In Je suis Ahmed beschrijft journalist Peter Groenendijk Ahmed Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam. Maar het boek is meer dan dat, het geeft ook een beeld van vijftien jaar Rotterdamse geschiedenis. De focus ligt op de politiek, maar vanzelf komen daar de problemen van de grote stad bij, en - omdat Aboutaleb een nationale publieke figuur is en zich liet horen in het politieke debat - gaat het ook over landelijke onderwerpen, zoals integratie, drugs, voetbalhooligans, woningbouw en terrorisme. Onze burgermeester was een rouwdouwer die vaak pochte over zijn eigen kwaliteiten, maar door zijn overtuigingskracht en doorzettingsvermogen heeft hij ook veel kunnen betekenen voor de stad.
Peter Groenendijk schrijft voor het Algemeen Dagblad en volgde Aboutaleb jarenlang. Knap is hoe hij ondanks dat hij er vaak met zijn neus bovenop zat, zijn onderwerp heel objectief benadert. Het AD was zelf een tijdje in conflict met de burgemeester, maar hij laat nergens merken dat hij partij voor of tegen hem kiest. Hij beschrijft dan puur de reacties op Aboutaleb vanuit de samenleving, de politiek, het bedrijfsleven en meer. Dit zou met meer dan driehonderd pagina’s wat saai kunnen worden, maar Groenendijk schrijft voortreffelijk en weet steeds spanning in zijn verhaal te brengen.
Dat begint al in het eerste hoofdstuk over de benoeming van de nieuwe burgemeester in 2008. Niet iedereen was even enthousiast hierover en Leefbaar Rotterdam was ronduit tegen. Leuk om te lezen is hoe er onderling werd overlegd: binnen de partij, met de fractievoorzitter van de PvdA Van Heemst, met burgermeester Opstelten, met landelijke politici en meer; ook hoe sommige mensen zoals premier Balkenende pas laat werden ingelicht en hoe de sollicitatiecommissie in het diepste geheim de gesprekken met de acht kandidaten voerden. Groenendijk neemt je helemaal mee in dit verhaal. Pikant is dat Marco Pastors lid was van de sollicitatiecommissie en uiteindelijk ook voor hem stemde. Hij kon het persoonlijk goed met de beoogde burgermeester vinden, maar hij had natuurlijk liever de Leefbaar-kandidaat in het stadhuis gezien. Zijn fractieleden waren op zijn zachtst gezegd niet blij met Aboutaleb en lieten dat in de beginperiode duidelijk blijken. Later gingen ze zijn kordate optreden en zijn focus op veiligheid meer waarderen.
De eerste jaren waren de relaties die Aboutaleb moest onderhouden vaak moeizaam. Hij paste niet binnen de sfeer van bepaalde Rotterdamse kringen zoals het bedrijfsleven en de horeca; later ging dat veel beter. Met Feyenoord is er nooit een warme band geweest. Bij ongeregeldheden dreigde hij met harde acties die hij daadwerkelijk ook uitvoerde zoals het spelen van de klassieker zonder uitpubliek. Het door hem gewenste nieuwe stadion is er ook nooit gekomen. Een van de struikelpunten was zijn manier van communiceren. Hij voerde graag monologen waarbij hij anderen de les las. Hij wilde dan laten zien wat hij allemaal wist en luisterde te weinig. Hij ging ook anders om met zijn ambtenaren. Aboutaleb kwam veel op straat, ging de wijken in en sprak iedereen aan. Ambtenaren zijn gewend te werken vanuit visies en beleidsnota’s, maar Aboutaleb stuurde hen naar buiten toe.
Vanaf 2013/2024 ging het beter. De mensen in de stad gingen hem steeds meer waarderen, mede omdat hij bij een aantal cruciale gebeurtenissen heel kordaat optrad en precies de juiste woorden wist te vinden, zoals bij de aanslag op Charlie Hebdo, waarna hij een toespraak hield die wereldwijd werd geprezen. Hij wist ook steeds beter grote bedrijven en projecten te realiseren voor de stad, zoals het behoud van de Van Ghent kazerne, extra geld voor drugsbestrijding en de grootschalige aanpak van problemen op Rotterdam-Zuid. Het opscheppen bleef, net als de monologen, maar daar stond veel goeds tegenover. Dit positieve beeld veranderde langzaam aan het eind van de vijftien jaar. Hij was een derde termijn aangegaan, maar zei al vooraf dat hij deze niet ging afmaken. Nieuwe, jonge raadsleden konden steeds minder goed met hem omgaan en lieten dit ook blijken. Zijn tijd was voorbij en hij maakte in 2024 dan ook ruimte.
De aanpak van Groenendijk in dit boeiende boek is deels chronologisch, maar in ieder hoofdstuk staat ook één onderwerp centraal zoals de rellen in Hoek van Holland, de Tweebosbuurt, de Coronaperiode, drugsbestrijding en Feyenoord City. Hier en daar is er wat overlap, maar dit stoort in het geheel niet. De schrijver heeft zich goed aan het onderwerp gehouden: Aboutaleb als burgermeester. Over zijn privéleven lees je heel weinig, dat is misschien iets voor latere biografen. Groenendijk heeft in Je suis Ahmed Aboutaleb getoond als een man met verschillende gezichten en kwaliteiten. Hij spaart hem niet, laat de fouten zien die hij maakte, maar beschrijft zeker ook zijn grote verdiensten voor de stad. Ik las het boek met veel plezier in twee dagen uit.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten