dinsdag 5 juli 2016

Alex Boogers – De lezer is niet dood

“De echte lezer is noodgedwongen een hongerkunstenaar geworden.” Wat we nodig hebben zijn verloskundigen die de nieuwe lezers op weg helpen. In dit essay houdt Alex Boogers een pleidooi om de nieuwe lezer serieus te nemen en niet het voer voor te zetten dat wij met ons allen al jarenlang eten. Maar een belangrijke vraag is: ”Waar staan de kraamkamers?”


Het essay begint heel sterk met een serie uitspraken beginnend met de woorden: “De lezer is niet dood…”  , omdat er minder boeken worden verkocht, omdat er minder jonge lezers zijn, omdat er boekhandels zijn verdwenen, enzovoorts.

Volkomen terecht zet hij vraagtekens bij cliché-uitspraken dat er minder gelezen zou  worden. Boogers vertelt over zijn eigen jeugd. Hij groeide op in een gezin zonder boeken. Lezen was voor iemand anders. “Ik wist niet dat ook ik goed genoeg was voor het boek.”

Bij toeval ontdekte hij een boek dat hem boeide, over Muhammed Ali. Hij verslond het, wilde het hebben en pikte het uit de bibliotheek, zodat anderen het niet meer konden lezen. Dit was het boek dat voor hem bestemd was.

Zo noemt hij andere voorbeelden van jongeren die gegrepen worden door een verhaal, een boek. Maar vaak is de afstand groot en weet de nog niet-lezer niet waar hij moet zoeken. “Wie zou hem de titels moeten aanreiken?”

Boogers vertelt over een Surinaamse jongen, een vriend van hem. Hij werd voortdurend gepest. De bibliotheek was de plek waar hij boeken vond waarin hij zichzelf herkende, die hem kracht gaven. Hij las over racisme, over de indianen in Amerika en over slavernij. De school reikte hem deze boeken niet aan. “Hij onderwees zichzelf.”

Dit zijn mooie verhalen. Boogers gaat verder en ziet de hele boekindustrie met alles wat daarmee samenhangt als een gesloten wereld waar nieuwe lezers moeilijk toe kunnen binnendringen. Ik zie dat ook wel, maar vind hem hier enigszins overdrijven. Vooral als hij beweert dat schrijvers die geheel hun eigen weg gaan worden weggehoond en bespot. Dat valt wel mee.

Maar het is zeker waar dat de literaire wereld en potentieel nieuwe lezers te ver van elkaar afstaan. De aansluiting is heel persoonlijk. Iemand moet verbinding leggen. De school schiet hier vaak tekort. “In het voortgezet onderwijs wordt onbewust geleerd dat het boek een marginale plaats inneemt.” De reactie is dan “Lezen? Waarom zou ik?”

Natuurlijk is dit een kleine overdrijving. Er zijn veel scholen die wel kinderen weten te boeien en precies het juiste boek voor iemand weten te vinden, maar het signaal van Boogers is terecht.

Tot besluit een mooi citaat uit dit essay dat zeker ook door bibliothecarissen gelezen mag worden: “De lezer is niet dood. We laten hem in een verschraald landschap sterven van de dorst. We geven hem zand in plaats van water. Suiker, in plaats van vitaminen.”


En nog een: “De lezer is niet dood. We laten hem sterven. We geven op. We veranderen niets. We draaien niets om. We zoeken niet verder. We denken dat het geen zin heeft, en misschien is dat wel zo. Maar als er onder de leerlingen een lezer zit die iets aan het boek heeft dat hem is aangereikt, dan is het niet voor niets geweest.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen