woensdag 1 mei 2019

Peter Buwalda – Otmars zonen

Na ‘Bonita Avenue’ las ik direct Buwalda’s tweede roman. De twee boeken sluiten naadloos op elkaar aan. In ‘Otmars zonen’ heeft Buwalda dezelfde manier van vertellen. Hij wisselt voortdurend het vertellersperspectief en schakelt veel in de tijd. Zo zet hij een vloeiend verhaal in elkaar waarbij de spanning steeds voelbaar blijft. Het boek telt 600 pagina en is het eerste deel van een drieluik.


De twee belangrijkste personages die aan het woord komen zijn Dolf en Isabelle. In de eerste zin van het boek valt meteen het woord ‘Vatersuche’. Dit zoeken is bij Dolf niet aan de orde: “Dolf zoekt niks en hij is ook niks kwijt wanneer in hun flat aan de Geresstraat een man verschijnt tegen wie hij binnen een jaar ‘papa’ zegt, ook al is hij al een jongen van tien.” Deze man is Otmar Smit. Hij trouwt met Ulrike, de moeder van Dolf. Otmar heeft twee kinderen uit een vorig huwelijk: een dochter en een zoon, die beiden een groot muzikaal talent hebben. De echte vader van Dolf is hem gesmeerd nog voordat Dolf geboren werd. Hij groeide op bij zijn moeder. 

De tweede stem in het boek is Isabelle. Zij kwam voor in ‘Bonita Avenue’ als de slimme en knappe Thaise student, geadopteerd en opgegroeid in Nederland. Zij was voor korte tijd het liefje van Siem. Nu is zij een internationaal vermaard onderzoeksjournalist die zich in de wereld van de olie heeft verdiept. In haar studententijd woonde zij kort in hetzelfde studentenhuis als Dolf.

Van beide personages heb ik nog niet de volledige naam genoemd. Namen en daarbij de al dan niet verbondenheid met ouders en opvoeders is een cruciaal thema in het boek. Dolf krijgt een andere voornaam, omdat zijn stiefbroer ook Dolf heet. Hij wordt Ludwig, naar Beethoven. Dit terwijl zijn stiefbroer Dolf bezeten is van Beethoven. Zijn achternaam wordt, na het huwelijk van zijn moeder met Otmar, Smit. Een even nietszeggende naam als die van zijn echte vader, Hans (of Johannes) Tromp. Hij heeft een hoge functie binnen Shell.

Isabelle heet van achteren Orthel, maar met haar adoptiefamilie wil zij zo weinig mogelijk te maken hebben. Haar adoptiegrootvader is een bekende journalist en kinderboekenschrijver. Hij heet Star Busman, een  anagram van de Latijnse term masturbans. De lange Thaise achternaam van Isabelle komt heel even voorbij. Haar tijdelijke minnaar Hans Tromp weet zich alleen de lettergreep ‘porn’ hieruit te herinneren. Hun relatie is sadomasochistisch en Buwalda trekt er (te) veel pagina’s voor uit om hun liefdesspel te tonen. Dit vindt plaats in Nigeria waar Isabelle onderzoek doet naar de olie-industrie en zo op oliemagnaat Tromp stuit.

Isabelle is nu in het Siberische Sakhalin, op een eiland waar Hans Tromp een belangrijke functie heeft. Ludwig Smit werkt ook voor Shell. Hij ontmoet op Sakhalin voor het eerst de persoon die (mogelijk) zijn vader is. De hoofdlijn van het verhaal speelt zich chronologisch af in deze Siberische uithoek. Vanwege een sneeuwstorm kan niemand er weg. Deze lijn duurt maar een paar dagen. Buwalda weet er vele verhalen omheen te weven. Hier is hij goed in. Hij voert je mee van het ene personage naar het volgende en van de ene episode naar de volgende: de jeugd van Ludwig, de relatie met zijn vrouw Juliette en zijn stiefkind, het samenwonen in het studentenhuis met Isabelle, enzovoorts. De carrière van Isabelle wordt in brokstukken gepresenteerd: haar gevecht met haar opa, de samenwerking met een collega-journalist en haar obsessie met De Sade; overigens heet een van de hoofdpersonages is het werk van De Sade Juliette.

De onderlinge verhoudingen - tussen de hoofdpersonen en met de vele bijfiguren - zijn in het verhaal per definitie verstoord. Er zijn in het boek twee vormen van verstoordheid: relaties die te maken met afkomst of gezinsverhoudingen en de seksuele relaties of het gebrek eraan. Het zou mij niet verbazen wanneer in een volgend deel deze twee samenkomen. Buwalda heeft de neiging om zich vast te bijten in ellendige verhoudingen en ongemakkelijke situaties. Hij doet dit goed, maar het wordt soms wat vermoeiend.

Een ander thema in het boek is muziek. De geniale stiefbroer van Ludwig heeft erg te lijden onder zijn genialiteit. Hij wordt nogal eendimensionaal neergezet door Buwalda. Misschien dat zijn verhaal in een volgend deel meer diepgang krijgt. Ik hoop dat hij dan wat minder strooit met muziektechnische details. Deze maken het verhaal niet boeiender. Leuk is dat hij Maarten ’t Hart als personage opvoert. Hij wordt door Isabelle geraadpleegd als muziekkenner.

Het sterke van Buwalda blijft zijn manier om in de grote hoeveelheid verhalen, die soms wat ongeloofwaardig zijn, de spanning te bewaren. Je blijft lezen. In ‘Bonita Avenue’ zegt een van de personages dat hem de clou onthouden wordt. Zo voelt het ook in ‘Otmars zonen’. Ludwig tast in het duister over de intenties van Hans Tromp. Na een telefoongesprek hapt hij niet meteen toe op een uitnodiging van hem. “De omkering is ironisch, nu is het Tromp die iets weet wat hij niet weet, althans: dat denkt Tromp – precies wat Ludwig vanochtend over hem dacht.” Dit klinkt wat cryptisch, maar geeft aardig weer hoe Buwalda zijn boek heeft opgebouwd. Naast het afbreken van verhalen op een moment dat je denkt dat de clou zal worden onthuld, geeft hij zijn personages een beperkte hoeveelheid kennis mee. Mooi is dat de ene keer de lezer meer weet dan het personage, een andere keer weet het personage meer dan de lezer, maar krijg je dat nog niet te lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten