zondag 25 november 2018

Literair café De Overheid 1978-1996


Ieder legendarisch café in Rotterdam verdient een ode in de vorm van een boek. Het is bijna een traditie. In mijn Rotterdamkast staan boeken over De Schouw, De Pijp, Timmer, De Fles en Pardoel. Waarschijnlijk bestaan er wel meer Rotterdamse kroegmonografieën, maar die bezit ik helaas nog niet. Aan dit illustere rijtje is nu een prachtboek over café de Overheid toegevoegd, onder redactie van Wim de Boek, Rob Braams en Rob de Moes. De laatste is verantwoordelijk voor de teksten, de foto’s zijn grotendeels van de hand van Wim de Boek.


Een voorwaarde voor een mooi kroegenboek is dat schrijvers en journalisten zo’n kroeg bezochten. Gekke gebeurtenissen vinden in elk café plaats. Er moet wel iemand in de buurt zijn om deze op te tekenen, voordat de verhalen in de mist van de tijd verdwijnen. De Overheid was een literair café en profileerde zich ook zo. Eerst was er het idee voor een literair café, daarna kwam het pand aan de Nieuwe Binnenweg 218 in beeld. Rotterdamse schrijvers bezochten spontaan De Overheid, maar het literaire zat vooral in de programmering.

De initiatiefnemers van het eerste uur waren Jan Oudenaarden, Hans Verschoor en Rob de Moes. Daarnaast waren ook Wim de Boek, Hans Rothmeier en Eddie Overheid betrokken. De laatste haakte al snel af. Hij was het niet eens met de doelgroep waar De Overheid zich op wilde richten en zag de naamgeving ook niet zitten. Daarmee voldeed De Overheid aan een wet dat binnen een goed literair Rotterdams initiatief regelmatig de pleuris moet uitbreken. Dat houdt de geesten scherp. Verdere ruzies bleven echter uit. Uit de verhalen blijkt vooral eensgezindheid en knusheid.

Het speerpunt van De Overheid was het literaire podium. De programmering startte op 29 maart 1979 met een schrijversdiner: Bernlef, Johnny van Doorn, Remco Campert, Bob den Uyl en anderen lieten het zich goed smaken, zoals uit de foto’s valt af te leiden. Vanaf het begin was er iedere week iets te doen. De in het boek opgenomen foto’s van affiches laten namen zien als Jan Siebelink, Louis Ferron, Judith Herzberg en Jean Paul Rawie.

Een van de hoogtepunten uit het eerste jaar was de tiende editie van Poetry International. De Overheid was nauw betrokken bij de activiteiten in de stad. In de Doelen werd een bodega ingericht waar dichters en publiek elkaar konden ontmoeten. In dat jaar (1979) was Allen Ginsburg een van de uitgenodigde dichters. Hij trad samen met een andere dichters op in De Overheid. Rob de Moes schrijft hierover: “Wow! De grote namen van de Beat Generation in De Overheid! We waren een handshake verwijderd van Bob Dylan!” Dit enthousiasme uit de eerste hand maakt het boek leuk om te lezen.

Vanaf 1982 wijzigde de programmering. De nadruk kwam te liggen op Rotterdamse schrijvers. De activiteiten werden uitgebreid met een literair tijdschrift: ’Van Overheidswege’. Er verschenen vier nummers. Rob de Moes besteedt beduidend minder ruimte in het boek aan deze periode. Dat geldt zeker voor de laatste twaalf jaar van het café, 1984-1996. De succesjaren waren voorbij. Naast literatuur kwam er ruimte voor andere zaken, zoals darten en schaken. Er werd muziek gedraaid en de zaak werd aangekleed, terwijl de stilte en de kale inrichting juist kenmerken waren van het literaire café.

Mooi is dat uit de verschillende periodes gedichten zijn opgenomen van bijvoorbeeld Casper van den Berg, Hester Knibbe en Jana Beranová. Daarnaast staat het boek vol met prachtige foto’s. Jammer dat er gekozen is voor een klein formaat boekwerk, waarbij de foto’s absoluut niet tot hun recht komen. Het boek zit wel mooi verpakt in een zwart kartonnen doosje, met daarin enkele losse foto’s. Liever had ik toch een andere vormgeving gezien. Het boek staat bomvol informatie. Het is bijna een naslagwerk. Zo zijn er notulen van vergaderingen en andere stukken opgenomen, zonder vergrootglas echter onleesbaar.

De samenstellers hebben hun best gedaan om zoveel mogelijk namen en data op te nemen. Deze drang tot compleetheid gaat zo nu en dan ten koste van de leesbaarheid. ‘De Overheid’ was een stichting en had te maken met subsidies en andere overheidsbemoeienis. Misschien vandaar dat er zoveel feitelijkheden zijn opgetekend uit het archief. Dit leidt soms tot overbodige informatie, bijvoorbeeld een passage over de betekenis van De Overheid op sociaal gebied. Deze lijkt zo weggelopen uit een subsidieverantwoording. Liever had ik hier wat meer anekdotes gelezen uit de pen van een van schrijvers onder de vaste bezoekers van de Overheid.

Dit zijn slechts kleine kritiekpunten op een prachtig boek, waarmee de geschiedenis van de Rotterdamse letteren weer verder is aangevuld. De oplage is zeer beperkt.  De presentatie ervan vond plaats op 11 december in café Ari. De zaak zat stampvol. Wanneer iedere bezoeker een boek zou hebben gekocht, zou de oplage uitverkocht moeten zijn. Op mijn verlanglijst voor nog te schrijven Rotterdamse kroegenboeken staat na deze uitgave een boek over café De Consul bovenaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten