maandag 24 juli 2017

Anna Enquist – Een tuin in de winter

De ondertitel van dit recente deel uit de prachtige reeks privé-domein luidt: ‘herinneringen aan Gerrit Kouwenaar’. Anna Enquist was goed bevriend met Kouwenaar. Zij ontmoetten elkaar in 1992 tijdens Poetry International in Rotterdam. Anna Enquist was gedebuteerd met ‘Soldatenliederen’ en won tijdens het festival de C. Buddingh’ prijs.


“Na die week in Rotterdam waren we kennelijk in elkaars gedachtewereld geïntegreerd geraakt en bleef het contact bestaan.” Tot aan zijn dood in 2014 bleef Anna Enquist bevriend met Kouwenaar. Zij zagen elkaar bij literaire festivals, zij bezocht hem in zijn huis in Frankrijk en zij deelden hun liefde voor poëzie. De reden voor het schrijven van ‘Een tuin in de winter’ is dat hij niet mag worden vergeten, “ dat hij er was moet worden vastgelegd.” Zij heeft dit met veel compassie gedaan. Haar stijl is persoonlijker en krachtiger dan in haar romans.

Het sterven van de vrouw van Kouwenaar maakte Anna Enquist van dichtbij mee. Zij organiseerde het bezoek en ondersteunde Gerrit. Zij beschrijft in alle treurigheid de omgeving waar Paula, de vrouw van Kouwenaar, haar laatste levensfase doorbracht: het verpleeghuis. Na haar dood overwoog Gerrit wel verandering, zoals het aanschaffen van een paar nieuwe stoelen, maar alles bleef uiteindelijk bij het oude. En zo wilde hij het ook.

De rampspoed die Anna Enquist overkwam – de dood van haar dochter – speelt in deze herinneringen uiteraard een rol. Kouwenaar kon er lastig mee omgaan. Nergens lees je dat hij haar expliciet troost bood. Wel bleek hij jaren later haar sterfdag niet vergeten te zijn.

Vanaf de dood van Paula beschrijft Anna Enquist het langzame proces van verstilling van Kouwenaar. Hij trok zich steeds meer terug. Hij onttrok zich aan sociale verplichtingen, leefde geïsoleerd. Het huis in Frankrijk werd moeilijker bereikbaar. In 2004 werd Rutger Kopland zeventig. Kouwenaar schreef een bijdrage voor de feestbundel, maar op het feest ontbrak hij. “Ook tijdens Rudi’s ziekte was Gerrit afwezig. Hij kon het niet aan, vond de reis te veel gedoe en wist zich geen houding te geven tegenover hulpeloosheid en verval.” Deze instelling gaf bij vrienden enige wrevel. Rudi verweet hem sociale apathie.

Naast dit proces van terugtrekking schrijft Anna Enquist natuurlijk over zijn poëzie. Er worden veel gedichten geciteerd. De poëzie van Kouwenaar biedt nauwelijks troost. Daar zijn ze te abstract voor. Interessant is dat Anna Enquist de context van verschillende gedichten geeft, zodat wat abstract lijkt opeens heel concreet wordt.

Tijdens een festival in Lissabon stierf plotseling Herman Coninck. Anna Enquist en Kouwenaar verlieten het gezelschap van het festival om een paar uur samen te zijn. Zij kwamen terecht in een klooster. Later schreef Kouwenaar het gedicht ‘Een plaats’. Veel dingen uit het gedicht zijn letterlijk overgenomen van hun samenzijn die dag.

Het klooster van Hieronymus in Lissabon,
althans de bovenste gaanderij, in elk geval
de noordwestkant daarvan, bij de stenen bank
waarnaast de urn als asbak. Een ruime
middag daar gezeten, zo veilig als het kon,
met de oude vriend. Gepraat over pen,
klok en stokvis. Rook bliezen we
naar boven, naar de woest overtrekkende
stralend witte wolken; in de verte wisten we

de oceaan, de Styx, de boot met de veerman.

1 opmerking:

  1. Ik ga het boek een keer lezen . Een goed stukje over Gerrit en Anna .

    BeantwoordenVerwijderen