zaterdag 16 juli 2016

Georges Perec – Een kunstkabinet

Georges Perec (1936-1982) was van Pools-Joodse afkomst. Hij groeide op in Frankrijk. Zijn ouders kwamen om in de oorlog. Perec schrijft merkwaardige boeken, zoals ‘Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats?’, waar de hoofdpersoon telkens een andere naam heeft, of ‘Tips en wenken voor wie zijn afdelingschef om opslag wil vragen’, waarin geen enkele bruikbare tip te lezen valt. Opmerkelijke is ook zijn boek  ‘La Disparition’, waarin de letter E ontbreekt. Hij is een  meester in uitweidingen en houdt erg van eindeloze opsommingen. Toch zijn zijn boeken zeer leesbaar en de humor ontbreekt niet in zijn werk.


Zijn magnum opus is ‘Het leven een gebruiksaanwijzing’, waarin de hoofdpersoon een groot huis in Parijs is. Het boek bevat een enorm aantal verhalen van de bizarre bewoners van deze flat. In dit boek leeft Perec zich volledig uit in het opsommen van groteske details en minutieuze beschrijvingen van de kamers van het gebouw.

‘Een kunstkabinet’ kun je lezen als een aanhangsel van ‘Het leven een gebruiksaanwijzing’. Hoofdpersoon is bierbrouwer Hermann Raffke en zijn legendarische schilderijenverzameling. Voor het laatst werd deze tentoongesteld in 1913. Het belangrijkste schilderij betrof een afbeelding van het kunstkabinet, zoals dit ten tijde van de tentoonstelling werd getoond.

Deze opstelling met Droste-effect trok talloze bezoekers. Mensen kwamen telkens terug om alle bijzonderheden te kunnen waarnemen van het schilderij in het schilderij in het schilderij, enzovoorts. Zij brachten vergrootglazen mee, verhogingen en trapladders om alles te kunnen bestuderen.

Merkwaardig was dat er door maniakale waarnemers afwijkingen werden ontdekt in de kopieën. Personages en voorwerpen verdwenen of waren verplaats in een volgende kopie. Een theepot werd een koffiepot. Een kudde schapen werd groter, later weer kleiner en zo meer.

Na een incident werd de tentoonstelling gesloten. In de rest van het boek richt Perec zich op de figuur Hermann Raffke. Hij beschrijft zijn reizen naar Europa om schilderijen in te kopen en behandelt in zijn bekende opsomstijl de verschillende werken. Ook verdiept hij zich in de veilingen die Raffke bezocht. Hij beschrijft talloze  schilderijen, doet een inschatting van de zeldzaamheid van het werk en noemt de uiteindelijke verkoopprijs.

De details zijn absurd. De rij adviseurs van Raffke was lang. Perec noemt ze allemaal en het liefst met een kenmerkende eigenschap erbij. Zo ook voor de Fransman Henri  Pontier, “destijds docent aan de universiteit van Aix, die evenwel onder de bijnaam La Flanelle een hooggewaardeerde komiek in het grove genre zou worden: van hem zou de gewoonte afkomstig zijn, hoewel deze mening tegenwoordig zeer omstreden is, liedjes af te sluiten met ‘retteketet’.”

Hermann Raffke had zich na zijn dood laten begraven met het schilderij van het kunstkabinet. Het verhaal eindigt met de ontdekking dat een deel van zijn collectie bestond uit vervalsingen. Raffke kwam hier zelf achter, maar hield dit geheim. Later nam hij wraak door zelf doeken te vervalsen. Maar in de laatste alinea geeft Perec een nog grotere onthulling. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen