zaterdag 25 januari 2014

Nou en? Timmers dagboek


Timmer is een mooi Rotterdams café. Vroeger kwam ik er wel eens. In die oertijd was er geen muziek, geen koffie en kwamen er nauwelijks vrouwen. Een damestoilet ontbrak dan ook. Als je langsliep en het lukte je door de beslagen ramen en het volledige rookgordijn naar binnen te loeren, dan zag je een gesloten rij mannen staan, zwijgend aan de bar in hun bier happend. Eenmaal binnen ging het er gezelliger aan toe. Maar het was een café zonden fratsen. Als ik er nu langsloop zie ik wel dat er iets is veranderd, maar niet veel.


Dit boekje uit de Sonde-reeks komt uit 1983. Het is geschreven als een ode aan café Timmer, vooral aan Klaas en Sjaan. Zij gingen in ‘83 met pensioen en deden de zaak over aan Nel Knuvers en Marten Snoek. De vele korte bijdragen in dit boekjes zijn afkomstig van vaste klanten. Dit waren schrijvers, andere kunstenaars en vooral journalisten. Ik noem er een paar: Frans Vogel, Hans Citroen, Cor Kraat, Peter d’Hamecourt en Henny Maliangkay.

De verhalen zijn nostalgisch: jonge journalisten die hun eerste bier in Timmer dronken, de grappen, het poffen en de routine van een dagelijks cafébezoek. Waren er toen zeeën van tijd beschikbaar? Of werd juist in de kroeg de meeste inspiratie opgedaan? Dat er tussen al dat gezuip door tijd was een krant in elkaar te zetten lijkt een wonder als je dit boekje leest. De meeste verhalen gaan uiteindelijk over drank en wat het drinken aan vrolijks teweeg kan brengen, en natuurlijk over Klaas en Sjaan.

Ik kreeg na het lezen van dit dagboek toch erg veel zin weer eens bier te gaan drinken in Timmer. Wie weet komt het er van binnenkort.

Geen opmerkingen: