zaterdag 24 januari 2015

Karel ten Haaf – Alleen de titel is nog niet af



Karel ten Haaf schrijft op Tzum over de randverschijnselen van de literatuur. Deze stukken onder de titel ‘Lezendarisch’ zijn hier gebundeld.


Randverschijnselen kun je breed opvatten. Ten Haaf behandelt bijvoorbeeld afwijkende bladspiegels en details in een colofon. Mooi is zijn constatering dat in verzamelde werken van schrijvers altijd wel iets ontbreekt en dat deze boeken dus niet die naam mogen dragen.

Onder het kopje onderzoekscolumnistiek bespreekt hij de herkomst en de exacte bewoordingen van een uitspraak van Jan Cremer en hoe een gedicht dat niet is geschreven door Riekus Waskowsky toch in zijn verzameld werk terecht kwam.

Hij wijdt een reeks columns aan de vraag waar Simon Carmiggelt het citaat ‘de sterke kus der ongewassen tanden‘ van Du Perron vandaan heeft. Biografen en literatuurkenners schrijft hij aan of reageren op eerdere columns en het raadsel wordt opgelost.

Sommige mensen zullen dergelijke speurtochten niet kunnen begrijpen. Ik las het boek met groot plezier. Mooi is dat Ten Haaf niet rust voordat hij iets tot de bodem heeft uitgezocht. In zijn zucht de lezer tot in detail te informeren slaat hij weleens door. Niet alle opsommingen voegen iets toe aan het betoog.

Ten Haaf heeft oog voor het afwijkende. Dat maakt zijn stukken vooral leuk om te lezen, al kwamen er namen van schrijvers voorbij waar ik nog nooit van had gehoord, zoals Adriaan Bontebal of Robert Prijs. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Net als hij heb ik de neiging om bij een verwijzing naar een interessant boek, dit ogenblikkelijk via boekwinkeltjes aan te schaffen.

Ik trok meteen na of beide boven genoemde dichters wel echt bestaan hebben en niet zijn voortgekomen uit de fantasie van de auteur. Maar ik vermoed dat Ten Haaf niet iemand is die dergelijke grappen uithaalt.

Hij is serieus en consciëntieus. Wanneer hij een naam tot zijn eigen schande verkeerd heeft gespeld, vermeldt hij dit in een volgende column. In een verzamelbundel had hij er ook voor kunnen kiezen de spelfout gemakshalve te verbeteren.

Karel ten Haaf heeft voorkeuren. Zogenaamde ’grote schrijvers’ hebben niet zijn belangstelling. Karel van het Reve vindt hij onbenullig, met Johnny van Doorn heeft hij niet veel en Ernest van der Kwast noemt hij zelfs een schoft. Van der Kwast nam iemands anonimiteit af bij een jaargang NS-publieksprijs door te beweren dat hijzelf een anoniem ingezonden boek onder pseudoniem geschreven had. Een grap die Ten Haaf te ver vindt gaan.

Grote bewondering heeft Karel ten Haaf voor Vaandrager. Met een door hem geciteerd kort stuk Vaandragerpoëzie wil ik de bespreking van deze bundel – een goudmijn voor de ware literatuurliefhebber - afsluiten.


als Amsterdam het hart van Nederland
dan deze  nederzetting de edele delen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen