donderdag 8 december 2016

A.F.Th. van der Heijden - Kwaadschiks

Met slechts 250 pagina’s was ‘De helleveeg’ een tussendoortje in de cyclus ‘De Tandeloze Tijd’. ‘Kwaadschiks’ is een serieuze aanvulling. Dit zevende deel beslaat 1280 pagina’s. Bekenden uit de cyclus duiken op in het verhaal: Albert Egberts en de advocaat Ernst Quispel. Hoofdpersoon in dit drama is de psychopaat Nico Dorlas. We volgen hem gedurende één dag, waarin hij ten onder gaat en probeert de mensen om hem heen daarin mee te nemen. 

De eerste zin van ‘Kwaadschiks’ luidt: “Er is geen geluid bij.” Dorlas en Quispel kijken in een verhoorkamer naar de beelden van een begrafenis. Geluid en stilte spelen een prominente rol in het levensverhaal van Dorlas. Hij zoekt de stilte maar brult er zelf voortdurend overheen. Hij beroept zich op zijn zwijgrecht – of zwijgplicht – maar kan zichzelf er nauwelijks toe brengen zijn mond te houden.

De vrouwen die zich aan hem bonden schreeuwde hij toe. Wanneer ze van hem weggingen bleef hij hen uitschelden, stalken en belagen. ’s Nachts valt Dorlas na een grote snurk vaak stil. Zijn adem stokt. Overdag is hij doodmoe. Met een apneumasker lukt het hem zijn slaap te reguleren en krijg hij voldoende adem om overdag weer te kunnen schreeuwen.

Dorlas werkt op een reclamebureau. Hij is een oudgediende, maar presteert niet zo best meer. Zijn baas heeft genoeg van hem. Met name zijn drankgebruik dat alle perken te buiten gaat baart hem zorgen. Door zijn alcoholisme is hij meerdere keren met de politie in aanraking gekomen. Hij beledigt agenten, verzet zich en slaapt zijn roes uit. Topadvocaat Quispel, een tv-persoonlijkheid inmiddels, lukt het keer op keer om hem met een lichte straf vrij te krijgen. Het zijn geen vrienden, maar Quispel voelt zich wel tot hem aangetrokken. Hij ziet het misschien als een uitdaging. Eens verkrachtte Dorlas een prostitué en kwam terecht in het Pieter Baancentrum. De diagnose: een theatrale persoonlijkheid met narcistische trekken.

Zijn huidige vriendin heet Desy. Zij heeft een slimme, maar licht autistische zoon van veertien jaar: Hemmo. De ruzies die Dorlas uitvecht met Desy zijn verschrikkelijk. Zij besluit bij hem weg te gaan. Vandaag is die dag aangebroken. Uiteraard verzet Dorlas zich. Op deze dag volgen wij de psychopaat met verlatingsangst. A.F,Th. Van der Heijden beschrijft hem van binnenuit. Je zit in zijn hoofd.

Het mooie hiervan is dat je als lezer de ene keer meer weet of denkt te weten dan Dorlas zelf weet. Hij twijfelt vaak aan wat hij ziet of meemaakt of is door zijn alcoholroes dingen vergeten. Als lezer weet je op zo’n moment meer dan hij weet. Een andere keer ontbreekt er juist informatie die de schrijver niet direct met de lezer deelt. Het verhaal is grotendeels chronologisch, met wat uitstapjes naar de jeugd van Dorlas, maar het maakt soms een klein sprongetje. Je leest bijvoorbeeld dat hij Desy een dreigbericht stuurt. Later wordt duidelijk dat hij er een hele reeks gestuurd heeft.

Aanvankelijk denk je dan nog dat zijn gedrag meevalt. Maar al verder lezend blijken handelingen eerder in het verhaal erger dan Dorlas ze heeft  voorgesteld. Desy belt met de politie. We komen los uit het hoofd van Dorlas. De telefonist herkent de stem en weet al hoe laat het is. “Een gevalletje verhaal kwijt moeten.” Of is er deze keer molest in het spel. Drank is dat zeker.

Dorlas is een onbetrouwbare verteller, maar ook een egocentrische optimist. Zijn rijbewijs is in beslag genomen. “Zo meteen  op het politiebureau zou het een misverstand blijken. Een paar slokken wodka, de moeite niet.” Daarna hoopt hij met zijn auto naar huis te kunnen. Desy zal hem weer liefdevol opwachten.

Ik zal hier verder niet te veel over de inhoud van ‘Kwaadschiks’ vertellen. Het verhaal wordt steeds beklemmender. Je weet dat er van alles mis moet gaan, maar het verloop is niet te voorzien. Er zitten in het hele boek steeds nieuwe onbekende factoren, ontbrekende puzzelstukjes. Toch is het thriller-element niet de grootste kracht van het verhaal. Dit is het onafwendbare noodlot en alle gekte die zich hierbij in het hoofd van Dorlas afspeelt. Het ene ongeluk lokt de volgende ramp uit, enzovoorts, enzovoorts. Het houdt niet op.

“Omdat het ongeluk een wanhopig gezelschapsdier is, dat altijd andere ongelukken om zich heen moet hebben. Om zich samen nog ongelukkiger mee te feesten”  Meteen na deze gedachte denkt Dorlas dat hij Desy moet ophalen en dat zij met hem mee zal gaan. Hij leeft tot het laatst in de veronderstelling dat alles goed komt, alsof het gezin nog bestaat en alsof hij geen misdaden heeft gepleegd. “Je reinste overmacht”, noemt hij een door hem gepleegde gewelddaad.

De oorzaken van het gedrag van Dorlas zijn deels te vinden in zijn jeugd. Zijn verlatingsangst is extreem. Deze angst geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor kleding of voor huizen, en natuurlijk voor de roes. Zo is ook zijn zwijgplicht, waar hij zich zelden aan kan houden, terug te voeren op zijn jeugd en de verhouding tussen zijn altijd ruziënde ouders.

Van der Heijden verwoordt op vele manieren de destructieve gedachten in het hoofd van Dorlas: “buiten de veilige beslotenheid van zijn huis wachtte het ongeluk, en daar zou hij alles kapotmaken wat er maar kapot te maken viel.”

Goed zijn ook de vele passages over zijn drankgebruik en de ideeën die Dorlas hierover heeft. “Het verraderlijke van wodka was dat het de drinker de indruk gaf helderder te kunnen denken dan in nuchtere staat. Alle andere dranken vertroebelden de geest, alleen wodka werkte als kruipolie op het vastgeroeste brein, en maakte de weg vrij voor de wederopstanding van een messcherpe logica.”

Met ‘Kwaadschiks’ heeft A.F.Th. van der Heijden een fenomenale roman toegevoegd aan ‘De tandeloze tijd’. En er staan weer een paar nieuwe delen aangekondigd. Mijn enige kritiekpunt is dat hij het politieapparaat parodieert en hier soms wat in doorslaat. Daarbij zijn de gesprekken tussen agenten onderling, hun taalgrapjes en dergelijke,  soms wat te flauw. Maar deze slapstick vormt misschien juist een mooi contrast met de mateloze gekte van Nico Dorlas.


Het verhaal van Dorlas is gebaseerd op een werkelijke misdaad. Dit is een methode die Van der Heijden vaker toepast: dramatische gebeurtenissen uit de actualiteit omvormen tot een grootse roman. In het boek zelf worden de gebeurtenissen ook bewerkt tot een theaterstuk. Quispel zegt hierop: “Alle grote verhalen vinden vroeg of laat hun weg naar de kunst.” Lees ‘Kwaadschiks’!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen