dinsdag 2 juni 2026

Bob McGlincy – Expositions & World’s Fairs. In the beginning


Er verschijnen geregeld degelijke Amerikaanse studies over wereldtentoonstellingen: over één specifieke tentoonstelling, over een bijzonder (rand)verschijnsel of met een nieuwe invalshoek. Daarnaast komen er om de havenklap overzichtswerken uit die voor mij weinig nieuws bevatten. Dit boek kon ik niet goed plaatsen, maar het was een online koopje, dus schafte ik het aan. McGlincy concentreert zich op de eerste tentoonstelling, die plaatsvond in Londen in 1851 en waar hij vol enthousiasme over schrijft. Het boek is verder een beetje mager en de vele lovende recensie die hij erin heeft opgenomen doen belachelijk aan.

De auteur blijft zich het hele boek verbazen over de Great Exhibition die met goedkeuring en steun van koningin Victoria in korte tijd werd georganiseerd in Londen: ‘Nothing like it had ever been seen before in Londen, or for that matter, anywhere in the world.’ De cijfers, waarmee McGlincy zijn boek overlaadt, geven hem gelijk. Het was de eerste tentoonstelling van enige omvang waar andere landen voor werden uitgenodigd om te komen exposeren: vierenveertig landen waren vertegenwoordigd. McGlincy laat zien dat in de decennia ervoor de grote nationale tentoonstellingen over industrie, handel en nijverheid steeds massaler werden, maar in het niet vielen bij die van 1851. Totaal waren er 14.000 tentoonstellingen te zien: landbouw- en andere machines, nieuwe technieken, kunst, stoffen, kleding, muziekinstrumenten, etenswaren vanuit de hele wereld, enzovoorts.

Uniek was ook de bouw van het tentoonstellingsgebouw Crystal Palace, op dat moment het grootste gebouw ter wereld. Het was opgebouwd uit glas en ijzer. De architect Paxton, die tuinarchitect was, had plantenkassen ontworpen, maar die waren natuurlijk een stuk kleiner dan het Crystal Palace. Het gebouw werd in slechts een jaar neergezet. Waar de opening bij latere tentoonstellingen soms maanden of zelfs jaren werd uitgesteld, opende deze precies op tijd: 1 mei 1851. 

De Great Exhibition werd in zes maanden tijd bezocht door zes miljoen mensen; er zijn dagen geweest dat er meer dan 100.000 mensen Crystal Palace binnenliepen. Nooit eerder waren deze bezoekersaantallen bij wat voor evenement ooit behaald. In andere overzichtswerken wordt daar meestal bij gezegd: in vredestijd. Want bij bijvoorbeeld de veldslagen van Napoleon waren soms honderdduizenden soldaten betrokken.

Wat verder bijzonder is, was dat de organisatie van deze expo goed in elkaar zat en slechts beperkte financiële steun vanuit de overheid kreeg. Er werd entree geheven en men verwachtte één miljoen mensen; het werden er zes keer zo veel. De winst werd geïnvesteerd in de wijk South Kensington, zoals in het Victoria and Albert Museum, het Science Museum en de Royal Albert Hall. 

Deze eerste wereldtentoonstelling was bedoeld om goederen te tonen en uitvindingen te promoten, maar er werden geen producten te koop aangeboden. Tal van ondernemingen hebben er natuurlijk wel van geprofiteerd door hier aanwezig te zijn. Leuk is dat de auteur een overzicht geeft van ondernemingen die zijn ontstaan rond de tijd van deze expo en/of er grotere bekendheid door kregen, zoals Goodyear rubber, Colt revolvers, reisbureau Thomas Cook, Alfred Krupp staal en Schweppes.

Het meeste wat ik las in Expositions & World’s Fairs In the beginning wist ik al, maar de vele overzichtjes in het boek zijn inzichtelijk. Zo geeft de auteur een opsomming van expo’s in de decennia na 1851, waarbij hij de focus legt op bouwconstructies die verwant zijn aan het Crystal Palace. De lijst met uitvindingen, die werden getoond op wereldtentoonstellingen, blijft ook indrukwekkend: de maaimachine, een veilige lift, naaimachines, beton, het watercloset, de fax (1851!) telegraaf, telefoon, televisie, enzovoorts. 

Het boek is een aardige introductie, maar heeft ook gebreken. Zo staan er geen noten in en weet je niet waar McGlincy bepaalde informatie vandaan heeft. Ik denk dat de auteur gebruik heeft gemaakt van AI, maar dit vermeldt hij niet. Echte fouten heb ik niet ontdekt, maar de eerste zin in het voorwoord van Charles Papas, kenner van het onderwerp en schrijver van het boek met de opmerkelijke titel Flying Cars, Zombie Dogs, and Robot Overlords is onjuist. Hij schrijft dat zes miljoen Britten de tentoonstelling bezochten in 1851. Ten eerste waren het niet alleen Britten en ten tweede gaat het om bezoekcijfers en veel mensen bezochten de expo meerdere malen.

Geen opmerkingen: