vrijdag 23 oktober 2020

Pieter Waterdrinker – De rat van Amsterdam


Ik koop niet alle boeken die ik lees. Gelukkig bestaan er bibliotheken. Soms vind ik het formaat van een boek te lomp en hoef ik het niet in mijn bezit te hebben. Ik had dat met Grand Hotel Europa van Pfeijffer, met de boeken van Peter Buwalda en ook met De rat van Amsterdam. Hebben deze drie schrijvers iets met elkaar gemeen? Het zijn een beetje macho-mannen en het zijn echte verhalenvertellers die pageturners weten te schrijven. Bij De rat van Amsterdam had ik even nodig om in het verhaal van Ruben Katz te komen, maar na vijftig pagina liet ik mij meeslepen. 

Ruben zit in een Nederlandse gevangenis een kleine straf wegens oplichting uit. Hij vertrouwt zijn avonturen aan het papier toe. Zijn ouders vluchtten vlak voor de ineenstorting van de Sovjet-Unie weg uit Letland. Zij wilden doorreizen naar Israël maar bleven steken in Nederland. Ruben groeide op in Amsterdam. Hij was slim en doorliep met gemak het gymnasium. Later werkte hij voor een goede doelen loterij. Hier leerde hij de menselijke ratachtigheid pas goed kennen. Zijn grote liefde was Phaedra. Hij kende haar van school. Zij was de dochter van de directeur van het loterij-imperium waar hij later kwam te werken. Ruben reisde veel rond. Soms zat hij een paar jaar aan de grond, daarna leefde hij er weer enige tijd op los en kon het geld niet op. Mede door Phaedra belandde hij bij een organisatie die Europeanen verleidt om zich te vestigen in Rusland.
 

Dit zijn heel kort de elementen van het verhaal. Maar Waterdrinker mengt er eindeloze kleinere verhalen doorheen. Schitterend vertelt hij over de intellectuele vader van Ruben die tevergeefs een bestaan probeert op te bouwen als Germanist. De moeder van Ruben trekt zich ondertussen steeds meer terug in haar huis en verliest zich in het verdriet over de vroege dood van haar dochter. De figuur Phaedra is heel verknipt. Zij probeert op verschillende plekken in de wereld telkens een nieuw bestaan op te bouwen en slaagt daar niet in. Overigens dacht ik bij haar naam meteen aan het mythische personage en hoopte daarin iets te ontdekken over de afloop van het verhaal.

 

Ondertussen sluit Ruben in zijn cel vriendschap met de bibliothecaresse, alweer iemand die het niet getroffen heeft in het leven. Dit is een soort rode draad door het hele boek. De ploeteraars redden het niet. Alleen als rat kun je succes hebben in het leven. Ruben vervult een soort middenpositie in dit spel. Hij weet dat hij zich als een rat moet gedragen wanneer hij gaat werken voor Nationale Armenloterij, maar hij doet het toch. Anderen lijken geen ethisch besef te hebben, geen wroeging te kennen. Zij verdienen fortuinen met het misleiden van met name het arme deel van de bevolking. Waterdrinker beschrijft dit soort stappen in het leven van Ruben alsof hij er min of meer toe wordt gedwongen door de omstandigheden. Tegelijktijdig filosofeert Ruben voortdurend over de beslissingen die hij neemt. Dit geeft een mooi spanningsveld in het verhaal.

 

Het knappe van de manier van vertellen van Waterdrinker is dat hij vanuit één punt - de cel waarin Ruben zich bevindt – als een soort netten de verschillende verhalen uitwerpt. Een voor een en door elkaar heen haalt hij ze vervolgens – soms tergend langzaam – binnen. Zijn timing is bijzonder goed. Hij schakelt moeiteloos van het ene verhaal naar het volgende en weer terug en weer verder. Het is een techniek die Buwalda en bijvoorbeeld A.F.Th. van der Heijden ook goed beheersen.

 

Er zitten ook mindere kanten aan dit boek. De persoon van Ruben is slechts voor 50% een rat; desalniettemin is het een buitengewoon onaangename figuur. Als scholier valt hij nog mee. Hij probeert zich tussen de kakkers te handhaven en zich bij hen aan te sluiten. Dit mislukt. Ruben is slim en hij houdt ervan dit voortdurend te benadrukken. Buitengewoon moe werd ik van de opschepperij over zijn talenkennis. Waarschijnlijk noemt Waterdrinker dit meer dan honderd keer in zijn boek. Dat had minstens de helft minder gekund. Ruben Katz leest natuurlijk voortdurend de juiste boeken, uiteraard in de originele taal. Hij heeft volgens eigen zeggen een fotografisch geheugen en is kerngezond. Maar hij is ook een wat bekrompen intellectueel en hij zit vol vooroordelen.

 

Jammer is dat Waterdrinker te veel clichés gebruikt en deze blijft herhalen, zoals Nederland als het bloembollen koninkrijk, plat als een pannenkoek. Wanneer het gezin voor het eerst de Nederlandse grens overkomt begint het meteen te regenen. In arme wijken wonen altijd immigranten, waardoor zo’n wijk volkomen is verpauperd. Later treedt er een reeks Europeanen op die allemaal zonder uitzondering eendimensionaal worden neergezet. Dit is natuurlijk ook een literaire overdrijving waar Waterdrinker erg van houdt. Maar mij ging het tegenstaan, een Fransman: stokbrood, een Italiaan: pastavreter, Duitse homo’s: gehuld in leer, et cetera. Polen komt zelden in het verhaal voorbij, maar als hij het land Polen noemt, heeft Ruben er maar één woord voor over: schijtland. Het is wat flauw allemaal. Beter had Waterdrinker nog wat dieper kunnen spitten in de oorsprong van Rubens weerzin tegen alles en iedereen. Waarom heeft hij nooit vriendschap kunnen sluiten met iemand? En waarom oefent de bipolaire feeks Phaedra zo’n aantrekkingskracht op hem uit? 

 

Soms kantelt zijn afkeer en laat Waterdrinker de dubbelzinnigheid van Ruben goed zien. Ruben zit bijvoorbeeld in een gezelschap waaruit hij het liefst wil weglopen. Hij vraagt zich achteraf af waarom hij niet vertrok. “Omdat ik zowel weerzin voor ze voelde als begrip.” Hier wordt het interessant. Deze dubbele houding bracht hem bij de Nationale Armenloterij, verklaart waarom hij een kakker wilde worden en werpt ook licht op de verhouding met zijn vader. Een 100% rat, zoals de vader van Phaedra, is niet zo’n boeiend personage. Juist iemand die twijfelt kan dit wel worden. Hij walgt van de filantropische aristocratie, maar aanvaardt wel een baan binnen de organisatie. Het is als auteur eenvoudig om iets wat verdorven is eendimensionaal af te branden. Waterdrinker laat goed zien wat ook de aantrekkelijke kanten zijn van een rattenbestaan.

 

Over het geheel genomen heb ik met veel plezier De rat van Amsterdam gelezen. Vooral zijn vertelkunde is aantrekkelijk. Hoewel ik een liefhebber ben van dikke boeken, had Waterdrinker wel wat mogen knippen in zijn herhalingen. Eén kant van het boek is de kritische toon van Ruben op onder andere het Nederland van nu, de Europese Unie en de liefdadigheidsindustrie. De verteller heeft een afkeer van instituties en laat dit ruimschoots blijken. Maar hij onderbouwt weinig en wordt zelden echt scherp, zoals Pfeijffer dit wel is in Grand Hotel Europa. Pieter Waterdrinker is geen stylist die zijn woorden eindeloos weegt. Toch stuit je regelmatig op rake citeerbare passages. Tot besluit Rubens ontdekking wat geluk betekent. “Geluk was de volstrekte afwezigheid van een geweten, van een naar buiten toe uitgedragen moraal die haaks stond op de eigen daden. Geluk was, kortom, egoïsme, verscholen achter een masker van altruïsme waarvoor iedereen massaal op de knieën ging.”

Geen opmerkingen: