zondag 6 september 2020

Albert Cossery – De mensen die God vergat


Na het lezen van Het huis van de wisse dood ben ik op zoek gegaan naar meer boeken van de Frans-Egyptische schrijver Albert Cossery. De verhalenbundel Les hommes oubliés de Dieu uit 1941 is zijn prozadebuut. Deze vertaling van (wederom) Mirjam de Veth is uit 2010 en ook uitgegeven bij Coppens & Frenks.


De bundel bevat vijf verhalen die zich allemaal afspelen aan de absolute onderkant van de maatschappij. Het decor wordt gevormd door de sloppenwijken van een grote stad. Cairo is zonder meer de inspiratiebron geweest voor Cossery. De verhalen zitten vol uitgeteerde zwervers, kleine failliete ondernemers en naakte kinderen die aan hun lot overgelaten op straat rond hangen. Schelden is de gangbare manier van communiceren tussen de bewoners van de half vergane huizen. Hier zijn ze bijzonder inventief in.

 

Het eerste verhaal is getiteld De wraak van de postbode. Hanafi is strijker van beroep. Hij heeft zijn nering in de Zwangerevrouwenstraat. Het liefst slaap hij de hele dag, maar de bewoners in de straat worden te veel verstoord in hun rust door allerlei lawaaischoppers, zoals straatventers. “Want die barbaarse wezens kwamen al om zes uur ’s ochtends aanzetten, prezen als prostituees luidkeels hun smerige etenswaren aan en vergelijken die onbeschaamd met zeldzame vruchten.”  Een groentenventer was onlangs bezweken. Vanuit een krot was er een pispot op zijn kop gegooid. De dader was snel gevonden, Radwaan Ali, de grootste armoedzaaier ter wereld. “En de menselijke trek school hem hierin: de aardewerken pispot waarmee Radwaan Ali de venter had geveld was zijn enige meubelstuk, en dat had hij opgeofferd om de ochtendslaap van de hele straat veilig te stellen. Geconfronteerd met een zo grote opofferingsgezondheid stonden zelfs de politiemensen sprakeloos.”

 

Hanafi zit voor zijn winkel en wordt uit zijn dromerijen gehaald door de vervloekte postbode. De vreselijke vent in zijn kaki uniform houdt een ingewikkeld verhaal over een aangetekende brief. Hanafi denkt eerst in de maling te worden genomen. Hij kan immers niet lezen. De ongeluksbode leest vervolgens het bevel aan Hanafi voor.  Hij heeft een half jaar geen huur betaald en moet zijn winkel binnen 24 uur verlaten. Veel gebeurt er niet in deze zaak. “Alles in de ruimte leek trouwens afkomstig van een recente opgraving.” Maar ’s nachts kwamen de mannen uit de straat er samen om hasjiesj te roken. ”In die zin was de winkel van Hanifa van kapitaal belang voor de hele buurt.” Wat ga je doen vraagt de postbode. “Gewoon, ik ga mijn vrouw slaan. Er zit niets anders op.” Het idee is dat zijn schoonmoeder door het geschreeuw medelijden zal krijgen en hem geld zal geven om de huur te voldoen, waarna de hele buurt bij hem weer hasjiesj kan komen roken.

 

De verhalen van Cossery zitten vol met dit soort absurde redeneringen. Het verhaal Het gevaar van fantasie speelt op de bedelaarsschool. De bouwval, meer is het niet, ligt aan het einde van het Pad van het Pissende Kind. Kinderen krijgen les van Abu Sjawali, professor in de bedelkunde. Zij moeten zich zo ellendig mogelijke voordoen aan hun klanten en vooral hun verwondingen en gebreken laten zien. Er is een rel ontstaan want een andere geleerde, de vervloekte hoerenzoon Tawfiek Gadd heeft een nieuwe tactiek geïntroduceerd. Hij wil sympathie opwekken bij de klanten. Het is een fantastisch verhaal waarin de ruzie wordt beslecht bij de openbare latrines van de wijk.

 

Voor de personages van Cossery is alles erop gericht zo min mogelijk te doen. De mannen slapen, roken hasj en proberen hun buurvrouw te versieren, alles beter dan te moeten werken. Zij worden alleen actief als er iemand uitgescholden en vervloekt moet worden. Albert Cossery zelf was een groot voorstander van nietsdoen. Zijn vader kon het zich veroorloven niet te werken en gaf zijn kinderen alle vrijheid. De Veth beschrijft in het nawoord bij deze geweldige verhalenbundel dat Cossery trots was dat niemand in zijn familie ooit hoefde te werken. Toen hij later in Paris woonde, zestig jaar in dezelfde hotelkamer, kon hij deze levensstijl door de verkoop van zijn boeken volhouden tot het einde van zijn leven.


Albert Cossery schreef acht romans en deze ene verhalenbundel. Vijf van de negen boeken zijn vertaald in het Nederlands. Uitgever Jurgen Maas heeft inmiddels twee boeken van hem (her)uitgegeven. Ik hoop op meer nieuwe vertalingen. 

Geen opmerkingen: