zondag 19 oktober 2014

Inez Weski – De jacht op het recht




Inez Weski is een bijzondere verschijning. De advocate uit Rotterdam is altijd in het zwart gekleed en heeft de ogen zwaar opgemaakt.


In ‘De jacht op het recht’ doet zij verslag van haar werk en over alles wat haar bezighoudt. Dit is een hoop en het is meteen de makke van dit boek: waar gaat het eigenlijk over? Welk punt wil zij maken.

In het boek bespreekt zij de gang van zaken in het  Nederlands recht, de muren waar zij tegenop loopt en de fouten die er gemaakt worden. Ook vertelt zij over het huidige politieke klimaat in Nederland, over waarneming, over biologie (nogal simplistisch), over kunst en over architecten die Nederlandse rechtsgebouwen ontwerpen die niet gemaakt lijken om recht in te spreken.

Een belangrijk thema dat ik uit de vele onderwerpen vis is dat zij zich zorgen maakt – en terecht – over hoe tegenwoordig vanuit de politiek en het openbaar ministerie wordt omgesprongen met verworven grondrechten.

Het toegenomen staatstoezicht en de permanente inbreuk op de privacy van burgers is hier de uiting van. Rechten van gestraften, maar ook van verdachten, worden ingeperkt. Grondrechten zijn heel fragiel en moeten juist voortdurend beschermd worden.

Hier is in de huidige samenleving te weinig oog voor. De politiek ziet de advocatuur als een bedreiging, schrijft Weski. Terwijl de advocatuur juist kan bijdragen aan de versterking van onze grondrechten. Een rechtssysteem moet de zwakkere minderheid beschermen tegen de wil van de meerderheid. Een filosofische vraag die Weski opwerpt luidt daarom: “wie beschermt ons tegen de menselijke soort?”

De politiek heeft hele andere doelen. Een zaak snel rond krijgen en strenger straffen krijgen meer bijval. Nederland behoort binnen de Europese Unie inmiddels tot een van de zwaarst straffende landen.

Dit hoofdthema is zeer boeiend, maar wordt door Weski niet systematisch uitgediept. Het is jammer dat zij zelden verder ingaat op een zaak, wellicht vanwege de privacy van haar cliënten. Maar iets meer inhoud zou haar verhaal beeldender en sterker maken. Het steeds verwijzen naar lezingen die zij heeft gegeven en hieruit citeren draagt bij aan de rommeligheid van het boek.

De beeldspraak die Weski gebruikt is die van de jager en de jacht. Dit is mooi. Haar humor vind ik iets minder geslaagd. Haar taalgebruik is de ene keer alledaags, de andere keer hoogdravend. Al op de eerste pagina wordt de lezer getrakteerd op de volgende zin:

”Ik heb echter de ziekelijke hoop dat kennis begrip zal geven voor het bestaansrecht van objectiviteit, dat het recht weliswaar met de mensheid meegroeit en sterft, maar toch soms herboren wordt en een zekere mate van herkenbaarheid heeft als te beschermen ijkpunt – of dat begrip nu vanuit atheïstische, langs religieuze of juist via een meer natuurlijk filosofische weg ontstaat.” Ik hoop niet dat de gemiddelde lezer hier meteen afhaakt.

Heel interessant is haar bespreking van de Liberiazaak. Hier staat zij wel lang stil bij deze internationale en lang voortslepende rechtszaak. Zij laat zien hoe in Nederland blind vertrouwd werd op getuigen uit Liberia, die vaak met geld waren gelokt.

Weski laat zien dat veel getuigenissen feitelijk niet konden kloppen. Verschillende keren reisde zij af naar het land om aldaar de situatie te bekijken die getuigen hadden beschreven. Zij voelde zich in deze zaak alsof zij in drijfzand ronddoolde. Het OM was traag, reageerde niet adequaat of zweeg. De zaak loopt nog steeds. Weski is hier op haar best. De – slechts deels onderdrukte emotie - spat van het papier.

Een ander mooi voorbeeld van de moeilijkheden bij het getuigen is een verklaring die twee politieagenten gaven bij het zien van camerabeelden waarop twee dik aangeklede mensen met helm op te zien waren. De twee herkenden hierin een persoon die zij tijden terug hadden aangehouden. Met humor beschrijft zij de onmogelijkheid hiervan.

Inez Weski  beroemd zich erop dat zij weinig laat zien over haar privéleven. Aan het begin van ‘De jacht op het recht’ zegt zij niets te willen vertellen over haar hobby’s. Aan het eind van het boek beschrijft zij echter uitgebreid haar voorkeuren voor kunst en literatuur: welke boeken zij mooi vindt en welke musea zij graag bezoekt. Dit heeft verder weinig aansluiting met de rest van het boek, maar het is wel opvallend.

Al met al is ‘De jacht op het recht’ vooral een interessant boek vanwege de zorgen die zij heeft over de aantasting van grondrechten in Nederland. Had zij zich hiertoe beperkt en dit met meer structuur beschreven, dan was het boek in mijn ogen veel beter geworden.

Weski is geen groot schrijver, wel een groot verteller. Ik heb haar eens horen debatteren en dat is een genoegen. Zaterdag 8 november kan iedereen haar horen spreken op het Lezersfeest in Bibliotheek Rotterdam.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten