zondag 12 juli 2026

Emmanuel Bove – Een Raskolnikov


De Franse schrijver Emmanuel Bove (1898-1945) debuteerde in 1924 met de roman Mes amis en was enige jaren zeer succesvol. Na zijn dood raakte hij snel in vergetelheid, maar om de zoveel tijd wordt zijn werk, ook in Nederland, herontdekt. In het Nederlands zijn er in de loop der jaren vijftien titels van hem vertaald; dat zijn romans en verhalenbundels. Belangrijke vertaalsters waren Angèle Manteau en Mirjam de Veth. De bundel Een Raskolnikov bevat drie verhalen en is vertaald door Kiki Coumans. Deze uitgave is speciaal omdat het (waarschijnlijk) de laatste is van George Coppens, die met Coppens & Frenks een geweldige uitgeverij bestierde met bijzonder vertaald werk, dat bovendien zeer mooi werd uitgegeven.

Het titelverhaal - of eigenlijk is het een novelle - is uit 1932 en is sterk geïnspireerd op Dostojevski. Een arme, nogal hysterische jongeman zwerft door de straten van Parijs. Hij zit met zijn vriendin in het café en is vooral veel met zichzelf bezig. Na een incident verlaten ze de gelegenheid. Hij wil lang blijven lopen, totdat ze niet meer kunnen: ‘Zijn we niet de middelmatigheid, de ziekte, de zwakte van de wereld? We moeten lopen, Violette.’ Hij merkt dat een kleine man hen achtervolgt, zelfs heel dicht achter hen aanloopt. Na wat geharrewar volgt er een monoloog van de man: hij bekend zijn vrouw vermoord te hebben, waar hij mee weg kwam, maar de man wordt sindsdien gekweld door schuldgevoelens. 

Daarna volgt er een rare wending. De jongeman wil schuld bekennen en zich aangeven, waarvoor weet je niet, maar de politie arriveert en arresteert hem. Later blijkt dit toch een misverstand. De sfeer is goed, maar ik vind het ook een wat warrig verhaal. Sterker is het tweede verhaal dat gaat over een Bulgaarse immigrant die via zelfstudie weet op te klimmen in de maatschappij. De kroon op zijn leven is het huwelijk met Louise, maar zoals vaker bij Bove brengt dit niet het verwachte geluk. 

Dit verhaal doet, zoals Kiki Coumans schrijft in het nawoord, denken aan Bove’s eigen leven. Zijn vader kwam ook als arme immigrant uit Oost-Europa en werkte zich omhoog in de maatschappij. Het is een thema dat meer voorkomt in zijn boeken. Het laatste verhaal in deze prachtig uitgegeven bundel is al even tragisch. Een jongeman, iemand zonder vrienden, reist naar zijn geboortedorp dat hij vijf jaar geleden verliet, met medeneming van wat geld. Hij heeft nooit meer contact gezocht. Nu staat hij voor het huis, hij ziet zijn vader lopen en hoort de stemmen van zijn zussen, maar gaat niet naar binnen. Eenzaam keert hij terug naar zijn eigen leven.

Geen opmerkingen: