maandag 18 september 2017

A.L. Snijders – Heimelijke vreugde 1

A.L. Snijders staat bekend om zijn zeer korte verhalen (zkv’s). In de vorige eeuw schreef hij wat langere stukken voor de Deventer Dagblad Combinatie. Deze stukken verschenen in boekvorm. In het eerste deel ‘Heimelijke vreugde’ staan de bundelingen ‘Ik leef aan de rand van de wereld’ en ‘Het kalme glijden van de boot naar de waterval’. Bijzonder is dat bij de stukken de begeleidende brieven aan de hoofdredacteur Van der Moer zijn opgenomen.


A.L. Snijders is een mijmeraar. Hij schrijft over zijn huis in de Achterhoek, zijn vrienden en kinderen en zijn werk op de politieschool. Hij heeft het veel over God, kunst en andere grote onderwerpen, maar neemt bijna nooit een stelling in. Zijn hoofdonderwerp is de taal. Vooral in de begeleidende brieven gaat het vaak over taalgebruik. Hij vraagt zich af of de bedoeling wel goed is verwoord, hij noemt verborgen citaten en legt uit waarom hij iets op een bepaalde manier heeft geformuleerd.

A.L. Snijders verzint nooit iets. De werkelijkheid is al vreemd genoeg. Het stuk ‘Realiteit’ bevat vier verhalen. Hij begint met het noemen van John Irving, die in zijn romans de meest bizarre dingen laat gebeuren. Op weg naar een begrafenis spreekt een verwarde vrouw A.L. Snijders op luide toon aan: “Het paradijs heeft nooit bestaan, de slangen wel.” Na de begrafenis hoort hij toevallig de tuinman zeggen: “Niemand heb een bek opengetrokken”. De oudste dochter vertelt op de terugweg een verhaal dat een leraar iets niet kreeg uitgelegd aan zijn leerlingen en een leerling dit wel kon aan zijn medeleerlingen. En tenslotte hoort A.L. Snijders op de radio het mooie verhaal van een paukenist die meer loon naar werken wilde en in staking ging. Tijdens de uitvoering hield hij zich stil. “De dirigent stond met de handen omhoog.”  A.L. Snijders besluit met: “Misschien kan Irving het bedenken, ik niet.”

In het stuk ‘Handel’ legt A.L. Snijders uit dat hij niets van handel begrijpt. Hij dacht altijd dat de dingen een vaste waarde hadden. Dat leek hem logisch en handig. Als jongeman kocht hij bij zijn vaste boekhandelaar zijn boeken. Een vriend kocht eens elders een boek van Van Schendel voor 1,90, terwijl hijzelf er een gulden meer voor had betaald. Hij ging verontwaardigd terug naar zijn boekhandelaar en kreeg als antwoord: “Dat is handel.”

Vaak schrijft A.L. Snijders over zijn vriend Wartena, die op het Franse platteland boer is geworden, in plaats van geleerde aan een universiteit. In de begeleidende brief aan de heer Van der Moer schrijft A.L. Snijders, die op vakantie is in Frankrijk dat zijn stukje bestaat uit drie woorden: ‘Leven is stilstand’, een gezegde van Wartena. “Maar omdat we een afspraak hebben voor 1000 woorden, heb ik er nog 997 bij verzonnen.” Hij beschrijft vervolgens een werkdag op de boerderij van zijn vriend.

A.L. Snijders krijgt regelmatig brieven van lezers. Zij reageren op artikelen van hem. Dat woord ‘artikel’ vindt hij mooi. Soms begrijpt hij niets van een brief. Zijn vrouw leest hem en snapt niet dat hij hem niet begrijpt. Een van de kranten die zijn werk plaatst gebruikt andere titels voor zijn stukken. Door een briefschrijver komt hij hier bij toeval achter. Hij mijmert over redacteuren en journalisten. De man verandert een titel en weet niet dat hij een schrijver is. Schrijvers komen van beneden. “Dat is het wezenlijke verschil met journalisten, die komen van boven, die dalen neer op het nieuws. Schrijvers duiken op, uit de modder.”


Dit eerste deel ‘Heimelijke vreugde’ heeft mij veel leesplezier gebracht. Ik bestel snel het tweede deel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten