woensdag 27 mei 2020

Splinter Chabot - Confettiregen

Splinter Chabot is de zoon van Bart Chabot. In tegenstelling tot zijn vader groeide hij op in een warm nest. Hij heeft drie broers. Van jongs af aan was hij een stuiterbal. Hij houdt als kind van de kleur roze en draagt graag jurkjes en oorbellen. Hij krijgt langzaam door dat hij anders is dan de kinderen om hem heen, maar kan dat op jonge leeftijd nog niet duiden. In Confettiregen doet hij verslag van zijn jeugd en van de acceptatie van zijn homoseksualiteit. Het boek heet een gefictionaliseerde weergave van een leven vol fantasie, verbeelding en confettiregen. Ik vat het boek op als autobiografisch met wat noodzakelijke verdichting. De hoofdpersoon in het boek heet Wobie.

Ik heb Confettiregen met veel plezier en soms met verbazing gelezen. Het verhaal is chronologisch verteld en is heel vlot geschreven. Het lijkt alsof je naast hem op de bank zit en hij eindeloos doorkletst. Het boek kent drie delen die voor periodes in zijn leven staan: basisschool, middelbare school en universiteit. Hij heeft ze namen gegeven van liefdes uit die periodes: David, Daniël en Arthur. De drie liefdes zijn heel verschillend. De constante in het hele verhaal is de onzekerheid van Wobie.

Mooi is hoe Chabot dit proces van seksuele ontdekking minutieus beschrijft. En hoe hij laat zien dat zelfs in een omgeving waarin een andere geaardheid geaccepteerd is iemand hier toch enorm mee kan worstelen. Maar verbaasd was ik wel. Wobie lijkt soms erg naïef en heeft wel heel veel last van koudwatervrees. Je zou hem af en toe door elkaar willen schudden. Ik denk daarom dat deze zoektocht niet alleen gaat over zijn seksuele erkenning, maar ook over allerlei sociale angsten die hij heeft. In het verhaal komen deze regelmatig voorbij. Chabot legt er niet de nadruk op, maar deze angsten zijn denk ik dé grootste belemmering voor hem geweest om bijvoorbeeld met zijn ouders te kunnen praten.

Als kind hield Wobie er al van om op te treden. Op school houdt hij een spreekbeurt over zijn dierbaarste knuffel, een tijger. De juf moet even ingrijpen, maar dan vertelt hij met veel plezier over het lieve beest, dat voor hem meer is dan een knuffel. Hij wandelt tenslotte vaak door zijn kamer. In deze scène komt veel samen: zijn levensechte fantasie, de hulp die hij krijgt, in dit geval van de juf en zijn behoefte aan een podium. Bovendien blijft het traumatische vervolg uit. Ik zat een beetje te wachten op de pestkoppen die na afloop zijn tijger zouden afpakken, zoals je in een dramatische roman zou verwachten.

Op de middelbare school herhaalt de scène zich. Hij doet al in de eerste klas mee met het schoolcabaret en gaat gekleed als vrouw, inclusief make-up. Het publiek is net als zijn moeder heel enthousiast. Hij ontvangt steun van zijn mede-acteurs en van de leraren. Iedereen ziet dat hij niet op meisjes valt, maar hij wordt er nauwelijks mee gepest. Zelf praat hij hier uitgebreid over met zijn vriendinnen. Hij is vooral bezig met Daniël, die lief voor hem is, maar niet op hem valt. Het duurt meer dan honderd pagina voordat Wobie erkent verliefd op hem te zijn en nog wat tijd voordat hij de afwijzing heeft geaccepteerd. Wat mij betreft had Chabot hier wat in de tekst mogen knippen. Maar het uitgesponnen beschrijven neemt je ook wel weer mee in zijn lange worsteling met zichzelf. Hij probeert zelfs op een meisje verliefd te zijn. Vaak roept hij het in wanhoop uit. “Het leek alsof een ziekte langzaam bezit van mij nam. Maak me normaal. Maak me normaal. Ik wil niet anders zijn. Ik wil niet gedwongen worden anders te zijn.”

Natuurlijk heeft dat anders zijn met zijn geaardheid te maken, maar toch kan ik mij er niet aan onttrekken dit breder te zien. Als tiener durft hij niet alleen naar school te fietsen. Gymlessen bezorgen hem panische angsten. Hij is bang om te douchen. Hij krijgt er vrijstelling van. Later als student heeft hij angst om alleen naar de winkel te gaan. Hij sluit zich op in zijn kamer. Zonder vriendinnen zou hij verhongeren. Niet al deze en meer angsten zijn denk ik toe te schrijven aan zijn seksuele ontdekkingstocht, maar dat weet je natuurlijk niet zeker, een kwestie van kip of ei. Vreemd vind ik het toch dat zijn ouders niet zagen dat hij psychisch zo leed, dat hulp van buitenaf geen gek idee zou zijn geweest. Zijn omgeving was van alle kanten behulpzaam, maar zijn familie en vrienden lieten het hem toch zelf oplossen. Misschien is dat uiteindelijk het beste voor Wobie geweest. Je weet het niet. Het heeft in ieder geval het mooie boek Confettiregen opgeleverd.

Geen opmerkingen: