woensdag 9 september 2020

Joseph Samuel – Call it a day


Er zijn diverse redenen te bedenken om een boek vanuit het Engels naar het Nederlands te vertalen. De uitgever kan hopen op commercieel succes of de uitgever vindt een boek inhoudelijk zo belangrijk dat de Nederlands lezer dit niet onthouden mag worden. De achtergrond van de vertaling van Call it a day van Joseph Samuel is opmerkelijk. De roman was een van de favoriete boeken van Bob den Uyl. Hij wilde het boek zelf graag vertalen maar het is er niet van gekomen. Vertaler Mark van Leeuwen is fanatiek bewonderaar van Bob den Uyl en bovendien nauw betrokken bij Uitgeverij Vreugdenberg. De stap was daarom snel gezet, vooral omdat Call it a day gewoon een heel fijn en uiterst humoristisch boek is.


Call it a day verscheen in 1945 en speelt in Londen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het boek beschrijft één dag uit het leven van apotheker Tony Gould. Op de achterflap schrijft de Nederlandse uitgever dat het boek geen page-turner, geen vlot geschreven bestseller is. Ik vind dat onzin. De stijl van Samuel is ook in vertaling heel soepel. Waar je even aan moet wennen is dat beschrijvingen van buitenaf voortdurend overgaan in mijmeringen van de hoofdpersoon zelf. Deze gedachtestromen monden uit in hele verzonnen verhalen, inclusief dialogen. Voor mij vormde dit geen enkele belemmering de bijna 400 pagina’s in enkele dagen uit te lezen. Het boek lijkt niet op Ulysses van James Joyce. In dat boek bleef ik na 100 pagina’s steken.

 

Tijd speelt in het verhaal een belangrijke rol. Niet alleen vinden de gebeurtenissen plaats op één dag en beginnen alle hoofdstukken met het tijdstip van de dag, Tony Gould zelf is ook geobsedeerd door tijd en vooral met het zo efficiënt mogelijk indelen van de tijd. Dit levert zeer vermakelijke passages op. Hij probeert tijd te besparen op dagelijkse handelingen als aankleden en het starten van zijn auto. “Hij sloot de deur met de sleutel al in het slot, zodat hij bij het dichtslaan slechts zijn pols draaide en de sleutel terugtrok. Met andere woorden, zijn arm legde de afstand van de gesloten deur en zijn zak slechts één keer af, niet twee.” Wanneer andere mensen bijvoorbeeld om te zien hoe het laat het is teveel overbodige handelingen verrichten, dan ergert Tony zich hier in hevige mate aan. Ook stoort het hem bijzonder als voorbijgangers die hij de weg vraagt niet direct zijn vraag beantwoorden maar allerlei andere dingen beginnen te vertellen dan waar hij om gevraagd heeft. Hij vraagt zich dan af of de ander gek is, of gewoon de vraag niet begrijpt.

 

Tony Gould is dertig jaar. Hij is getrouwd en heeft een jong dochtertje. Zijn huishoudster heet Elsie. Bob den Uyl heeft waarschijnlijk vanwege dit boek haar naam gebruikt in een kort verhaal met Elsie in de hoofdrol. Elsie volgt consequent de instructies van Tony Gould niet op. Boodschappen neemt zij niet goed aan, zij laat spullen slingeren en bovenal begrijpt zij niet dat zij de kamerdeur moet sluiten als zij de kamer uit gaat. Tony wordt hier bijna krankzinnig van als hij probeert te bevatten waarom zij niet in staat is deze eenvoudige opdracht te onthouden. Zo is de dag van Gould gevuld met berekeningen en ergernissen over zijn medemensen. Zijn auto staat al weken in de garage. Hij moet met de tram maar deze rijden minder frequent. Telkens moet hij kiezen: wachten of gaan lopen. Het maakt hem bijna gek. Het leuke is natuurlijk dat deze obsessie met efficiëntie ertoe leidt dat er deze hele dag praktisch niets uit zijn handen komt.

 

Het werk in de apotheek laat hij deze dag over aan zijn assistent, die hem zo goed als zeker dagelijks besteelt. Met woede denkt hij terug aan enkele van zijn klanten. “Klanten zijn delicate organismen.” Iemand wil een middel tegen een druiper. Hij verwijst hem door naar de dokter. De klant blijft aandringen op een middel, zinkchloride bijvoorbeeld. Tony laat duidelijk weten dat dat niet helpt tegen een druiper. De man wil gewoon liever bedrogen worden dan heldere informatie krijgen en gaat teleurgesteld de deur uit.

 

De dag sleept zich langzaam voort. Tony bezoekt zijn dokter die hem aanraadt rustiger aan te doen. Hij ontmoet een vroegere vriendin die hem probeert te verleiden. Hij gaat er niet op in. Later brengt hij een bezoek aan de garage om te constateren dat zijn auto nog altijd niet gerepareerd is. Bij al deze ontmoetingen voert hij denkbeeldige dialogen op in zijn hoofd. De werkelijke gespreken verlopen heel anders, vaak een stuk moedelozer. De kracht van het boek zit in deze alternatieve belevenissen en allerlei beschouwingen die aan het brein van Tony Gould ontspruiten. Om de sfeer van het boek te laten proeven kan ik het beste het een en ander citeren. Het boek staat naast lange krankzinnige hersenspinsels vol met grappige korte uitspraken. 

 

Over ongeletterdheid: “De ongeletterde menigte is een moeilijk geval voor de hoge pieten. Ze moeten ten minste kunnen lezen, hoe kan een krant ze anders beïnvloeden?”

 

“Ik lach niet meer zoals ik eens deed. Hoe meer dingen ik vond om over te lachen, hoe minder ik lachen kon. Als ik nog net zo lachen kon als vroeger over alle zaken die ik tegenwoordig grappig vind, dan zou ik van de vroege ochtend tot laat in de nacht lachen totdat ze me in een gekkenhuis zouden opsluiten als een vijand van de samenleving.”

 

Over een jongen in de tram met een snotneus. “Hij zat met de handen in de zak, zijn hoofd achterover, en schuimde het plafond af. Of hij daadwerkelijk naar iets zocht of dat hij, met zijn hoofd horizontaal, niet zo vaak zijn neus op hoefde te halen, was een vraag die Gould aanstond vanwege de totale futiliteit.”

 

“De hele waarheid is iets wat een advocaat niet kan weerleggen. Een halve waarheid is iets wat hij niet kan bewijzen. Twee halve waarheden maken nog geen hele waarheid, maar volgens de Wetten van Mendel kunnen twee idioten een derde produceren.”

 

“Beschaving zou niet moeten worden afgemeten aan ontdekkingen of uitvindingen, maar aan gevoel voor absurditeit, zodat deze oorlog geen oorlog meer is tussen dictaturen en democratieën … maar een oorlog tussen degenen met een sterk gevoel voor absurditeit en degenen zonder of een beetje.”


Sommige citaten zijn serieus of zelfs politiek, maar vaker is Tony Gould wat luchtiger in zijn mijmeringen. Aan het eind van het boek wordt hij wel ernstig. De zoektocht naar een gevulde maag vergelijkt hij met de zoektocht naar geluk. Beide vindt hij onzinnig. Tot slot van dit unieke boek, waar ik de uitgeverij dankbaar voor ben dat het is vertaald, en waarvan ik hoop dat meer mensen het gaan lezen een laatste inkijkje in het gedachtewereld van Tony Gould. “Ik ben gestraft met een gevoel voor nauwkeurigheid, vooral voor zaken die er niet toe doen.”  

Geen opmerkingen: