De wereld van gisteren is een van die beroemde boeken die al jaren in de kast staan om ooit nog eens gelezen te worden. Onlangs kwam het er dan eindelijk van: het is volkomen terecht een klassieker. Stefan Zweig (1881-1942) was weliswaar geboren in Wenen, dat in 1881 de hoofdstad was van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, maar was vooral een Europese schrijver. Hij woonde onder meer in Berlijn, Parijs en Londen, reisde de hele wereld rond en had overal intellectuele vrienden. In deze herinneringen die hij vlak voor zijn dood schreef en die in 1944 postuum werden uitgegeven, geeft hij een indringend beeld van Europa in de jaren 1900-1940.
Stefan Zweig was een geassimileerde Jood en groeide op in een beschaafd en welvarend Weens milieu. Zijn vader was een solide zakenman, die het belangrijker vond bezit te hebben en verzekerd te zijn van een mooie toekomst dan dat hij zijn bezit tentoon wilde spreiden. Hij leefde anoniem en weigerde onderscheidingen en andere eerbetonen. Zweig beschrijft de joodse cultuur in die tijd als een vlucht in het geestelijke en vergelijkt dit met de dubbelmonarchie. Oostenrijk wilde zich niet zozeer militair of politiek onderscheiden, maar vooral cultureel. Deze vergeestelijking ondervond Zweig op de middelbare school en op de universiteit. Met zijn leeftijdsgenoten wedijverde hij voortdurend in smaak en kennis. Ze volgden de nieuwste kunst, literatuur en muziek. Op jonge leeftijd begon Zweig met schrijven en in 1901 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel.
In deze eind-negentiende-eeuwse cultuur leefden verschillende groepen mensen in Wenen redelijk vreedzaam naast elkaar. Het was een tijd van materiële en geestelijke vooruitgang en van nieuwe uitvindingen. Maar Zweig benoemt ook dat het een milieu was waarin veel verzwegen en verstopt werd. Seksualiteit was geen onderwerp waarover gesproken werd. De cultuur was volgens hem sterk mannelijk georiënteerd en meisjes uit de hogere klassen werden geïsoleerd opgevoed en werden op geen enkele wijze seksueel voorgelicht. De paradox was dat in Wenen prostitutie zeer wijd verbreid was en dat vrouwen zich openlijk op straat aanboden.
Ondanks het optimisme en het vooruitgangsgeloof na een paar decennia vrede, was er ook onrust en frustratie. De manier waarop Zweig deze gevoelens beschrijft doet soms erg denken aan onze huidige tijd. Toch ging men in 1914 hoopvol de oorlog in en in dat eerste oorlogsjaar merkte Zweig hoe de massahysterie in beide kampen de hele bevolking in de greep hield. Hijzelf liet zich hierin niet meeslepen. Hij was van beginnend schrijver een veelgelezen auteur geworden en zijn werk was in vele talen vertaald. Hij kende Rilke, Von Hofmannsthal, Arthur Schnitzler en vele anderen. Hij had goede vrienden in het vijandelijke kamp zoals Romain Rolland, waarmee hij in contact probeerde te komen.
Zweig beschrijft de omslag tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na een jaar of twee was het optimisme afgenomen en groeide de roep om vrede. Prachtig is hoe hij de naoorlogse periode beschrijft, zoals de armoede en inflatie in het nieuwe, kleine Oostenrijk, waar hij in Salzburg ging wonen. Een van de mooie dingen in dit boek is dat Zweig voortdurend omging met beroemde schrijvers en kunstenaars en hier altijd vol enthousiasme over schrijft. Hij was in het Interbellum een van de meest gelezen Duitstalige schrijvers. De grootste acteurs en regisseurs wilden werk van hem, hij schreef een libretto voor Richard Strauss, Maxim Gorki vroeg aan hem of hij het voorwoord mocht schrijven bij de Russische uitgave van zijn verzamelde werken en in Londen ontmoette hij toevallig de twee grootste Engelse schrijvers van die tijd: H.G. Wells, Bernard Shaw. Later bezocht hij in Londen geregeld Sigmund Freud en hij prijst zijn helderheid van denken. Op een dag nam hij zijn vriend Salvador Dali mee die meteen een tekening van Freud maakte.
Zweig beschrijft uitvoerig en zeer indringend de opkomst van Hitler. Eerder zag hij de fascisten in Italië en Spanje, maar de groepen nationaalsocialisten die in Wenen tekeer gaan zijn georganiseerder, radicaler en nog meer overtuigd de wereld compleet om te gooien. Hij kiest er vlak voor de Anschluss voor om Oostenrijk voorgoed te verlaten. Heel overtuigend schetst hij het proces van verschuivende moraal. De opkomst van de radicale vreemdelingenhaat en de tactiek van de nazi’s om telkens een nieuw giftig idee uit te testen op de bevolking: ‘Want het nationaalsocialisme hoedde er zich in zijn gewetenloze misleidingtechniek wel voor zijn doeleinden in al hun radicaliteit te laten zien voordat het de wereld gehard had. Dus oefenden ze hun methode voorzichtig: steeds een kleine dosis en na die dosis een kleine pauze.’ De doses werden steeds sterker, ‘tot tenslotte heel Europa eraan te gronde ging. Het meest geniale dat Hitler heeft gepresteerd is, deze tactiek van behoedzaam aftasten en dan steeds genadelozer toeslaan tegen een moreel en algauw ook militair steeds zwakker wordend Europa.’
Deze analyses van zijn tijd, zowel van de periode voor de Eerste Wereldoorlog als van het Interbellum zijn uiterst helder beschreven en zowel persoonlijk als filosofisch. Stefan Zweig weet de grote ontwikkelingen in de Europese geschiedenis voortdurend te verbinden met zijn persoonlijke leven. Helaas moest ik hierbij vaak denken aan ontwikkelingen in onze huidige wereld. Niet iets waar je vrolijk van wordt. Toch raad ik dit boek aan iedereen aan.
Tot slot wil heb ik toch één punt van kritiek leveren op dit fantastische boek. Zweig is tweemaal getrouwd geweest. De schrijfster Friederike Maria Burger kende hij vanaf 1912 en in 1920 vond het huwelijk tussen hen plaats. In de jaren dertig leefden ze gescheiden, en in 1938 werd het huwelijk ontbonden. In Londen trouwde Zweig een jaar later met Elisabet Charlotte Altmann. De twee woonden in 1942 in Brazilië, waar zij op 22 februari gezamenlijk suïcide pleegden. Het punt is dat Zweig in het hele boek beide vrouwen niet bij naam noemt. Wanneer hij terugkeert naar zijn huis in Salzburg heeft hij het opeens over ‘we’ en begrijp je dat zijn vrouw er ook bij was. Over de scheiding zegt hij niets en zijn tweede vrouw noemt hij slechts in één alinea als het gaat over de moeilijkheden bij het sluiten van hun huwelijk, zonder haar bij naam te noemen. De wereld van gisteren is een intellectuele autobiografie. De persoonlijke herinneringen zijn enorm interessant omdat hij omging met tallozen bekende kunstenaars, componisten en schrijvers en omdat hij getuige was van vele grote, dramatische gebeurtenissen uit zijn tijd, maar zijn eerste vrouw was ook een schrijver en een intellectueel, die naar ik aanneem ook deelnam aan discussies en geregeld mee ging als haar man op bezoek ging bij andere grote mannen. Toch vreemd dat zij geen rol speelt in dit verder meesterlijke boek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten