De Vlaamse Astrid Haerens is schrijver, dichter, performer en onderzoeker. Met haar poëziedebuut Oerhert werd zij onder meer genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs 2023. Erosie is haar tweede roman. Het verhaal gaat over vriendschap en vriendschapsverdriet. De hoofdpersoon is Helle, ze is eind dertig en een succesvol kunstenaar. Zij heeft zich verschanst op een Duits Waddeneiland en blikt terug op haar leven met haar hartsvriendin. De korte hoofdstukken spelen afwisselend op het eiland en in het verleden, waar chronologisch het verhaal van de vriendschap en het uit elkaar groeien wordt verteld. Omdat je alleen het perspectief van Helle leest, krijgt het verhaal iets claustrofobisch. Je voelt het intense van het geluk dat zij samen beleefden, maar ook van haar verdriet en haar wanhopige vragen.
Helle heeft een geestelijke inzinking gehad en ook lichamelijk is zij aangeslagen. Dit heeft alles te maken met haar verdriet. Op het eiland maakt Helle wandelingen en rust zij veel uit. Ze heeft geen plannen. Voor onbepaalde tijd heeft ze een kamer gehuurd bij Hetty, een oudere vrouw, waar zij langzaam een band mee krijgt. Ze vinden elkaar in hun liefde voor stenen, die volgens Hetty veel kunnen betekenen. Helle loopt dagelijks langs het strand en is op zoek naar nieuwe stenen; zij wil vooral graag een barnsteen vinden.
In de hoofdstukken die in het verleden spelen vertelt Helle over haar vriendschap met Alma. Als kind leerde zij elkaar op school kennen. Alma kwam uit een rijk gezin, haar ouders zwierven de wereld over en zij was vaak alleen thuis. Helle kwam uit een eenvoudig milieu, haar moeder was wat ziekelijk. Zij en haar vriend bemoeiden zich nauwelijks met Helle en begrepen haar ook niet. De twee vriendinnen gingen aan de kunstacademie studeren, woonden samen en deelden een atelier dat een ontmoetingsplaats werd voor kunstenaars. Ze sliepen vaak samen in één bed. Hun liefde voor elkaar was groot, maar zij werden nooit geliefden. Alma was meestal de initiatiefnemer voor het organiseren van feestjes of uitstapjes. Helle werd een belangrijk kunstenaar, Alma verdiende als fotografe vooral geld met commerciële opdrachten. Alma verhuisde op een gegeven moment naar een andere stad, zij verloren elkaar langzaam uit het oog. Alma reageerde niet meer op berichten van Helle, later hoort zij via een kennis dat Alma zwanger was en uiteindelijke bleek dat zij haar nummer had geblokkeerd.
Helle denkt aan het begin van het boek aan de eerste ontmoeting met Alma. Zij komt op haar eerste schooldag naast haar zitten. De klas heeft de opdracht een vogel in een kooi na te tekenen en de winnaar mag het beest een paar dagen mee naar huis nemen om te verzorgen. Alma zet wat schetsen op papier, maar Helle doet haar uiterste best en wint de wedstrijd. Een paar dagen later brengt zij de vogel terug, die vervolgens na de pauze vrijgelaten blijkt te zijn. De klas moet nablijven, de dader wordt niet ontdekt, maar na afloop van de schooldag wandelen Helle en Alma naast elkaar naar huis. Helle weet dat Alma de vogel heeft losgelaten en dat zij vanaf nu haar hartsvriendin is.
Dit lijkt een eenvoudige scène van een eerste ontmoeting tussen twee vriendinnen, maar er zit ook iets onbehaaglijks in. Hoe weet Helle zo zeker dat Alma de vogel heeft vrijgelaten? Zij vraagt het niet aan Alma en de verzekering dat zij haar hartsvriendin moet worden lijkt vooralsnog ook een eenzijdige gedachte. De verhouding tussen de twee is hier al in de kern te zien: een paar schetsen tegenover hard werken, vrijheid verschaffen tegenover zwijgend ergens vanuit gaan. Hoewel de vriendschap intens en reëel is, komen er meer scènes voorbij die vragen oproepen. Als Alma weer een avontuurlijk verhaal vertelt over vallende sterren, ontkent Helle dat zij ooit een vallende ster heeft gezien, terwijl zij dat wel heeft. Het is een leugentje om niets, maar kennelijk gunt Helle haar vriendin een unieke ervaring. In de relatie zit vanuit Helle veel bewondering voor haar vriendin, maar het heeft ook iets dwingends.
Steeds vaker vraag je je af hoe Alma er nu echt over denkt. Je voelt ergens dat het verhaal van Helle niet helemaal klopt, maar kunt er niet precies de vinger op leggen. De breuk in de vriendschap wordt ook niet verhelderd vanuit Alma: is zij jaloers, denkt zij dat Helle haar voorliegt of voelt zij zich bekneld door haar totale vriendschap? In dit eenduidige perspectief van Helle zit een deel van de kracht van de roman. Daarnaast heeft Haerens een hele beeldende manier van schrijven, met oog voor details die je bijna kunt proeven en ruiken. Heel kleurrijk beschrijft zij de feesten, het gezamenlijk plezier en de verbondenheid met Alma. De vreugde lees je eraan af, maar af en toe is er weer een detail dat vragen oproept: Alma is zomaar verdwenen of ze reageert niet op een mededeling van Helle.
De scènes op het strand en speciaal die waarin haar omgang met stenen die zij vindt worden beschreven zijn heel sensitief. Helle’s leven is begrensd door de kustlijn, hier binnen moet zij met zichzelf in het reine zien te komen. Hetty steunt haar hierin, hoewel zij niet de achtergronden kent. Ook nu is Helle weinig spraakzaam als het gaat over haar verdriet. Zij is meer een doener, die in actie komt wanneer Hetty ziek wordt en opgenomen moet worden in een ziekenhuis op het vasteland.
Erosie legt in een ogenschijnlijk eenvoudig verhaal op prachtige wijze een groot levensdrama bloot. Het gaat over vriendschap en het uiteenvallen ervan, maar ook over waarneming, beleving, verbondenheid, vrijheid en bewegingsruimte. Begrensde ruimtes zijn een thema, zoals het eiland, de vogelkooi, de vaak afgesloten ateliers en de gesloten denkruimte van Helle van waaruit je het verhaal volgt. De besloten ruimte is ook een toevluchtsoord. In een gesprek met Hetty zegt Helle: ‘ik dacht dat schilderen de ultieme vrijheid was. Eerst is er niks, dan is er iets. Maar nu denk ik, het was eerder een toevluchtsoord. Om te ontsnappen.’ Als Hetty vraagt waaraan, dan antwoordt Helle: Aan vragen, denk ik. Welke vragen? De vraag, hoe richt je het leven in?’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten