zondag 14 juni 2020

Gerbrand Bakker – Knecht, alleen

 

Gerbrand Bakker is een auteur waar ik mij meteen bij thuis voelde. Vooral na het lezen van Jasper en zijn knecht bedacht ik dat ik bij zijn huis in de Eifel kon langsgaan. Hij zou mij binnen laten voor een kop koffie en we zouden als vrienden een gesprek beginnen. Uiteraard is dat mijn fantasie maar het zegt ook iets over de persoonlijke manier van schrijven van Bakker. Knecht, alleen is zijn tweede boek in de reeks privé-domein. Het is zo mogelijk nog persoonlijker dan het eerste. 


Dat persoonlijke werkt twee kanten op. Bakker geeft zich bloot, vooral als het gaat om de zware depressie waar hij in terecht kwam. En daarbij lijkt het alsof hij dit exclusief met jou deelt. Je vergeet tijdens het lezen dat het een boek is dat iedereen gewoon in de winkel kan kopen en dat het dus openbaar is.

 

Het vertrekpunt van Knecht, alleen is zijn depressie. Uiteraard kon hij er niet over schrijven in de maanden dat hij alleen maar bezig was de tijd te vullen. Reflecteren kan pas achteraf. Hij stoort zich aan anderen die depressieve klachten hebben. Je voelt je kut, beroerd of somber. Of je gaat huilen voor de radio. “Dan ben je toch helemaal niet depressief? Je huilt, dat is uiting van gevoel!” De afwezigheid van ieder gevoel was voor hem juist het kenmerk van zijn depressie. Hij is helemaal niet somber van aard, hij is een doorpakker. Was Bakker dat wel, dan kon je zoals hij zelf zegt nog naar de drankfles grijpen om de somberheid te lijf te gaan. 

 

Hij probeert het onmogelijke, zijn depressie onder woorden brengen. De meest scherpe omschrijving is deze: “Een depressie is niets. Je bent niets. Niets in een Niemandsland. Een Niemandsland is een wereld waar niets er meer toe doet. En daarin valt niet te leven.” Wanneer hij terugdenkt aan de tijd dat hij er midden in zat kan hij zich weinig details herinneren. Aan het begin van Knecht, alleenbeschrijft hij een reis die hij met twee vrienden – Henk en Pauline Slot – maakte door Zuidoost Europa. Weinig details van de reis zijn blijven hangen. Hij maakte ruzie omdat hij naar huis wilde en in Slovenië bezocht hij een apotheek om nieuwe medicijnen op te halen. Het ging daarna weer een dag beter. Maar het punt is dat ieder nieuw medicijn of een andere dosis alles kan veranderen. Pillen slikken blijft een experiment. Je kan door een medicijn eerst juist achteruit gaan voordat het aanslaat.

 

In het boek komt deze reis verschillende keren terug. Gerbrand Bakker speelt met de tijd. Het verhaal is grofweg chronologisch maar hij keert telkens terug naar bepaalde herinneringen en gebeurtenissen. Zo begint het boek bij een seksuologe in het AMC. Op weg erheen denkt hij terug aan een ontmoeting met een gelovige Amerikaan in een hotel in Oregon in 1998. De Amerikaan zegt op een bepaald moment tegen hem. “And what shall I do with this penis?” Bakker vond het een vreemde vraag. Een paar keer in het boek komt hij terug op deze ontmoeting en op deze rare vraag.

 

Het spelen met de tijd is denk ik het gevolg van het centrale thema van het boek, zijn depressie. Dit is een groot leeg gat, waarbinnen gebeurtenissen vaag zijn geworden en het tijdsverloop onduidelijk was. Bakker benadert het telkens vanuit verschillende posities: de vakantie met de twee vrienden, zijn huidige bestaan in de Eifel, zijn leven als schrijver op bijvoorbeeld het Boekenbal of vanuit zijn medicijngebruik en de te volgen therapie. Daarbij probeert hij zichzelf van afstand te bekijken. Iemand heeft gezegd dat hij een slechte indruk op hem maakte, terwijl hij alleen vriendelijk met deze persoon is omgegaan in zijn herinnering. Wat klopt er niet? Of hij stelt zichzelf de vraag of een nieuwe hond of een nieuwe partner zijn leven zou verrijken. Bemiddelingspogingen van anderen wijst hij af, maar waarom eigenlijk?

 

Soms is het schrijnend om te lezen hoe anderen met zijn depressie omgaan. Zijn moeder vraagt hij tijdens een bezoek aan haar te stoppen met het stellen van al die vragen. Zij kan niets met een zoon waarmee het niet goed gaat en zegt tegen hem: “Kom dan niet.” Pas later dringt goed door wat zij heeft gezegd. Als zieke is hij nu niet welkom, terwijl hij eerder met een zware darmoperatie door zijn ouders in de watten werd gelegd. 

 

Het geheel van overpeinzingen, anekdotes en alledaags gezeur maakt Knecht, alleen een uniek boek. Hoe kun je dit genre noemen? Het is natuurlijk een dagboek en het lijkt een wirwar van verhalen. Toch zie je - als je beter leest - de constructie  en vooral de goeie dosering (of timing) er doorheen. Het maakt eigenlijk niet uit hoe je het genre noemt. Hetzelfde gevoel heb ik bij boeken van Koos van Zomeren. Bij hem heb je soms ook het idee dat hij van wat hij toevallig leest, denk of waar hij tegenaan loopt in een boek stopt. Achteraf blijkt het een geheel te vormen, wonderlijk. Het was leuk om te lezen dat Bakker en Van Zomeren elkaar kennen en elkaar brieven schrijven.

 

Mooi is tenslotte dat Gerbrand Bakker hoe zwaar de onderwerpen ook zijn er eerlijk, nuchter en in een gave stijl over kan schrijven. De toon is soms verrassend licht. Hij schrijft hoe hij tijdens zijn depressie tot weinig dingen in staat was, maar wel zeer voorspelbare televisieprogramma’s kon bekijken zoals The Antiques Roadshow of Rail away. “Dat moet het geweest zijn. Voorspelbaar. Hetzelfde. Veilig. Duidelijk. Elke dag. Continuïteit. Morgen is alles weer goed.”

4 opmerkingen:

erikschrijft zei

Hoi Alek, ik heb nog nooit een boek van Gerbrand Bakker gelezen, maar zijn 2 deeltjes Privé-Domein komen nu hoog op de nog te lezen lijst. Als ik jouw auteurslijst bekijk, dan zie ik dat we een aantal favoriete schrijvers delen. Ik ben nu bezig met de memoires van Konstantin Paustovski, ook uit de serie Privé-Domein. Ken je die? Dat behoort tot het allermooiste dat ik ooit heb gelezen. Groetjes, Erik

Alek Dabrowski zei

Hoi Erik,
Paustovski ken ik zeker. Ik heb de hele reeks al wat langer geleden gelezen: erg mooi. Er is nu een nieuwe vertaling, misschien een keer herlezen? Maar er is nog zoveel.
Groet Alek

erikschrijft zei

Hoi Alek, ik geloof dat er geen nieuwe vertaling van Paustovski is, hooguit is hij door Wim Hartog hier en daar herzien. Groetjes, Erik

Alek Dabrowski zei

Klopt inderdaad, en ik geloof ook met wat aanvullingen. Ik zag hem in de winkel staan (ik werk in boekwinkel vh Van Gennep in Rotterdam) en de boeken zagen er heel mooi uit. Ik heb zelf slechts de pocketeditie.