woensdag 15 april 2015

Alexander Münninghoff – De stamhouder



Alexander Münninghoff is een wonderlijke kerel. Hij was decennialang journalist bij de Haagse Courant. Hij was correspondent in de Sovjet-Unie, oorlogsverslaggever en hij schreef veel over schaken. En Münninghoff stond een paar jaar geleden op de verkiezingslijst van 50plus.


Vorig jaar schreef hij deze familiekroniek. Zijn grootvader was een succesvol zakenman, die zich voor de Tweede Wereldoorlog in Letland vestigde en daar een fortuin verdiende. Hij trouwde er met een Russische vrouw en kreeg vier kinderen. Voordat de Russen Letland binnenvielen ontvluchtte de familie Letland en betrokken zij een huis in Voorburg.

De vader van Alexander Münninghoff had toen al menig conflict met zijn vader uitgevochten. Hij heette Frans en werd voor de oorlog naar een school in Nederland gestuurd. Hij voelde zich alles behalve Nederlander en werd in de jaren dertig gegrepen door de Nazi-ideologie. Hij meldde zich aan bij de Waffen-SS om de Sovjets te bevechten. Drie jaar was hij aan het Oostfront

Tijdens de oorlog trouwde hij met  Wera, die hij kende uit Letland. In 1944 werd Alexander geboren in Posen, het huidige Poznan. Een jaar later moesten moeder en zoon uitwijken naar Nederland. De vader was spoorloos.

In ‘De Stamhouder’ vertelt Münninghoff deze geschiedenis tot in detail. Een hele reeks familieleden komt voorbij: de oma, de broers van zijn vader, de tweede vrouw van zijn vader en allerlei andere aanverwanten. Kort gezegd komt er, met uitzondering van Alexander en zijn vrouw, in het hele boek, en dus in de hele familie, geen normaal mens voor.

De grootvader is een potentaat en Katholiek. Zaken gaan voor hem boven alles. Hij is iemand die tot in de hoogste kringen relaties heeft. Hij denkt altijd drie stappen vooruit. In heel Europa heeft hij zakelijke belangen. Vlak voor de oorlog slaat hij een grote voorraad lang houdbaar voedsel in. Hij heeft onduidelijke contacten met de Engelsen. De schrijver suggereert betrokkenheid in spionagezaken. Na mei 1940 weet hij zich in korte tijd onmisbaar voor de Duitsers te maken.

Deze grootvader is een opportunist die overal winst ruikt. De familie-eer heeft hij eveneens hoog in het vaandel. Hij was niet blij dat Frans lid werd van de Waffen-SS. Maar het kwam wel goed uit om hiermee bij de Duitsers in een goed blaadje te komen. Zijn grootste zorg was of dit na de oorlog geen nadelige gevolgen voor zijn zakenimperium kon hebben.

Hij doet er daarom alles aan om zijn zoon uit handen van justitie te houden. En als Frans uiteindelijk voor moet komen zet hij de beste advocaten in. Achter de schermen voert hij druk overleg met al zijn katholiek vriendjes, zoals de minister van justitie.

Dit soort crimineel geritsel past hij voortdurend toe. De katholieke netwerken spelen hierbij een belangrijke rol. Dit gaat heel ver: gesjoemel met valse paspoorten, gerommel met Joodse tegoeden en het doorsluizen van oud SS-ers naar Zuid-Amerika. Opa, door Münninghoff  liefkozend de Oude Heer genoemd, was na de oorlog nog fouter dan tijdens de oorlog. De daden van zijn zoon Frans zijn er niets bij. Toch oordeelt Münninghoff heel mild over hem, en heeft zelfs bewondering voor de man.

De vader van Alexander Münninghoff was een sul. Frans was na de oorlog voortdurend bezig rijk te worden, maar had hiervoor niet de capaciteiten. Hij liet zich door iedereen in de luren leggen en verlangde terug naar de kameraadschappelijkheid tijdens de oorlog. Bovendien zoop hij steeds meer en verliet hij al heel snel zijn vrouw voor de vrouw van een ‘zakenpartner’, die net als vele andere figuren in zijn leven gelieerd was met de familie.

De moeder van de schrijver woonde intussen in Duitsland. Alexander had zij meegenomen, maar opa had alles in het werk gezet om haar uit de ouderlijke macht te zetten. Dit lukte. Vervolgens liet hij het kind ontvoeren. Moeder stond machteloos en leefde de rest van haar leven in de allertreurigste omstandigheden.

Alexander groeit zo op tussen zijn alcoholische vader en een stiefmoeder, die al gauw ook geen aandacht meer voor hem heeft. Zijn ouders beramen steeds weer plannen om rijk te worden, loeren op erfenissen, etc. Vader valt voortdurend in herhalingen met het vertellen van zijn oorlogsverhalen. Hij is een compleet teleurgesteld man. “ Zijn drie favoriete slogans luidden: De domste boeren hebben de dikste lullen, Met geweld gaat alles, en Denken moet je aan paarden overlaten.”

De meest aangrijpende passage in ‘De stamhouder’ is wanneer de schrijver na 18 jaar zijn moeder terugvindt in een afgelegen loods in een Duits dorp. Zij is hertrouwd met een dikke stofzuigerverkoper en heeft een nog jong kind. Overal spat de armoede vanaf. Zij praten wat en wonderlijk genoeg lukt het hen om samen weer te lachen. Hij vraagt zijn moeder waarom zij nooit meer contact heeft gezocht en niet gereageerd heeft op zijn brieven. “Omdat ik niet durfde, Liebes. En omdat er zoveel jaren voorbij waren gegaan.”

Bij zulke passages schrijft Alexander Münninghoff het meest geloofwaardige proza. Daarentegen lijken vooral de verhalen rond zijn opa uit een spannend jongensboek overgeschreven. Ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Veel zal hij opgeschreven hebben op basis van geruchten binnen de familie. De trots op zijn opa en zijn onkritische houding tegenover hem vind ik vreemd. Hij is journalist, maar nergens beroept hij zich op bronnen. De betrokkenheid bij de opbouw van spionagenetwerken vlak na de oorlog, de voorbereidingen voor de aanslag op Adolf Hitler, de steun van het Vaticaan om Nazi-kopstukken naar Zuid-Amerika te loodsen, het zijn stuk voor stuk hoogst interessante thema’s waar je je als journalist kritisch in kunt vastbijten. Münninghoff vertelt er alleen geheimzinnig over.

Opmerkelijk is ook dat hij soms schrijft dat niemand iets van een situatie afwist. Bijvoorbeeld over hoe aan het eind van de oorlog hij als baby met zijn vader en moeder in Posen leefde. Maar een zin later blijkt ‘via de familietamtam’ toch informatie te zijn binnengekomen. Deze familietamtam duikt telkens op in zijn boek. Het is een wondermiddel, het lijkt wel telepathie.

Even vreemd is hoe hij gedetailleerd schrijft over een oude oorlogskameraad, wiens vrouw door Frans is bezwangerd en waarvan het resultaat is: een verslaafde en gestoorde halfzus van Alexander. De man pleegt in eenzaamheid zelfmoord en de laatste momenten worden nauwkeurig beschreven.

‘De stamhouder’ is een prachtig geschreven boek en een fantastisch familieverhaal. Of alles werkelijk zo is gebeurd durf ik te betwijfelen. Ik las het na een paar hoofdstukken meer als een roman. Het is een uitstekende roman.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten