurig beschrijven. Het streven van Jérôme en Sylvie om hun leven invulling te geven is de kern van het verhaal. Zij richten hun huis in met kasten, stoelen, platen en boeken. Zij hebben vrienden, waar zij eindeloos mee drinken en praten. Zij besteden aandacht aan hun maaltijden, wandelen door Parijs, gaan naar de film, enzovoorts. Hun leven is gevuld. Het werk dat zij doen – zij zijn los-vast enquêteurs bij reclamebureaus – bevredigt hen maar deels. Zij willen meer: een groter huis, meer mooie spullen en zinvolle invulling van hun leven. Zij willen niet in een vaste baan gezogen worden, geen huis buiten de stad met een forse hypotheek.

Het leven dat Perec beschrijft is eigenlijk heel gewoon. Jérôme en Sylvie hebben geen uitzinnige wensen. Op de achterflap van het boek staat dat het een schets is van de eerste luxe-generatie na de oorlog, maar het stel is niet inhalig of uit op macht of een dik betaalde baan. Wel zouden ze iets meer geld willen hebben. Regelmatig is het op. Zij gaan dan langs bij vrienden in hoop mee te kunnen eten. Het is geen armoede, maar krapte.

De vrienden zien zij steeds minder vaak. Zij krijgen vast werk, trekken weg, hebben zich vastgelegd. Uiteindelijk doen Jérôme en Sylvie ook een poging hun leven om te gooien. Zij verhuizen naar Tunesië, naar de stad Sfax: “hun eenzaamheid was totaal”. Na nog geen jaar keren zijn terug naar Parijs. Er is een welkomsfeest, de vrienden zijn er. Jérôme en Sylvie vertellen mooie verhalen over het land. Over de mislukking wordt gezwegen.

Dit gewone verhaal is eigenlijk buitengewoon. Dat komt natuurlijk allereerst door de stijl van Perec. Het eindeloos beschrijven, met telkens terugkerende elementen zoals de inrichting van hun huis, werkt hallucinerend. ‘De dingen’ is overigens een uitstekend boek om hardop voor te lezen. Alle handelingen en verlangens van Jérôme en Sylvie worden op dezelfde toon omschreven en hierdoor platgeslagen. Er is geen rangorde in de dingen. Je krijgt een uiterst kaal zicht op het menselijk bestaan. Daarbij komt dat Perec de lezer voortdurend geruststelt. Maar het is de geruststelling van een stewardess in een neerstortend vliegtuig.

Na de beschrijving van hun zomeravondwandeling door de stad, waar een immense verveling uit spreekt, belandden zij in een restaurant. “Gezeten aan die opgediende tafel hadden zij het gevoel van een perfecte synchronie: zij waren in volmaakte harmonie met de wereld, zij baadden erin, zij voelden zich er op hun gemak, en zij hadden niets te vrezen.”

Jérôme en Sylvie zijn niet ongelukkig, maar ook niet gelukkig. Zij kennen geen honger of echte armoede. Zij zijn niet ziek en worden niet onderdrukt. Wat zij voelen is moeilijk te benoemen: het is een verlangen naar meer, naar overvloed. En het is de behoefte om ergens deel van uit te maken.  Perec weet deze leegte fantastisch te omschrijven. Voor lezers die zijn werk nog niet kennen is ‘De dingen’ een uitstekende introductie.

“De vijand was onzichtbaar. Of liever gezegd, hij zat in hen, had hen aangevreten, vergiftigd en kapotgemaakt. Ze waren het kind van de rekening. Volgzame wezentjes, de getrouwe afspiegeling van de wereld die hen hoonde. Ze zaten tot hun nek in de taart waarvan zij alleen maar een paar kruimels zouden krijgen.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten