vrijdag 20 januari 2017

Rodaan Al Galidi - Koelkastlicht

Al Galidi is de schrijver van ’Hoe ik talent voor het leven kreeg’, het verhaal over Semmier die negen jaar wacht in een asielzoekerscentrum roman. Hij schrijft even mooie poëzie. ‘Koelkastlicht’ is zijn achtste bundel. Hij is genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. 

De bundel bestaat uit drie delen. Over het eerste deel, getiteld ‘In de koelkast’ schrijft hij: “Vaak zit ik vast. Ben ik krachteloos, gebroken. Kan ik niet ontsnappen aan gevoelens en gedachten. Ben ik uitgeleverd aan wanhoop.” In zo’n periode schreef hij dit eerste deel. Het tweede deel, getiteld ‘In het universum’ schreef hij in een fijne tijd. Het derde deel schreef hij voor de uitgever, om het boek te kunnen verkopen.

In het eerste deel is Al Galidi naar binnen gekeerd. “Ik breng mijn tijd denkend door aan dit / onduidelijke bestaan. / Ik stijg op / en de taal verlaat mij. / Ik daal af / en de betekenis laat mij achter.”

In het tweede deel neemt hij een positie in buiten de mensheid: “Morgen / van acht tot negen uur ’s morgens / zal ik de mensheid bewenen.“ Van achter een raam kijkt hij naar de aarde. “Ik open het en stel me voor dat de mensheid / dat hele uur naar mij kijkt, / terwijl ik sta en medelijden met haar heb, / louter omdat ze / moet bestaan / in een onbegrijpelijke, onrechtvaardige wereld. /

Vanuit dit goddelijk standpunt beziet hij de wereld, als een dolende ziel. Mensen en gebeurtenissen passeren zijn blik, hij focust en beschrijft. “Ik zag iets / wat leek op een vrouw / praten met iets / wat leek op een zee.” Hij neemt afstand van deze wereld. “Maak je geen zorgen om mij, / er is niets aan de hand. / Het gaat goed, ik ben alleen maar dood / en ik zal terugkeren naar het leven / als ik er weer tijd voor heb.”

Een aantal van de gedichten uit het derde deel van deze mooie bundel gaan over Nederland. De titels zijn scherp: ‘Drie behoorlijk negatieve gedichten over Emmeloord’, ‘Waarom Nederland geen grote dichter heeft.’ Het gedicht vergadering begint met: “Waarheen gaat de Nederlander? / Naar een vergadering. / Waar komt hij vandaan? / Van een vergadering.”

Persoonlijker zijn de gedichten over zijn vaderland. Tot slot ‘Voor Irak’:

Als je gedichten wilt,
heb je rijmende gedichten en ongerijmde.
Als je liefde wilt,
verlaat ik alle vrouwen en hou van jou.
Als je leven wilt,
geef ik je al mijn celletjes.
Maar Irak,
jij wilt slechts mijn lijk,

zelfs zonder een graf te schenken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen