woensdag 22 april 2026

Arnon Grunberg – Het aanwezige been


 

Er zijn schrijvers die ieder jaar wel een goed boek uitbrengen, maar die ik toch te weinig lees. Arnon Grunberg is zo’n schrijver. Deze onlangs verschenen verhalenbundel bevat verhalen die hij schreef vanaf 2013; de meeste zijn eerder verschenen in tijdschriften of als bibliofiele uitgaven. Zijn personages hebben meestal het beste met de wereld voor, maar schieten uiteindelijke tekort in wat zij willen bereiken. Het levert hilarische situaties op maar ook rampen liggen op de loer. Lees je alle verhalen achter elkaar, zoals ik deed, dan bekruipt je meer en meer een gevoel van zinloosheid.


Grunberg verstaat de kunst om je snel een verhaal in te trekken. Hij doet dit vaak door in de eerste regels de bijzonderheden van zijn hoofdpersoon meteen op tafel te leggen. Naast de naam, geslacht of leeftijd van een personage kan het een kind zijn dat gestopt is met praten of een man die zichzelf niet eerder als sekstoerist zag. Als hij begint met een hoestende advocaat die zegt dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken, omdat het hoesten het gevolg is van dertig jaar roken, dan weet je als lezer dat de mensen tegen wie hij dit zegt zich juist wel zorgen moeten gaan maken. Als schrijver moet je een balans vinden tussen de lezer te veel en te weinig informatie geven. Zelf vind ik het vermoeiend als een schrijver zijn personages in een kort verhaal schimmig introduceert en je pas aan het einde echt weet wie wie is. Dit kan een mysterieuze sfeer oproepen, maar de echte spanning ontbreekt dan. Grunberg is een meester in het vinden van de juiste balans hierin.

 

Hij weet dit goed te combineren met humor die vaak zit in overdrijvingen, obsessies en paradoxen. Zo begint het verhaal Trappenkunde met twee mensen die op weg zijn naar de zevenennegentigjarige Friedricht Mielke, oprichter van het Gesellschaft für Treppenkunde om hem te interviewen. De twee delen hun fascinatie voor trappen. Bouwkundige Barbara beweerde ooit ‘De trap is meer dan een noodoplossing voor een niet-functionerende lift. De trap is het leven, de trap is het zijn.’ Alexander leert haar kennen tijdens een workshop. Bij het etentje na afloop verklaart hij dat de trapleuning de erogene zone van het trappenhuis is. De twee lijken voor elkaar bestemd, niet verwonderlijk dat zij samen op weg zijn om de godfather van de trappenkunde te interviewen. 

 

Natuurlijk loopt het verhaal anders af dan je verwacht, zoals in bijna alle verhalen. Mooi is dat Grunberg dit aangeeft, maar niet precies de afloop beschrijft. Zo vlucht in een ander verhaal een middelbare vrouw met een baby uit een oorlogsgebied. Zij gaat tegen alle adviezen in naar het vliegveld en komt in een mensenmassa terecht. Daar stopt het verhaal. Zo is een lerares zich ervan bewust dat zij een grens heeft overschreden. Je begrijpt haar, maar ook weer niet en er zal zeker een straf volgen, waarvan zij vindt dat zij die verdiend heeft. Over de uitvoering van de straf lees je niets. In een ander verhaal verhuist een gezin naar een stadje. Het stel sluit vriendschap met een echtpaar in de buurt dat het perfecte gezin lijkt te zijn. Inderdaad, lijkt te zijn. 

 

Misschien is dat wel een thema in al deze verhalen: vermeende perfecties en goede bedoelingen leiden tot mislukkingen of zelfs een tot fatale afloop. Je kunt het de menselijke conditie noemen. Grunberg laat zijn verhalen spelen in verschillende landen en tijden - soms in een onbekende, toekomstige tijd - zijn personages zijn kinderen, vrouwen, mannen, mensen met diverse seksuele voorkeuren, maar het verlangen en het falen, het juist op het verkeerde moment het verkeerde doen is een constante in deze bundel.

Geen opmerkingen: