zondag 30 november 2014

Pieter Steinz en Bertram Mourits – Luisteren &cetera



Ik hou van lijstjes in de popmuziek. Niet omdat het perse iets zegt over de kwaliteit van de muziek, maar omdat je er zo fijn over van mening kunt verschillen. Luisteren &cetera deel 2 gaat over de muziek van de jaren 80 en 90. Deel 1 (heb ik niet gelezen) ging over de jaren 70.


Bertram Mourits en Pieter Steinz zetten in dit boek de 25 beste albums uit de twee decennia op een rij. Zij noemen het een manier om popmuziek in kaart te brengen. Bij elk album geven zij een schema met invloeden. En zij geven tips om verder te luisteren. Elke bespreking van een album wordt afgewisseld met een meer algemeen stukje over een stroming in de popmuziek.

Steinz maakte eerder zulke overzichten voor boeken uit de wereldliteratuur. Ik las deze krantenrubriek altijd met veel plezier. Voor muziek vind ik het procedé minder geslaagd. Dit kan eraan liggen dat ik het boek nu in een keer consumeer in plaats van elke week een stukje, maar ik vind ook de variantie in hun luistertips en invloeden een beetje beperkt. Bowie, Velvet Underground, Dylan, The Beatles, James Brown, Iggy Pop. Het zijn grote namen en ze zijn weinig verrassend.

Over de keuze voor dé 25 albums valt genoeg te zeuren. The Police zou ik niet als jaren 80 band opvoeren. De sensatie van Kate Bush was twee jaar voordat de jaren 80 begonnen, hoewel zij daarna natuurlijk prachtige platen heeft gemaakt. Oasis zou in mijn lijstje niet voorkomen.

Grote namen ontbreken niet: Madonna, Michael Jackson, Prince, e.d. Wat Steinz en  Mourits  erover schrijven is helaas nogal banaal. Sommige stukje gaan niet veel verder dan een wikipedia-pagina. Ik las bij de grote namen niets nieuws. Of het moet een anekdote zijn die bevestigt wat ik al wist, zoals Bono die voor het maken van een foto in 1987 een stylist in dienst nam omdat hij zich zorgen maakte of hij wel goed genoeg overkwam.

Bij het verklaren waarom een album zo goed of belangrijk is komen de nodige clichés voorbij. Definitely Maybe van Oasis was bijvoorbeeld de juiste plaat op het juiste moment. Het zegt niks, maar natuurlijk is het lastig wel iets verstandigs te zeggen over zoiets mysterieus als de populariteit van een band of stroming.

Er komen ook mooie uitspraken voorbij, zoals in een stukje over het drumgeluid in de jaren tachtig dat wordt afgesloten met de zin: “De vooruitgang werd weer eens in het verleden gevonden.”

En wat ontbreekt er in de lijst van 25 zoal: The Verve, Pixies, Beastie boys, Snoop dog, Sonic Youth, Bonnie Prince Billy en Yo la tengo. Maar goed, bij het maken van keuzes valt er altijd iets af.

De stukjes over stromingen graven iets dieper dan de albumbesprekingen, maar het leukst in dit boek zijn de lijstjes. Ik kwam gelukkig namen tegen die ik vergeten was of die ik helemaal niet kende. Bij bijna elk hoofdstukje moest ik even zoeken op Youtube en luisterde ik met plezier naar o.a. Kirsty MacColl, Game Theory, Modest Mouse, Harry Partch, Decemberists en Son Volta.

De grootste ontdekking voor mij was William Elliott Whitmore. Wat een stem, geweldig. Eén zo’n ontdekking maakt het hele boek zinvol.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen