zondag 1 maart 2015

Erik Jan Harmens – Hallo muur



'Hallo muur' werd de afgelopen tijd alom geprezen. Het boekenpanel van DWDD bombardeerde het in januari tot boek van de maand: eerlijk en oprecht werd het genoemd.


‘Hallo Muur’ gaat over een veertiger die terugkijkt op zijn leven als alcoholist. Hij praat tegen een muur. Sinds een paar jaar staat hij droog en het gaat beter met hem. Zijn vrouw is weliswaar bij hem weg, maar hij heeft nog contact met haar en de kinderen.

In korte hoofdstukken schetst Erik Jan Harmens – ik ga ervan uit dat het allemaal autobiografisch is - zijn vorige leven: chronologisch, met sprongen naar het heden.

In deel 1 beschrijft hij zijn opgang. Hij is jong en het drinken is leuk. Van studeren komt niet veel terecht, hij maakt weleens ruzie en er gaat een vriend dood, maar hij handhaaft zich in het leven. Aan het einde van deel 1 is hij erkend als dichter. Hij heeft en vaste baan, is getrouwd met Liene en wordt vader.  

Daarna volgt de neergang in deel 2, die begint met de wens om te stoppen met drinken. “Ik ben opgelucht dat ik dit besluit genomen heb, kijk nog even bij Sara, kus Liene op haar haar en drink een paar glaasjes whisky en daarna een paar glaasjes cognac; niet omdat ik die combinatie lekker vind, maar zo gaat de aandacht niet uit naar het leegraken van één enkele fles.”

Hij  zoekt uiteindelijk hulp. Bij de intake geeft hij aan wat hij drinkt, verminderd met de helft. De therapie werkt slechts tijdelijk. Na een terugval komt hij weer voor een intake. Hij heeft een opgeblazen kop, geen conditie en steeds meer last van geheugenverlies. De drankexcessen zijn gênant geworden. Hij wordt soms wakker op plekken waarvan hij geen idee heeft hoe hij er gekomen is.

Bij de tweede intake biecht hij volledig op hoeveel zijn inname bedraagt. De hulpverlener schrikt er niet van, maar vertelt in vertrouwen dat er wel ergere gevallen binnen komen. Hij is verbijsterd: ergere gevallen, hij kan zich er geen voorstelling bij maken.

Nu slaagt hij er wel in om af te kicken. Gek genoeg heeft hij vrienden overgehouden, zijn moeder accepteert hem nog en zijn vrouw heeft hem ook niet volledige buiten haar leven gebannen. Dat maakt zijn redding mogelijk. Plus de wil om echt te stoppen. Hij gaat zelfs joggen. Ergere gevallen, die er volop rondlopen, schrijven meestal geen boek.

Na zijn volledige ontnuchtering kijkt hij anders naar de wereld om hem heen. “Ik loop over de gracht in Amsterdam en zie volle terrassen, met mensen die het glas heffen en lachen. Ik heb het idee dat zij het menen. Ze drinken en roken en hoesten geen bloed op. Ze hebben geen kanker, wel plezier.”

Het hele boek vraag je je af waarom hij zoveel moet drinken. Zijn jeugd, de scheiding, zijn alcoholische vader verklaren een hoop. Ook was hij al jong verslingerd aan drank. Hij vond het meteen heerlijk en wilde altijd maar meer. Hij leefde erop. Dan is er de  erkenning van vrienden en onbekenden: als groot drinker ben je in ieder geval iets.

Helemaal aan het eind van ‘Hallo muur’ komt Harmens met een laatste verduidelijking, die ik mij heel goed kan voorstellen.

“Soms verdraag ik de helderheid even niet. Dan is alles hard en scherp en wil ik een hand voor mijn ogen, of twee handen voor mijn oren, om het licht tegen te houden of de geluiden te verzachten. Na zeven Westmalle Tripel, of zelfs drie, is de wereld veel zachter. Mensen staan niet ineens voor je, maar doemen langzaam op vanuit de mist.”

‘Hallo muur’ is een zeer persoonlijk boek. Het is een goed boek, met hier en daar schitterende passages. Ik vind het geen overdreven fantastisch boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten