zondag 3 juni 2018

Martijn Neggers – Spoetnik

Ik zag Martijn Neggers voorlezen bij het literair podium Frontaal en wilde onmiddellijk ‘Spoetnik’ lezen. In het boek verhuist Joris van de Werff vanuit Amsterdam naar de Spoetnikstraat in Helmond. Als maatschappijleerdocent kwam hij nergens aan de slag, behalve op het Carolus Borromeuscollege in Helmond. Wanneer hij vlak na zijn verhuizing als enige in de negen-huizen-tellende straat de postcodeloterij wint is zijn isolement compleet.


Aan het begin van het boek schrijft Joris een brief waarin hij zijn verhuizing uitlegt. Gelukkig zal hij er niet worden, denkt hij, misschien tevreden. Maar je moet toch wat. “Ik kan je vertellen, van Amsterdam naar Helmond is een harde overgang. Helmond is lelijk, vies, de mensen stinken er en niemand spreekt er Nederlands. Laat staan dat ze weten hoe de trias politica in elkaar zit, of wie Betje Wolff en Aagje Deken zijn. Helmond is de open wond in het ontstoken been van Nederland. De ongebleekte anus van de Benelux. En dan reken ik Luik, Tilburg, Charleroi en Aarschot mee, kun je nagaan.”

De toon is hiermee gezet. Joris doet na de verhuizing zijn best zijn straatgenoten te leren kennen. Zij groeten niet eens terug. En als zij wat zeggen, verstaat Joris hen niet. De straat wordt bevolkt door werkeloze, achterdochtige PVV-stemmers. Buren zitten op een bankje voor zich uit te staren en roken de ene na de andere sigaret. Iedereen is fan van Helmond sport en heeft een grondige hekel aan alles wat uit Amsterdam komt.

Buurvrouw Sharmayne krijgt zeer regelmatig mannen over de vloer. De luidruchtige bedscènes zijn door de dunne muurtjes heen voor Joris goed te volgen. Theo, een andere buurman, heeft een hond Bulldoze. De twee zijn onafscheidelijk. Het beest zeikt bij voorkeur tegen de Kliko van Joris aan. Dan is er nog een mismaakt wijf in een scootmobiel. Uit de radio die zij op schoot heeft klinkt louter Nederlandstalige muziek. De volumeknop kent maar een stand: hard. Zij praat amper, maar stoot af en toe wat onverstaanbare klanken uit richting Joris.

Nu Joris de postcodeprijs heeft gewonnen keert de hele straat zich tegen hem. Hij wordt genegeerd, dan weer bedreigd, er wordt op de ramen gebonkt en hij wordt ’s nachts gebeld. De buurt vindt dat de prijs ook hen toebehoord. Joris trekt zich meer en meer terug in huis. Op school voltrekt zich hetzelfde patroon van uitsluiting. De kinderen zijn etters, het hoofd van de school is een lul, het lesgeven een hel. Joris kan geen orde houden.

De gebeurtenissen in de straat en op school wisselt Neggers af met brieven die Joris schrijft en met interviews met enkele hoofpersonen uit het boek. In het eerste deel wordt bijvoorbeeld Gaston van de postcodeloterij, geïnterviewd. De prijsuitreiking aan Joris was geen succes. Het regende, de buurt ontving de showman met de nodige agressie en Joris juichte niet spontaan.

Het leven van Joris verandert langzaam in een hel. Hij zit steeds vaker stil op zijn bank. “Een paar minuten lang kijkt hij voor zich uit. Gewoon maar wachtend, wachtend hoe de tijd verstrijkt.”  Heeft hij spijt door hier te gaan wonen? Hij weet het niet. Later verzucht hij. “Als je maar lang genoeg doorgaat met leven, eindigt alles kut.”

Op driekwart van ‘Spoetnik’ dacht ik dat er wel wat moest gebeuren in het verhaal. Ik werd op mijn wenken bediend. Neggers zorgt naar het einde toe voor een aantal verrassende ontwikkelingen.

‘Spoetnik’ is een uiterst humoristisch boek. Je leert eruit dat mensen vreselijke wezens zijn en dat mensen die in Helmond wonen nog een graadje erger zijn. De Spoetnikstraat bestaat echt. Ik las dat de bewoners beledigd waren. Die hebben de humor van het boek vast niet begrepen. Theo Maassen gaat ‘Spoetnik’ verfilmen. Alleen de lach op zijn mond bij foto van het persbericht zorgde ervoor dat ik reikhalzend uitkijk naar de film. ‘Spoetnik’, lees dat boek!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten