vrijdag 23 januari 2026

Annelies Verbeke – Slaap!


Gisteren zag ik de film Blue Moon met Ethan Hawke in een schitterende rol van Lorentz Hart, schrijver van talloze liedje waaronder The lady Is a tramp, My funny valentine en Blue moon. Hij raakt aan lager wal en is vervreemd van zijn samenwerkingspartner, de componist Richard Rodgers. De film speelt grotendeels in één ruimte en bestaat vooral uit dialogen en monologen van Hart. Rodgers heeft net geschitterd op de première van zijn nieuwe musical Oklahoma! die hij schreef met Oscar Hammerstein II. Hart feliciteert hem hiermee, maar is ook verbitterd over dit succes. Hij vindt het verhaal clichématig en zijn haat richt zich op het uitroepteken in de titel, ‘but heartsinkingly aware of how lethally effective it is. He knows a hit when he sees one – and feels himself descending into failure.’ Het uitroepteken in de titel van de debuutroman van Verbeke uit 2003 is even effectief.


In schrijfcursussen wordt gewaarschuwd het uitroepteken niet te vaak te gebruiken. Het teken heeft vele betekenissen zoals een bevel, een waarschuwing of een uitdrukking van woede of wanhoop, maar overmatig gebruik vermindert het effect aanzienlijk en wekt bij mij al snel irritatie op. Verbeke gebruikt in het boek verder het uitroepteken met mate. Het verhaal gaat over Maya, een jonge vrouw die aan slapeloosheid lijdt en ’s nachts op straat zwerft; zij ontmoet op een nacht de drieënvijftigjarige Benoit de Gieter die aan dezelfde kwaal lijdt. Vrienden en familie komen aan bij Maya met goedbedoelde adviezen, die allemaal geen enkel effect hebben. Zij lijkt zich neergelegd te hebben bij het niet-slapen en vult de nachtelijke uren met dwalen door de stad en zichzelf langzaam te gronde richten. In Benoit heeft zij een geestverwant gevonden.

 

Het uitroepteken in de titel kun je op allerlei manieren lezen; aan het begin van het verhaal staat het voor de omstanders die haar dwingend verzoeken hun goede adviezen op te volgen en te gaan slapen. Wanneer zij later samen met Benoit de nachten doorbrengt is het een uiting van roes; zij verachten de slaap en lachen om mensen die ‘s nachts zo nodig moeten slapen. Maar de betekenis verschuift naar de persoonlijke noodkreet: Slaap! Beide hoofdpersonen - Verbeke schakelt heel mooi tussen de twee perspectieven - maken iets dramatisch mee en raken van elkaar geschieden. Het verleden van Benoit dringt zich meer en meer aan hem op, met een jeugd in tehuizen en een moeder die als prostitué haar geld moest verdienen. Hij wil het onmogelijk: terug naar haar baarmoeder, die hij voorstelt als een enorme walvis. Zijn waanzin neemt gevaarlijke vormen aan.

 

Maya raakt in soortgelijke problemen verzeild en belandt in het ziekenhuis. Langzaam versterkt zij daarna de band met haar zus, het enige familielid dat zij heeft. Deze zus is het tegenovergestelde van Maya en valt iedere nacht als vanzelf in slaap. De noodkreet Slaap! leidt niet vanzelfsprekend tot een goed einde. Heel mooi weet Verbeke haar twee personages te laten balanceren tussen hoop en wanhoop. Omdat zij beide een nogal verstoorde blik op de werkelijkheid hebben kom je als lezer ook in een soort verknipte wereld terecht. Ik las andere boeken en verhalen van Annelies Verbeke, maar deze roman is anders dan wat ik eerder las, extremer misschien, ook in taalgebruik. Het verhaal heeft veel vaart en kent gekke wendingen en vondsten. Ik ben zeker van plan meer van haar te gaan lezen: de roman Dertig dagen ligt al klaar en er verschijnt binnenkort een poëziebundel van haar hand, waar ik erg benieuwd naar ben.

Geen opmerkingen: