woensdag 27 november 2019

Asha Karami – Godface

Asha Karami’s debuut kreeg al veel aandacht. Dit zal ook te maken hebben met haar persoon. Naast dichter is zij jeugdarts, yogadocent en ringarts bij vechtsportgala’s. In haar biografie staat verder dat zij voor haar zevende jaar vier talen leerde en dat zij meerdere keren van naam veranderde. Ik hoorde een uitzending van Nooit meer slapen waar zij een uur werd geïnterviewd. Haar levensverhaal is bijzonder. Asha Karami is iemand met vele talenten. De vormgeving van Godface is buitengewoon geslaagd. Het boek voelt gewoon heel lekker aan.

Aan de binnenkant van het omslag staat de tekst te lezen: “Ik ga niet op zoek naar iets / Dat niet op zoek is naar mij“. Vaak zijn de personages in de gedichten die volgen inderdaad op zoek, maar dat klinkt nogal loos. Ik denk dat je beter kunt zeggen dat in de vijf afdelingen in de deze bundel Karami op zoek is naar een stijl. En dat hierdoor haar gedichten een enorme diversiteit vertonen.

Het openingsgedicht Wanhua (agitatie) begint met een reeks kort afgemeten series woorden: “plannen, Eye Yikes. / in de spiegel een nee, speelgoed en peuter / rode tint voor een uurrace. verandering. / geen zoekopdracht. maar er is hoop” In de uitzending van Nooit meer slapen vertelde Karami dat zij teksten uitkleedt en veel woorden schrapt, waardoor een gedicht heel compact en bijna onbegrijpelijk wordt.

De lezer krijg vaak geen kant-en-klaar verhaal. In een titelloos gedicht (althans in de inhoudsopgave heet het (1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12) geeft zij een demonstratie van dit weglaten. Bij elk nummer vertelt zij een verhaal over ‘haar’ geboorte, 34 jaar geleden. Per verhaal verandert de tekst. Zij gebruikt minder woorden. Bij nummer 7 verdwijnt de aanduiding 34 jaar, vanaf nummer tien resteren slechts losse woorden. 

Andere gedichten hebben dit uitbenen niet ondergaan en zijn verrassend helder en eenduidig, zoals ik leerde haar kennen bij de hema: “zij vleeswaren ik de fotoservice / alleen als ze praatte wist je dat er iets mis was / ze wilde iedereen groeten en lachte constant / ik kroop naar haar toe”.

Het weglaten van woorden heeft ook te maken met het niet willen overvoeren van de lezer. In een interview zegt Karami hierover: “ik merk dat je blik als lezer vaak een beetje troebel wordt als je te veel informatie krijgt.” Dit is mooi gezegd, maar het klopt van geen kant. Van gedichten waar zoveel informatie uit is weggelaten dat de betekenis de lezer wel moet ontgaan, word de blik juist troebel. Dat is niet erg, troebelheid zoals Karami die serveert is heel prettig.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid: veel zeggen en tegelijkertijd veel weglaten geldt ook voor Karami als persoon. De auteursfoto op de binnenflap is bijzonder. Het lijkt een kiekje van lang geleden, of misschien is het wel een tekening? De bijgeleverde  bio zit vol informatie en is fascinerend, maar roept meteen een heleboel vragen op. Hoezo drie keer van naam veranderd? Kortom, Asha Karami is er denk ik op uit de lezer op het verkeerde been te zetten. Dat is helemaal niet erg. Ik laat mij graag op het verkeerde been zetten, zolang er maar mooie poëzie bij klinkt.

Tot slot een stukje uit het gedicht op het dak verlang ik mij scheel

ochtend flets 
tongschraper
raam vulgair open
ik spoel mijn mond met azijn

de toekomst binnen handbereik
van voorspellers blijf ik ver
speciale gaven heb ik niet
zichtbaarheid noch prestige

Geen opmerkingen:

Een reactie posten