dinsdag 24 maart 2026

Tsila Rädecker – Voor vrouw en kind


Weinig mensen zullen Dina Sanson nog kennen. Deze Rotterdamse leefde van 1868 tot 1929 en zette zich in voor de minderbedeelden in de stad, m.n. verwaarloosde kinderen in kosthuizen en jonge meisjes die dreigden af te glijden in de prostitutie. Zij was de eerste Nederlandse politievrouw, maar omdat zij vooral iemand was van de praktijk, die niet op de voorgrond trad, werd zij minder bekend dan iemand als tijdgenote Aletta Jacobs. Ondanks het beperkte bronnenmateriaal heeft Tsila Rädecker haar een gezicht gegeven in deze biografie.

Naast een biografie geeft Voor vrouw en kind een indringend tijdsbeeld. Rotterdam kende eind negentiende - begin twintigste eeuw een enorme armoede onder grote delen van de bevolking. Het was een tijd waar wetgeving om sociale verbetering door te voeren maar moeizaam op gang kwam. Rädecker neemt de ruimte om deze achtergronden te beschrijven. Dina Sanson groeide op in een welgesteld Joods milieu. Zij volgde de HBS maar presteerde daar niet heel goed. Later zou zij diverse opleidingen volgen om sociaal werker te worden, maar zij was vooral iemand van de praktijk. Zoals vaker bij ongetrouwde vrouwen uit haar milieu zette zij zich in voor goede doelen, in haar geval armenzorg, waarbij gedurende haar hele leven haar Joodse achtergrond meespeelde. 

 

De vraag was steeds of er aparte zorginstellingen moesten komen voor arme Joodse kinderen, gevallen meisjes en andere groepen die hulp nodig hadden. In de verzuilde samenleving was het vanzelfsprekend dat iedere groep eigen liefdadigheid organiseerde en een eigen hulpnetwerk opzette. Sanson werd een spil binnen het Joodse liefdadigheidswerk, maar moest vaak vechten voor haar positie omdat zij een vrouw was. Maatschappelijke ellende gaat door alle zuilen heen. En in sommige gevallen werd zelfs ontkend dat er een probleem was. Zo kaartte Sanson het probleem aan van Joodse meisjes die in de prostitutie belandden. Hier bestonden bovendien sterke antisemitische vooroordelen over, maar vanuit de Joodse leiders werd simpelweg ontkend dat het probleem bestond. Bij andere zuilen zal deze ontkenning ook zijn voorgekomen. Des te meer was het van belang om los van de zuilen hulpverlening te organiseren.

 

Sanson kreeg hiertoe de kans toen zij na een lange selectieprocedure door hoofdcommissaris Roest werd aangenomen bij de Rotterdamse politie. Zij was al een bekende persoon binnen de Rotterdamse zorg; ze gaf lezingen en zat in een aantal besturen. Vanaf de aanstelling van Roest in 1908 stoorde hij zich aan de verregaande verloedering van de stad. Hij ging de strijd aan tegen armoede, kinderleed, prostitutie en geloofde in de sociale rol van de politie. Om jonge meisjes op het rechte pad te krijgen was het nodig een vrouw aan te stellen omdat vrouwen volgens het advies van de Nationale Vrouwenraad meer tact, intuïtie en inlevingsvermogen hadden. 

 

Sanson werd de spil in de aanpak van verwaarloosde kinderen in tehuizen. Dit waren particulieren die tegen betaling opvang aanboden voor baby’s en kinderen van jonge moeders die zelf geen zorg konden bieden. Het was een praktijk van stinkende huizen, waar onverzorgde, zieke kinderen bijeen lagen zonder enige afleiding en zonder enige controle van buiten. De zwaksten stierven al snel, waarmee het ‘tehuis’ geld opstreek omdat er handig verzekeringen waren afgesloten. Deze engeltjesmakerijen konden niet zomaar aangepakt worden. Sanson moest eindeloos langsgaan, lobbyen en een weg vinden in de bureaucratie. En als vrouw werd zij niet altijd even serieus genomen. Als je de schrijnende voorbeelden van bewuste verwaarlozing en opsluiting leest is het bewonderenswaardig dat Sanson zo rustig bleef opereren om de kwalijke praktijken aan te pakken. Als Joodse ongetrouwde vrouw was zij al langer gewend om te manoeuvreren tussen verschillende groepen en tussen mensen met uiteenlopende politiek opvattingen. Zij had over veel zaken een mening, maar samenwerken en dingen in de praktijk realiseren vond zij belangrijker dan hardop haar mening ventileren.

 

Later richtte zij zich vooral op het voorkomen dat jonge meisjes de prostitutie ingingen. Zij kreeg een aantal medewerkers en bleef actief in het lezingencircuit. Uit deze biografie blijkt dat zij weinig vijanden had die haar bewust tegenwerkten. Zij vocht vooral tegen de tijdgeest en tegen de vele vooroordelen tegen vrouwen. Het was in een tijd dat vrouwen nog volledig afhankelijk waren van hun echtgenoten en zelf niet mochten stemmen. Toen Aletta Jacobs zich kandidaat wilde stellen voor een verkiezing, iets wat volgens de letter van de wet zou mogen, werd zij volkomen weggehoond. Snel werd daarna in de wet het woordje mens vervangen door man. Sanson maakte gelukkig mee dat het algemeen kiesrecht ook voor vrouwen werd ingevoerd. Maar zij voerde ook een andere stille strijd. Veel vrouwen die zich inzetten tegen sociaal onrecht kwamen uit de hogere klasse en hadden - zelfs de politieke feministes - geen idee hoe arme mensen leefden, Sanson wel. Zij probeerde daarom de kloof te dichten tussen arbeidersvrouwen en beschaafde vrouwen.

 

In deze mooie biografie heeft Rädecker geprobeerd een compleet beeld van Dina Sanson neer te zetten, maar liep ertegenaan dat veel materiaal onvindbaar was of verloren was gegaan. Wat er beschikbaar was heeft zij gebruikt. Dat heeft er wel toe geleid dat allerlei details die niet helemaal ter zake doen er in zijn opgenomen, zoals hoe het een aantal familieleden van haar verging. Naast de Rotterdamse samenleving als context komt het Joodse milieu uitgebreid aan bod: het zionisme, Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa, de Dryfusaffaire en meer. Dit vond ik soms afleiden van de hoofdzaak, het leven en vooral het werk en de betekenis van Dina Sanson.

 

Tot slot kreeg ik steeds meer moeite met het veelvuldig gebruik van het begrip engeltjesmakerij. Het is een beetje een verhullende term, waar tegenwoordig abortus onder wordt verstaan. Volgens de christelijke mythe gaan pasgeboren kinderen die sterven rechtstreeks naar de hemel. In de tijd van Sanson had het de betekenis van kindermoord, maar hier zit variatie in. Het kan slaan op dood door verwaarlozing of op echt actieve moord; zij hanteert bovendien het begrip als ze het heeft over pasgeboren baby’s, maar ook als zij het heeft over oudere kinderen, waarbij het strikt genomen geen engeltjesmakerij is. Ik had liever gezien dat zij direct had benoemd wat er in verschillende gevallen aan de hand was, waarbij zij ook aantallen had mogen noemen, want in sommige tehuizen ging het waarschijnlijk om moord op tientallen baby’s en kinderen. Mede door Dina Sanson is aan deze praktijk een einde gekomen.

Geen opmerkingen: