vrijdag 16 januari 2026

Wieslaw Mysliwski - Het paleis


Pałac is de zesde roman van de Poolse schrijver Wiesław Myśliwski (geboren 1932) die vertaald is in het Nederlands; wederom deed Karol Lesman dit op schitterende wijze. Het paleis is een vroeg werk, uit 1970, en met nog geen driehonderd pagina’s een stuk dunner dan de andere vijf vertaalde romans. Het verhaal speelt op het Poolse platteland en meandert nog meer dan in zijn latere romans. Het is vlak voor het uitbreken van een oorlog en de landheer heeft met zijn entourage het paleis verlaten. De hoofdpersoon is de herder Jacob die alleen het paleis binnenloopt en zich vergaapt aan de weelde. De roman is één lange monoloog van deze herder.

Het paleis begint ijzersterk met de drieging van de aankomende oorlog, je zou het bijna actueel kunnen noemen. ‘Het had al lang oorlog moeten zijn. Jaar in, jaar uit, maand aan maand, dag na dag werd hij verwacht. Met Nieuwjaar, met Pasen, met Pinksteren, met Kerstmis, op de naamdagen van Maria, van Johannes, van Petrus en op alle andere dagen. Hij werd besproken, voorspeld, afgesmeekt. Sinds enige tijd was hij zelfs te horen. Je hoefde je oor maar tegen de grond te leggen of als het helder weer was je oren te spitsen richting het Oosten of je hoorde het verre gerommel, het denderen, soms zelfs afzonderlijke explosies dichterbij komen.’ Jacob hoort het gedreun en ziet de vluchtende mensen. Hij vlucht niet en gaat het landhuis binnen. 

 

Aan het begin is zijn monoloog nog realistisch. Hij loopt door de zalen, verbaast zich over de rijkdommen en overdenkt zijn leven. Later neemt hij verschillende gedaanten aan; hij spreekt als een landheer, maar het lijkt niet altijd dezelfde persoon te zijn. Omdat het boek geen hoofdstukken of plot kent en er ook geen pauzes zijn, vergt het soms wat moeite om het verhaal te volgen. Het speelt geheel in het hoofd van de herder, maar toch verschuift steeds ongemerkt het perspectief. Het beste kun je dit zien als de stem van de elite die hij verwoordt. 

 

Myśliwski geeft nergens een jaartal; je kunt het verhaal plaatsen voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog, maar je kunt de oorlog ook universeel opvatten. De vele verhalen zijn wonderbaarlijk en vaak uitgesponnen. Er zitten lange verhandelingen in over de jacht, over eten en drinken en over de armoede onder de boerenbevolking. Sommige passage zijn wreed en humoristisch tegelijkertijd. Eén verhaal gaat over en arme boer die van de landheer de gelegenheid krijgt - of min of meer gedwongen wordt - zich vol te proppen met vlees en bier. De volgende ochtend heeft hij zich opgehangen aan een boom. Maar hij hing nogal hoog, wat bij de mensen veel verbazing wekte. ‘Waarom zo hoog? Waarom? Hij had het immers ook vlak boven de aarde kunnen doen, aan de eerste de beste tak. Dan zouden de mensen zich tenminste niet hebben verbaasd over die hoogte, maar over zijn dood. Want hij wilde vast en zeker dat ze zich over die dood zouden verbazen.’

 

Fantastisch zijn ook de lange passages over vreetpartijen en drankgelagen. De landheer moedigt iedereen aan zich volledig te bezatten. Sterke drank wordt als een geneesmiddel gepresenteerd. Het hoort bij een soort mannelijkheid. Over vrouwen wordt door de elite uitsluitend negatief gesproken. De verteller hemelt de vrouwelijke schoonheid op, maar vrouwen zelf worden vooral gezien als een soort voorwerpen waar mannen ongehinderd over mogen beschikken. Bij de perverse elite gaat hand in hand met de verdorven geestelijke stand. Geestelijken komen er ook niet best vanaf in dit verhaal. Wat dat betreft is het beeld wat zwart-wit met arme boeren die met hele gezinnen in smerige kamers zaten opgehokt en een stinkend rijke elite die zich vermaakte in hun paleizen. Het beeld is begrijpelijk gezien de tijd waarin het boek is geschreven. Eind jaren zestig zat het communisme nog stevig verankerd in de Poolse maatschappij.

 

Het paleis is een iets ander boek dat de eerdere vertaalde romans van Myśliwski doordat het één lange gedachtenstroom is zonder plot. Ik las steeds een kort stukje en deed wel twee weken over het boek: niet echt een page-turner, wel een bijzondere leeservaring.

Geen opmerkingen: