zondag 24 mei 2020

Gerda Blees – Wij zijn licht

Gerda Blees (1985) heeft tot nu toe drie boeken geschreven in drie genres: een verhalenbundelAan doodgaan dachten we niet (2017) een poëziebundel Dwaallichten (2018) en nu dus de roman Wij zijn Licht. Het verhaal gaat over een woongroep waarvan een van de leden komt te overlijden. Het verhaal is tragisch en humoristisch. De manier van vertellen en vooral het perspectief is bijzonder. Wil je echt verrast worden, lees dan niet verder maar rep je naar de boekwinkel om deze geweldige roman aan te schaffen en te lezen.

De vier bewoners van woongroep Klank en Liefde leven intens samen. Zij vormen schijnbaar een eenheid, die vooral door Melodie, de onbetwiste leider van de groep, wordt gepredikt. Hun belangrijkste levensvisie is het verkrijgen van verlichting door zo min mogelijk te eten. Elisabeth is de zus van Melodie. Zij is opgenomen in de woongroep toen zij geestelijk in de knoop zat. Melodie zorgt voor haar, net zoals zij voor de stille Muriël en voor de gefrustreerde Petrus zorgt. Uiterlijk creëert zij rust en eenheid, maar de drie beleven innerlijk veel spanning. Deze krijgt de mogelijkheid  naar buiten te komen wanneer in het eerste hoofdstuk Elisabeth overlijdt aan ondervoeding. De drie worden in hechtenis genomen en mogen niet met elkaar praten. Melodie laat weten: “Maar wij zijn een woongroep. Ons verhaal is voor ons allemaal hetzelfde.”

Wij zijn licht bestaat uit 25 hoofdstukken. In ieder hoofdstuk wordt de dood van Elisabeth en wat hieruit voortkomt vanuit een ander gezichtspunt beschreven. Consequent hanteert Blees hierbij de meervoudsvorm en begint zo ook ieder hoofdstuk: Wij zijn de raadsvrouw, Wij zijn de ouders, Wij zijn de buren, Wij zijn de slowjuice of Wij zijn het lichaam van Elisabeth. Mooi is dat alles dus een personage, een stem kan zijn. Vanuit het lichaam wordt beschreven hoe de patholoog anatoom Theo in ons snijdt en hoe hij met liefde ons hart op een tafel legt.

Blees rekt daarmee de mogelijkheden flink op. Niet alleen een persoon of een ding kan een stem hebben, maar ook een sinaasappelgeur, het wereldwijde web, twijfel of cognitieve dissonantie. Prachtig is als het verhaal zelf als personage optreedt en de schrijver toespreekt. Deze opzet zou ten koste kunnen gaan van een vlot verloop van het verhaal, maar dat doet het niet. Integendeel, de hoofdstukken sluiten wonderlijk goed op elkaar aan. En ik werd steeds nieuwsgieriger naar welk gezichtspunt Blees in een volgend hoofdstuk zou gaan gebruiken.

Het dwingende van de woongroep beschrijft Blees heel mooi als een kooi van eenzaamheid. “Wat onze bewoners betreft, sinds de andere drie bij Melodie zijn ingetrokken, sinds ze met zijn vieren wonen, lijkt de eenzaamheid tussen onze muren ook verviervoudigd. Waar Melodie vroeger in haar eentje monotone melodietjes humde, doen ze dat nu vierstemmig. Waar ze vroeger in zichzelf of tegen de telefoon klaagde over de losgezongen toestand van de maatschappij, praten ze daar nu samen over.”

Grappig zijn de zweverige gesprekken tussen de groepsleden, over de liefdesenergie en het zich op elkaar afstemmen. Natuurlijk wordt er kruidenthee gedronken. Vers groentesap het enige voedsel dat is toegestaan. Na een korte opmerking van Muriël zegt Melodie: “Heel goed dat je zo meedenkt, Muriël. Fijn dat je jezelf inbrengt. In deze groep hebben we allemaal een stem en we mogen allemaal gehoord worden. Dus goed dat je die ruimte ook voelt en neemt.” De hypocrisie van dit samenleven legt Blees zo bloot.

Het is de vraag hoe schuldig de drie zijn aan de dood van Elisabeth en of de Muriël en Petrus zich los weten te weken van Melodie. Wat dat betreft is Wij zijn licht ook een spannend boek, waar Gerda Blees aan het einde een verrassende draai aan weet te geven. Kortom, lees dit boek. Het is een absolute aanrader. Niet voor niets kreeg het deze week vijf sterren in de NRC.

1 opmerking:

erikschrijft zei

Hoi Alek, een boek over het leven in een woongroep, dat lijkt mij wel interessant. Ik heb 16 jaar op een studentenflat gewoond met 9 anderen en ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Ik moet er niet aan denken dat ik ooit nog met meer mensen in een woonruimte zal wonen. Groetjes, Erik