zondag 9 februari 2020

Bohumil Hrabal – Avondverhaaltjes voor Cassius de kat


Aan het eind van zijn leven woonde de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal (1914-1997) in een flatje in Praag en in een buitenhuisje in Kersko, zo’n dertig kilometer ten oosten van Praag. Hier verzorgde hij een hele bende zwerfkatten. Hij ging er bijna dagelijks heen en voerde zijn katten met lekkernijen. Zijn favoriete kat was Cassius, vernoemd naar de bekende bokser, die zich later Muhammed Ali noemde.

In deze prachtige uitgave van uitgeverij Pegasus staan een aantal korte teksten die Hrabal schreef in de periode dat hij geregeld in zijn buitenhuisje kwam. De verhalen vertelt hij aan de kat Cassius. Het zijn herinneringen of flarden van herinneringen. Zij zijn vooral interessant voor lezers die het werk van Hrabal al kennen.

Hrabal vertelt het verhaal van de verkiezingen in Kersko. De beoogde kandidaat van de communistische partij won in de regel zo’n verkiezing met overmacht. “Alles was zo klaar als een klontje, negenennegentig procent was al van tevoren gekozen, maar het spektakel moest wel plaatsvinden.” Een verkiezingscommissielid kwam bij hem langs in het tuin. Hij hield een schoenendoos met gleuf en stempel van de gemeente voor zijn neus en Hrabal duwde het stembiljet naar binnen. De verkiezingen moesten om 1 uur afgelopen zijn en Vera had nog niet gestemd. Zij stond op een ladder kersen te plukken uit de kersenboom en weigerde naar beneden te komen. Het commissielid doet er alles aan Vera te overtuigen haar democratische plicht te vervullen. Hij bestijgt zelf de ladder, de situatie dreigt uit de hand te lopen. Hrabal beschrijft het op smeuïg-komische wijze en besluit de anekdote met de verzuchting van het commissielid dat, hoewel de actie niet was geslaagd, de stemgerechtigde wel een prachtige kont heeft.

Zo staan er meer bekende anekdotes in het boekje. Hrabal werkte ooit op een treinstation. Hij moest op zijn fluitje blazen wanneer er een trein mocht vertrekken, maar hij raakte steeds zijn fluitje kwijt. Dus leerde hij fluiten op zijn vingers. Paniek bij de autoriteiten. De stationschef zorgde voor fluitjes in overvloed, maar het mocht niet baten. Hij bleef ze kwijtraken. Het publiek ontdekte de attractie. Men keek ernaar uit en reed ervoor om. 

Natuurlijk wordt er af en toe flink gezopen in sommige verhalen. De verteller liep na een avond drinken op de vlag van Tsjechië tegen een paal aan. Later viel hij in slaap in een veld met lelietjes-van-dalen. De volgende dag miste hij zes voortanden. Ze waren nergens terug te vinden, ook niet in de bewuste paal, “zeker door de egels opgegeten of zoiets.” Hij schafte een kunstgebit aan, maar raakte dit om de haverklap kwijt. Eenmaal at een dashondje het zalmkleurige geval op.

De verhalen zijn leuk, maar soms wat flauw. In een roman stapelt Hrabal dergelijke anekdotes op elkaar, vermengt ze met mooie, sentimentele herinneringen en politieke excessen en geeft het geheel een absurde sfeer mee. Avondverhaaltjes voor Cassius de kat is wat bescheidener. Maar als rechtgeaarde Hrabal-liefhebber moest ik dit boekje gewoon hebben. Nogmaals de vormgeving is schitterend, alleen daarom is het al waard het aan te schaffen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten