In de jaren 2022/2023 bracht uitgeverij Das Mag een serie van twaalf boekjes uit met als titels de maanden van het jaar. Rob van Essen, Saskia de Coster, Bregje Hofstede en andere schrijvers tekenden voor een deeltje. Annelies Verbeke schreef September en las hiervoor haar agenda’s van de afgelopen vijftien jaar door. Zij geeft ermee een beeld van haar leven en ze schrijft tussendoor over kunst en literatuur, waarbij ze blijft gefocust op de maand september.
Verbeke combineert in korte hoofdstukken haar eigen belevenissen zoals interviews, werken aan een nieuwe roman en naar het theater gaan mooi met literatuur waarin de maand september een rol speelt. Haar toon is wat afstandelijke omdat zij het telkens heeft over de auteur als zij over zichzelf schrijft. Zo was de auteur in september 2012 in Rome en in Londen. Zij zag in Tate Modern een schilderij van Munch. Onderzoekers hebben vastgesteld dat op basis van onder meer de stand van de zon drie schilderijen zijn gemaakt om half zes ’s morgens tijdens de eerste vijf dagen van september.
Elders schrijft ze dat een Finse recensent haar werk vergelijkt met dat van Hermann Hesse; volgens haar vertaalster het grootste compliment dat je van deze recensent kunt ontvangen. Zelf leest ze Hesse ook graag en hij is de schrijver van een beroemd september-gedicht, waaruit ze meteen citeert. Zo zijn er steeds opmerkelijke overgangen en verbindingen in het boek. Ze bladert chronologisch door haar agenda’s, de tijd van de Corona-lockdown komt voorbij en net zo makkelijk schrijft ze een stuk over het beroemde naakt September Morn van Chabas uit 1911, dat veel ophef veroorzaakte in die tijd. Aan het einde van het stukje schrijft ze het schilderij gezien te hebben in het Metropolitan Museum, wat bijzonder is omdat het lange tijd in het depot stond.
Eén gebeurtenis waar zij een paar keer op stuit in haar agenda’s is de plotselinge dood van een jeugdliefde van haar. De toon blijft wat zakelijk, maar hoe ze het afscheid van hem en de ontmoeting met haar ex-schoonfamilie beschrijft is ontroerend. ‘Zijn moeder was er en zijn broer en het leek allemaal zo te moeten zijn. Zij drieën als laatsten, dat zeiden zij ook. Er waren omhelzingen en lange gesprekken en het voelde als het beste wat ze had kunnen doen, ze herinnert zich het licht, de lucht door de voorruit toen ze naar huis reed.’ Een dag later rondde ze haar roman Dertig dagen af met zinnen die al lang in haar hoofd zaten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten