donderdag 29 februari 2024

Teun van de Keuken – Goed volk


 

Teun van de Keuken ken ik een beetje van televisie maar vooral van zijn podcasts met Gijs Groenteman en met Yvette van Boven. Hij is een man die makkelijk vertelt over zijn persoonlijke eigenaardigheden, die denk ik binnen het autistische spectrum vallen. Een voorbeeld hiervan is zijn extreme behoefte aan structuur en zijn reactie die grens aan een paniekaanval als hij ergens te laat dreigt te komen. Zo had hij zich laatst vergist in het aanvangstijdstip voor het opnemen van een podcast met Gijs. Hij was een kwartier te laat en de hele uitzending bleef hij van slag. In Goed volk schrijft hij over zijn jeugd in Amsterdam in de jaren zeventig. 

 

Teun groeide op in een links milieu. Zijn vader was de bekende filmmaker Johan van der Keuken. Het gezin, met moeder en twee oudere broers, woonde op een eenvoudige etage en Teun ging naar een school in de buurt waar ook arbeiderskinderen heengingen. Vooral zijn vader verafschuwde alles wat naar luxe neigde. Merkkleding werd niet gedragen, naar plat televisievermaak keek men niet en het zuurdesembrood kwam van de macrobiotische winkel. De Albert Heijn die op een gegeven moment in de buurt een zaak opende werd gemeden. Als zijn moeder er toch een keer iets kocht, moest zij via een omweg naar huis om alle buurtwinkels waar zij normaal kocht te vermijden.

 

Hij groeide vrij op en mocht eigenlijk alles, als hij maar niet toegaf aan de verleidingen van consumptiemaatschappij. Uiteraard verlangde Teun hier zeer sterk naar. Het ergste wat je als kind kan overkomen is anders zijn dan de rest. Eerst speelde hij met een zielig jongetje uit een nog alternatiever gezin dan de Keukens. De enige manier om aansluiting bij de leuke kinderen uit de klas te krijgen was breken met deze jongen. Hij wordt vervolgens voor feestjes uitgenodigd en trekt op met jongens die op jonge leeftijd al blowen en winkeldiefstallen plegen. Hij gaat hierin mee. Van de Keuken schrijft erover op een luchtige manier en is zeer open over zijn eigen, soms niet zo mooie rol hierbij.

 

De vrijheid in de jaren zeventig had positieve kanten. Je werd snel volwassen. Het was heel normaal om als jong kind op straat rond te zwerven tot het etenstijd was. Ouders hadden geen idee waar je uithing. De nadelen liggen voor de hand, je kon makkelijk aan lagerwal raken in een stad die in die tijd langzaam door junks werd overgenomen. De morele superioriteit die zijn ouders uitstraalden - gesprekken tussen volwassenen in huize Van de Keuken gingen altijd over politiek en als iemand een afwijkende mening had ontstond er al gauw ruzie - duwde de kleine Teun juist de kant op die zij niet wilde dat hij opging. Teun van de Keuken laat dit heel mooi zien in deze autobiografie van zijn jeugd. Zijn stijl is toegankelijk en het tempo van vertellen ligt hoog. Tot slot een voorbeeld om te laten zien hoe ver de werelden van zijn ouders en van hem en zijn vrienden uit elkaar lagen. Teun wilde natuurlijk heel graag merkkleding. “Dit soort materialisme ging regelrecht in tegen het wereldbeeld van mijn ouders. Dat merkkleding ook het verschil kon betekenen tussen er wel en er niet bij horen, tussen wel en niet gepest worden, was voor mijn ouders geen argument om zo’n trui, jas of schoen toch te kopen. Júist niet. Dit toonde alleen aan dat het systeem niet deugde en de maatschappij, ook die van kinderen, verrot was. Daar moest je niet aan toegeven, daartegen moest je in verzet komen”

Geen opmerkingen: