zondag 4 juni 2017

Eva Meijer – Het vogelhuis

Ik had nooit van Len Howard gehoord. Zij leefde van 1894 tot 1973 en onderzocht vogelgedrag op een manier die toen niet gebruikelijk was. Eva Meijer beschrijft in deze roman haar levensgeschiedenis en probeert haar motieven te verbeelden. Over het leven van Len Howard is weinig bekend. Eva Meijer vermengt in ’Het vogelhuis’ bekende feiten over haar leven en haar werk met fictie. Het resultaat is een ontroerende roman over iemand die zich terugtrekt uit de wereld om te onderzoeken wat haar het liefst is. Zij loopt hierbij tegen vooroordelen uit de biologische wetenschap op.


De roman is opgezet in fragmenten, gekoppeld aan een jaar. Bijna geheel chronologisch volgen we het leven van Len Howard. In 1900 is zij een jong meisje. De familie is rijk en woont op het Engelse platteland. Haar vader is een succesvol dichter, haar moeder is vooral moeder. Gwendolen (of Lennie) heeft een paar zussen en broers, die allen getalenteerd zijn. Er wordt gemusiceerd en haar vader heeft veel belangstelling voor vogels. Van jongs af aan leert Lennie omgaan met mezen en andere vogels. Muziek is haar passie. Later zal zij naar het conservatorium in Londen gaan en een carrière als violiste krijgen.

De chronologie in het boek wordt afgewisseld met observaties van met name mezen. Ster is een belangrijke vrouwtjesmees waar de passages naar vernoemd zijn. Deze passages vormen achter elkaar een beschrijving van een mezenonderzoek. Een van de nieuwe dingen die Len doet in haar onderzoek is dat zij de vogels ziet als individuen. Zij geeft ze namen en ziet per individu soms heel ander gedrag. Ster is in staat om het aantal tikken dat zij geeft exact te herhalen. De meeste soortgenoten kunnen dit niet. Sommige mezen zijn nieuwsgierig, anderen zijn bang. De ene mees beschermt haar territorium fel, de andere is meer gelaten.

De gangbare opvatting in de wetenschap in haar tijd was dat instinct volledig het gedrag van dieren bepaalt. Hoe bijvoorbeeld een mees reageert op de omgeving kun je waarnemen en beschrijven, maar je mocht nooit iets zeggen over de beweegredenen, het innerlijk van een mees. Dat was van geen waarde, als het al bestond.

Deze opvatting is nu grotendeels losgelaten. Het onderzoek van Frans de Waal, naar o.a. apengedrag, heeft hier veel aan bijgedragen. Maar ook biologen uit de tijd van Howard, zoals Niko Tinbergen en Konrad Lorenz dachten en werkten in die richting. Het ‘nadeel’ van Howard was dat zij geen academische opleiding had. Bovendien was zij een vrouw: toen, en soms nog steeds, een reden om in de wetenschap niet helemaal serieus genomen te worden.

Met de fragmenten waarin Meijer het leven van Howard beschrijft komt de hele twintigste-eeuwse geschiedenis voorbij. In de Eerste Wereldoorlog wordt een broer vermist in Frankrijk. Later wordt de familie getroffen door de economische crisis en in de Tweede Wereldoorlog wordt Londen gebombardeerd en is het eten schaars en op de bon. Len is dan al verhuist naar een huis op het platteland. Zij heeft haar muzikale carrière afgebroken ten gunste van haar vogelonderzoek.

Dit terwijl zij veel plezier had in musiceren. “Het spelen verveelt mij niet, het zijn de mensen.” Soms overviel de twijfel haar: ”ik blijf een vrouw in een kamer met een stuk hout in haar handen.”

Het vogelhuis ligt afgelegen en Len ontvangt zo min mogelijk bezoek. Zij wint het vertrouwen van de vogels die ongestoord haar huis binnenvliegen, heel anders dan de vogels in een laboratorium die met elektrische schokken een kunstje wordt geleerd. “Ze gedragen zich dan anders. De vogels die bij ons thuis kwamen waren veel slimmer dan uit dit soort onderzoek blijkt.”

Len experimenteert alleen binnen de omgeving van haar huis. De proeven met Ster behandelt Meijer in korte intermezzo’s. Ster was intelligent en had inzicht, maar tikte niet alleen als er een beloning tegenover stond. Zij vond het gewoon leuk om te doen.

In het vogelhuis leeft Len jaar in jaar uit. Haar wereld is kleiner als je kijkt naar de mensen waarmee zij omgaat. Haar moeder en andere familieleden ziet zij zelden. Zij schrijft een aantal boeken en krijgt media-aandacht wanneer zij actie voert tegen een vakantiepark dat gepland staat naast haar tuin. Soms komt er een redacteur, journalist of student langs. Meestal maken zij te veel beweging en jagen zij de vogels weg.

Een student vraagt naar het spreken met en begrijpen van vogels. “Zij spreken net zo goed. Met hun stem, hun lichaam, hun bewegingen. Bovendien is mensentaal geen garantie voor begrip. Woorden kunnen verdoezelen, bedekken, lang nadat je ze hebt uitgesproken ineens een eigen leven gaan leiden.”


Met ‘Het vogelhuis’ heeft Eva Meijer een buitengewoon originele roman geschreven. De vermenging van levensgeschiedenis en vogelonderzoek heeft zij prachtig gedaan. Ik ben zeker van plan de boeken van Len Howard te gaan lezen. In de eerste hoofdstukken moest ik even wennen aan haar taalgebruik. Vooral de dialogen zijn kortaf en zonder veel opsmuk. Maar snel zat ik helemaal in het verhaal. Juist de observaties van vogels in vergelijking met mensen leveren de mooiste citaten op. Tot slot hier een voorbeeld van: “Mensen zien de andere dieren niet goed omdat ze zichzelf zo belangrijk vinden – hun gedrag heel nauwkeurig beschrijven zou ze al in een ander licht stellen.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten