zondag 6 januari 2019

Peter Terrin – Patricia

‘Patricia’ is het meest recente boek van de Vlaamse auteur Peter Terrin. Het kreeg alom lof toegezwaaid. Het is het eerste boek dat ik van hem lees. Ik had hoge verwachtingen, die niet geheel uitkwamen. Astrid is de hoofdpersoon in het boek. Zij is een doodgewone moderne vrouw: bijna veertig, drukke baan, één kind, fijn huis en hardwerkende man. Op een dag gaat het mis. Zij loopt het huis uit.


De aanleiding voor haar vlucht is kenmerkend voor haar leven. Zij staat in verbinding met de buitenwereld en de wereld van haar klanten – zij organiseert evenementen - via haar telefoon. Bij het in bad doen van haar zoontje valt haar telefoon in het water. De verbinding is definitief verbroken. Zij laat haar zoontje achter en stapt in de auto: weg van hier.

Vanaf dat moment speelt er in haar hoofd een voortdurende strijd af. Zij wil weg - zonder dat je als lezer precies weet waarom - en zij wil terugkeren naar huis. Zij bedenkt manieren om dat op een nette manier te doen. Na de eerste paniek rijdt zij terug. Zij heeft haar kind alleen in bad achtergelaten. Bij aankomst ziet zij de auto van haar man voor de deur staan en besluit zij niet naar binnen te gaan.

Voor elke keer dat zij een beslissing neemt om nog niet naar huis te gaan bedenkt zij een nieuw verhaal dat zij haar man als verklaring kan geven. Uiteindelijk wil zij zelfs een totale blackout met geheugenverlies simuleren om maar geloofwaardig te zijn. De ‘ware reden’ spreekt zij niet uit. De kracht van het boek zit onder andere in deze ongewisheid.

‘Patricia’ is opgedeeld in twee delen. In het eerste deel wordt het spel tussen terugkeren of wegblijven helemaal uitgespeeld, soms wat al te langdurig. Zij gaat een relatie aan met een jonge man en hangt de beest uit. Onderwijl bespiedt zij haar huis op afstand en fantaseert dat haar man een andere vrouw heeft. De gebeurtenissen worden steeds ongeloofwaardiger; dat is jammer.

In het tweede deel is haar leven weer min of meer gewoon. Ik zal hier verder niks over zeggen, want het spanningselement is essentieel voor het lezen van het boek. Hoe vreemd de gebeurtenissen soms zijn die haar overkomen, in de buitenwereld blijft alles gewoon.

Terrin geeft bijna nergens in het boek een plaatsnaam of een tijdsaanduiding. Het verhaal speelt vermoedelijk in Vlaanderen in een grote stad en deels aan de kust. Dat is alles wat hij prijsgeeft. Het lijkt in de nabije toekomst te spelen. Er komt een bericht voorbij over een terroristische aanslag in Amsterdam: een opmerkelijk detail dat ik niet helemaal kan plaatsen in het verhaal.

Consequent is dat het verhaal geheel vanuit de vrouw is geschreven. Interessant is dat het boek draait om identiteit. Terrin goochelt op een bijzondere manier met dit vaste vertelperspectief. Je vraagt je steeds af hoe betrouwbaar haar waarnemingen en gedachten zijn. Mooi is dat zij zelf hier ook aan begint te twijfelen.

Het is lastig meer over het boek te vertellen zonder iets van de spanning prijs te geven. De schrijfstijl van Peter Terrin is helder en precies. De spanning die hij opbouwt schuurt. Je kunt er de vinger niet helemaal opleggen. Dat doet hij knap. Dat je met veel vragen blijft zitten is onderdeel van de spanning.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten