zondag 20 mei 2018

Judith Visser - Zondagskind

Judith Visser staat bekend als schrijver van thrillers en boeken voor pubers (Young Adult). ‘Zondagskind’ is een ander boek. Het vertelt het verhaal van Jasmijn Vink, een meisje dat zich altijd anders voelde dan andere kinderen en er pas bij volwassen worden achter komt dat zij Asperger, een vorm van autisme, heeft. Visser vertelt het verhaal chronologisch en volledig vanuit de wereld van Jasmijn. Na bijna vijfhonderd pagina’s ben je als lezer onderdeel van deze wereld geworden. Je begrijpt wat het is om zo te leven. Het boek is sterk autobiografisch en speelt zich grotendeels af op Rotterdam-Zuid, in de jaren tachtig en negentig.


Het verhaal begint wanneer Jasmijn voor het eerst naar de kleuterschool gaat. Het is een ramp. Haar moeder laat haar alleen achter en de hond Senta mag niet mee. Jasmijn praat weinig – bijna uitsluitend met haar moeder en met Senta – maar op school doet zij haar mond helemaal niet open. De herrie die de andere kinderen voortbrengen is ondraaglijk. Zij loopt weg, maar vindt haar huis niet terug. Uren later wordt zij gevonden. Haar moeder zegt dat zij nooit meer van kleuterschool mag weglopen. “Ik hoorde het. Maar ik begreep het niet.”

Anderen begrijpen haar vaak niet, zoals haar broer, haar vader en haar juf. Alleen haar moeder is er altijd voor Jasmijn. Zij houdt vol dat Jasmijn een beetje stil en anders is, maar dat er verder niets aan de hand is. Jasmijn leest veel, is slim, maar zij weigert aan groepsactiviteiten mee te doen en houdt het liefst haar mond dicht. Dit patroon zet door op de lagere school en de middelbare school. Elke nieuwe stap, die verandering brengt, is een opgave voor Jasmijn. Anderen begrijpen dit niet. En zij is niet in staat het hen duidelijk te maken.

Een voorbeeld van hoe het mis kan gaan is de paardrijles. Dolgraag wil Jasmijn leren paardrijden. Zij mag uiteindelijk op les bij een manege, hoewel er eigenlijk geen geld voor is in het gezin. Jasmijn blijkt een natuurtalent en wint zelfs een prijs. Zij gaat helemaal op in de pony waar zij op rijdt. Op een dag heeft een ander meisje ‘haar’ pony. Jasmijn is totaal van slag. “En wanneer verwachting en realiteit met elkaar in botsing kwamen, was de klap te hard, dan scheurde er iets in mijn hersenen. Ik moest zelf kunnen bepalen hoe dingen gebeurden en wanneer ze veranderden, zodat ik wist waar ik aan toe was.” Voor Jasmijn was het beslist geen leuke verrassing om op een andere pony te rijden.

Op de lagere school heeft Jasmijn een vriendin, Colette. Zij praat over niets anders dan jongens, terwijl Jasmijn het vooral over paarden heeft. Jasmijn begrijpt er niets van dat jongens opeens zo interessant zijn. “Jongens schreeuwden en trapten overal tegenaan, en toch keek Colette tegenwoordig naar Ramon alsof hij de voorkant van een boek was en ze niet kon wachten erin te gaan lezen.”

Lezen is Jasmijns lust en leven. In boeken kan zij helemaal opgaan. Het is haar wereld. In de bibliotheek in Pendrecht komt zij een paar maal per week om te lezen. Senta mag mee naar binnen. Samen zitten zij op een vaste plek. Met Senta deelt zij al haar gedachten en gevoelens. Later komt daar Elvis Presley bij. Zijn nummers beluistert zij eindeloos. Met werkelijke mensen blijft het moeilijk een gesprek te voeren. Haar broer Emiel maakt opmerkingen over haar muziekkeuze. “Je moet met je tijd meegaan, zussie” Zij antwoordt: ‘Van wie moet dat?” Jasmijn begrijpt niet waarom modern goed is. “Moderne dingen veranderen steeds.” Haar broer is tegenovergesteld van Jasmijn. Hij kan herrie verdragen, draait zelf keihard muziek zonder er last van te hebben, hij maakt altijd vrienden en ziet nergens een probleem in.

Op de middelbare school verandert er het een en ander voor Jasmijn. Zij sluit met Kirstin vriendschap en krijgt interesse in een jongen. Het loopt uiteindelijk anders dan hij verwacht. Over deze en latere ontwikkelingen in haar leven zal ik verder niets vertellen.

Soms kan een roman waarin gedetailleerd elke levensfase wordt beschreven gaan vervelen. Bij ‘Zondagskind’ had ik dat helemaal niet. Juist de details en de uitputtende beschrijvingen van wat er in Jasmijn omgaat na iedere verandering in haar leven maken het verhaal boeiend.

De stijl van Judith Visser is zonder opsmuk, kort en beschrijvend. Het boek leest heel prettig. Dat zij, vooral in het begin van verhaal een wat kinderlijke toon heeft, past precies bij de levensfase waarin Jasmijn dan is.

Bijzonder leuk aan ‘Zondagskind vond ik dat het verhaal zich afspeelt in een buurt die ik goed ken uit mijn jeugd. Visser noemt straten en plekken bij naam. Ook allerlei modes en gewoontes uit de jaren tachtig en negentig komen voorbij.


Je krijgt tijdens het lezen steeds meer begrip voor Jasmijns manier van denken. Het slecht communiceren en veel op jezelf willen zijn is natuurlijk niet altijd leuk voor andere mensen die van je houden. Maar is het zo vreemd om niet tegen harde muziek te kunnen, niet van winkelen, van mode en make-up te houden, je niets te willen aantrekken van andere mensen en het liefst de hele dag een boek te willen lezen? Het verschil is dat voor veel mensen dit een keuze kan zijn. Voor Jasmijn is er geen andere mogelijkheid.

2 opmerkingen:

  1. Het is jammer dat je recensie vol zit van de spoilers, het is goed dat ik het boek al heb gelezen anders was het plezier van het boek te lezen weg 😟 je kan ook heel veel over een boek zeggen zonder dat je echt verklapt wat er in staat en dit is voor de meeste mensen toch aangenamer 😉

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Jammer dat je het zo ziet. Ik vind het nogal meevallen. Ik schrijf dat Jasmijn van school weg loopt - staat helemaal in het begin van het boek - en ik beschrijf het verhaal van de paardrijles. Dit boek is geen thriller, waar je door het geven van te veel aanwijzingen de clou verraadt. Het boek is veel meer dan dat. Het draait om de belevingswereld van Jasmijn. Dat zij aan Asperger lijdt en naar Elvis luistert staat op de achterflap.

    BeantwoordenVerwijderen