zondag 2 april 2017

Willem Elsschot – Lijmen - Het Been

Na ‘Villa des Roses’ is ‘Lijmen – Het Been’ het meest bekende boek van Elsschot. De eerste versie van ‘Lijmen’ werd gepubliceerd in ‘De Vlaamsche Gids’ in 1923. Een jaar later verscheen het in boekvorm. Pas jaren later schreef Elsschot ‘Het Been’ als aanvullende hoofdstuk op ‘Lijmen’. In 1938 werd ‘Het Been’ zelfstandig gepubliceerd. Elsschot vond direct al dat de twee werken één geheel vormden en dus ook in één boek uitgebracht moesten worden. Dat gebeurde voor het eerst pas in 1943. In de prachtige uitgave van het ‘Volledig werk’ van Elsschot vormt ‘Lijmen – Het Been’ het vierde deel.


Het verhaal is bekend, maar eruit citeren is altijd leuk. Laarmans komt in dienst van Boorman, directeur van het ‘Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen’ om hem op te volgen als directeur. Het tijdschrift heeft geen abonnees, geen redactie, maar wel een mooi kantoor en een telefoonnummer. De telefoon opnemen is niet de bedoeling. Laarmans moet vooral leren lijmen.

In het hoofdstuk ‘Business’ legt Boorman uit hoe het lijmen in zijn werk gaat. “Ik ruil papier tegen geld en ik ben dus eigenlijk koopman in bedrukt papier.” Het Wereldtijdschrift bevat ronkende artikelen (studies) over bedrijven, fabrieken en instellingen. Boorman lijmt de mensen met mooie verhalen en biedt hen aan extra te kopen. Blind van eigenwaan lopen de bestellingen op tot tienduizenden exemplaren. Na ondertekening volgt snel het drukken en het leveren. Daarna komt het incasseren, waarvan Boorman zegt dat Laarmans er een hoop plezier aan zal beleven.

“Dan voelen zij zich als bij een wandeling in een bosch met een beminnelijken gezel die onder ’t kouten een pistool uit zijn gordel trekt. zoolang je liegt en glimlacht zijn ze tevreden, maar de waarheid doet ze rillen. en ’t incasseeren is de waarheid, net als de dood. Dat je tenslotte om hun geld komt, zie je, dat vergeven zij je nooit.” En: “Dat alles komt van de ijdelheid… Ieder wil nummer één zijn.”

Boorman leert hem de ziel van zijn klanten doorgronden. Wanneer zij spijt krijgen, moet je hard zijn. Een zaak is een zaak. “ t Is trouwens onzinnig, om over geld te twisten wanneer d’eene het heeft en d’andere het hebben wil, want beiden hebben immers gelijk?” Mooi is ook zijn kijk op klanten: “Wees beleefd tegen je klanten, want het zijn je vijanden.”

Na de theorie volgt de praktijk. Mevrouw Lauwereyssen beheert met haar broer een ijzersmederij. Zij is helemaal verguld met hun bezoek. Vooral de aandacht die Boorman schenkt aan haar pijnlijke been waardeert zij. Mevrouw weet zich geen houding te geven tijdens het fotograferen en gaat er in voor 100.000 exemplaren.

Natuurlijk krijgt zij spijt. “Laat ze maar bellen, zei mijn patroon. Dat is voor haar nog de minst pijnlijke manier om geheel tot het besef van de werkelijkheid te komen.“ Na de levering van de vijftig dozen papier mag Laarmans met tegenzin de incasseringen voor zijn rekening nemen. De zaak wordt succesvol afgesloten. Boorman draagt aan het einde van ‘Lijmen’ het Wereldtijdschrift over aan Laarmans, maar blijft hem regelmatig van adviezen voorzien.

In ‘Het Been’ krijgt het verhaal een andere wending. Tijdens een van Boormans bezoeken loopt hij toevallig mevrouw Lauwereyssen tegen het lijf en ziet tot zijn schrik dat zij een houten been heeft. In de weken daarna raakt hij steeds meer geobsedeerd door dit been. Hij heeft spijt en wil het goedmaken met mevrouw Lauwereyssen. Maar zij aanvaardt zijn geld niet. Het verhaal krijgt Gogoliaanse vormen wanneer Boorman eerst via de kerk en later via het gerecht haar zijn schuld wil laten aannemen.

De deurwaarder die hij inschakelt amuseert zich al bij voorbaat om deze zaak. “Stel u even voor dat die zaak werkelijk voor komt en dat teugels die als rechter verwerken moet. zijn zenuwen zijn al niet van de sterkste en hij krijgt natuurlijk delirium voor dat hij snapt waar het eigenlijk om te doen is. Die operette maakt in ieder geval een volle zaal en ik kom zeker kijken.”

Uiteindelijk belandt Boorman in een gesticht, waar hij door ingrijpen van Laarmans en de pastoor weer uit wordt bevrijd. Hij is een inzicht rijker. “Wat heb ik eigenlijk gezocht? Begrijp jij er iets van? en zoo heb ik weer eens ervaren dat het wijzer is niets te zoeken, maar te nemen wat je krijgen kunt.” De pastoor zorgt voor een compromis tussen de partijen. Laarmans laat tot slot het Wereldtijdschrift in de steek, maar Boorman kan het lijmen niet laten.


Na herlezing blijft het boek geheel overeind staan. Zowel de verhaallijn als de stijl van Elsschot verliezen niets aan kracht. Maar eerlijk gezegd – het zijn allebei klassiekers – ‘Villa des Roses’ vind ik net iets beter.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen