Van Mariken Heitman las ik eerder De mierenkaravaan. De wateraap is haar succesvolle debuut uit 2019. In beide boeken speelt natuur een belangrijkje rol, in De wateraap wil biologiestudent Elke afstuderen op de hypothese dat de voorouders van de mens een periode in de evolutie deels waterdieren waren. De theorie wordt door wetenschappers niet meer serieus genomen, maar Elke reist naar Wenen om daar onderzoek te doen bij Lena, die eerder een boek schreef over de wateraap. Elke is misschien minder geïnteresseerd in de wetenschappelijke bewijsbaarheid van de theorie, maar meer in overgangsvormen in het algemeen: het idee dat de mens deels een waterdier is en dat ze zelf ook maar ten dele een vrouw is.
Aan het begin van het verhaal woont Elke bij een tante in. Samen verzorgen zij de tuin. Op een dag vinden zij een vos die zij geregeld voeren, dood in de tuin liggen. Hier beschrijft Heitman de dode vos liefdevol, bijna gelijk aan een menselijk wezen. De composthoop in de tuin ziet Elke als een levend wezen en zo zijn er meer wezens in het boek die niet binnen gebruikelijke kaders worden omschreven. Mooi wordt dit gekoppeld aan inzichten uit de evolutietheorie dat individuen binnen een soort altijd variëren, anders is er geen evolutionaire verandering mogelijk. Als tegenhanger hiervan laat zij het stekproces in de tuin zien. Elke stekt een plantje en merkt op dat alle individuen dan hetzelfde zijn. Elke is zelf ook een wezen dat niet binnen een kader past; als kind deed zij niet mee met andere meisjes die meisjesdingen deden en zij wordt vaak voor een man aangezien. Ze voelt de blikken van andere mensen als zij bijvoorbeeld van het toilet vandaan komt.
Heitman schrijft zuinig en geeft niet meteen alles prijs. Zo laat zij weinig zien van de beweegredenen van haar hoofdpersoon. Je kunt ook zeggen dat haar hoofdpersoon soms zelf niet begrijpt wat haar beweegredenen zijn. Ze stapt op de trein naar Wenen en het lijkt alsof alles haar zomaar overkomt, zonder echt plan, behalve dat zij de schrijfster van het boek over de wateraap wil spreken omdat zij bij haar wil afstuderen. Zij vindt bij toeval een goedkoop pension, eet wat in een lokaal café en later op straat dwaalt zij door een woonwijk. Verschillende keren ontmoet zij een dichter, de eerste keer in de trein als man, later lijkt zij een vrouw te zijn. De ontmoeting is wel heel toevallig en kan ontsproten zijn aan de fantasie van Elke. Wat echt gebeurt en wat zich afspeelt in de verbeelding van Elke is moeilijk uit elkaar te houden als zij in contact komt met Lena. Elke wordt meteen verliefd op haar, en misschien was zij dat al eerder.
Heitman bouwt het schijnbaar losjes vertelde verhaal met verschillende elementen juist heel gebalanceerd op. Zij mengt de ontmoetingen tussen Elke en Lena met inzichten uit de biologie en jeugdherinneringen en fantasieën van Elke. Op een bepaald moment moet zij terug naar Nederland en het contact met Lena verbreekt zij, waar ik wel redenen voor kan verzinnen, maar dat ik toch niet helemaal begrijp. Het einde van het verhaal is iets te dramatisch en voorspelbaar. Dat is de enige kritiek op een verder boeiende roman, hoewel ik De mierenkaravaan beter vond.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten