zondag 9 april 2017

Monica Wesseling – Waarom spreeuwen bloemen plukken en trillende muizen slimmer zijn

Monica Wesseling schreef eerder twee boekjes met de titels ‘Waarom krijgt een specht geen hoofdpijn?’ en ‘Kan een regenworm ook verzuipen?’. Hierin legt zij kort een wonderlijk detail uit het dierenrijk uit. De stukjes zijn grappig geschreven en wetenschappelijk onderbouwd.


Dit boekje met een te lange titel heeft eenzelfde opzet. De stukjes zijn ook langer en hebben allemaal een link met onderzoek dat gedaan is op het ‘Groningse Instituut voor Evolutionaire Levenswetenschappen’. Bij bijna elk van de negentien onderwerpen wordt dit vermeld en in het nawoord nogmaals nadrukkelijk genoemd.

Wesseling koppelt bevindingen bij dieronderzoek aan de menselijke soort. Linkshandigheid blijkt bij veel dieren voor te komen. Bij mensen in 10% van de gevallen, bij de primaten rond de 40%. De vraag is wat hiervan het voordeel is. Waarom is linkshandigheid niet in de loop der evolutie verdwenen? Het antwoord hierop blijft de wetenschap ons schuldig. De mythes rond linkshandigen – creatiever, agressiever, ongezonder dan rechtshandige mensen – blijken in ieder geval niet te kloppen. Wel zijn er afwijkingen voor mensen met een sterke voorkeur, voor zowel links- als rechtshandigheid. Deze mensen zijn iets minder creatief, iets agressiever en krijgen iets minder kinderen.

Prachtig is het stuk over het verband tussen soorten gras op de savanne en grote grazers als neushoorns en olifanten. Biologen gingen er lange tijd van uit dat veel grassoorten extra hard groeien door begrazing. Dit blijkt juist omgekeerd te zijn. Door het aanstampen van de grond, wordt deze grond meer geschikt voor droogteresistente gewassen. Deze groeien langzamer, houden meer zout vast en hebben meer voedingswaarde. Precies waar de grote grazers van houden. Op de savanne staan ook stukken hoog opgeschoten gras. Deze groeien harder, zijn minder voedselrijk en worden minder gegeten door de neushoorns en olifanten. Een mooi verband, waarvan ik mij nog wel afvraag wat oorzaak en wat gevolg is.

Dit boekje bevat verder een mooi stuk over een wonderlijke sluipwesp: de vrouwtjes hoeven maar eenmaal in hun leven te paren. Zij houden het mannelijke zaad vast en kunnen naar gelang kiezen voor vrouwelijke of mannelijke nakomelingen. Een stuk over onze darmen als medicijnfabriek is ook geweldig. De  darmbacteriën worden wel ‘het tweede brein’ genoemd. Wesseling lijkt wel ietwat optimistisch over de mogelijkheden onze darmen te beïnvloeden door het simpel eten van een peentje. Elders is zij ook wat kort door de bocht. Het verband tussen geweld, serotonine en antidepressiva wordt in een paar zinnen uitgelegd, maar dit is uiterst complex en is niet zo eenduidig als zij het voordoet.


Los van deze versimpelingen en de herhalingen dat onderzoekers uit Groningen zich met deze zaken bezighouden is ‘Waarom spreeuwen bloemen plukken en trillende muizen slimmer zijn’ een aardig boekje geworden, de derde in een serie die wat mij betreft een vervolg mag krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen