woensdag 1 maart 2017

Daphne Huisden – Alles is altijd fictie

In 2010 debuteerde Daphne Huisden op jonge leeftijd met ‘Alles is altijd fictie’. Het boek kreeg vele mooie recensies, onder anderen van Wim Brands en Arjan Peters. De lof is volkomen terecht. Huisden vertelt een intrigerend verhaal over een jonge ongrijpbare vrouw die haar ouderlijk huis verlaat en daarmee voorgoed met haar dominante moeder breekt. Haar nieuwe anti-kraakhuis blijkt al een bewoner te hebben. Op de bovenverdieping woont Gizmo. Hij komt zelden buiten en heeft zijn kamers volgepakt met spullen. Al snel lopen de twee bij elkaar in en uit, eten samen en groeien naar elkaar toe. 

Zij leeft onopvallend en werkt op een kantoor. Niemand vindt wat van haar of merkt haar zelfs maar op. “In de kopieerruimte kun je onmerkbaar uit het raam kijken. Het is de enige dode hoek op mijn verdieping, waar je ongezien alles wat je zojuist hebt gekopieerd door de papierversnipperaar kunt halen. Ik kom er graag. Als uitzendkracht kan ik naast het aftellen niet veel anders doen dan hopen op een nieuw contract. IJver wordt niet altijd beloond.”

Gizmo kijkt dwars door haar heen en probeert haar bescheiden manier van leven te veranderen. Hij maakt haar paniekaanvallen mee, die zij altijd voor iedereen verborgen wist te houden. Zij spelen samen een spel waarbij zij moeten raden wie iemand is. Haar eerste omschrijving is vooral een zelfomschrijving. “Wie ben ik? Ik ben een vrouw van onopvallende lengte zonder bijzondere wensen. Een gemiddeld postuur en een alledaags gezicht, dat draag ik bij me als ik naar mijn werk ga. Op mijn werk wordt ik door iedereen bekeken, maar niemand merkt me op. Er is niemand die mij ziet en dat is altijd zo geweest. Er is geen verschil tussen nu en toen en dan en gisteren en morgen en vandaag en straks en tijd is voor mijn leven van geen enkel belang. Mijn leven haalt de schouders op voor de tijd. De dag is de dag is een dag als alle andere. Wie ben ik?”

Een experiment om te veranderen vindt plaats op het werk. In plaats van een directe collega in alles toe te geven, gaat zij de strijd met haar aan. Zij wint het spel en wordt eindelijk gezien. “Ik ben niet langer onderdeel van het interieur.” Dit leidt niet tot meer bewondering, integendeel. De collega neemt wraak en mensen beginnen haar opzettelijk te negeren.

Gizmo leert haar dat je moet volhouden. Het leven is een spel. Wil je gezien worden, dan moet je een act tot het einde toe uitspelen. Zij ontmoet een aantal bijzondere mensen, zoals de vrolijke zwerver Baris die foto’s maakt van zonsopgangen en een mooi verhaal heeft over zijn leven zonder spullen. Voor een andere schooier is zij bang. Het is de haveloze pestkop Leno. Doet hij alsof of is hij echt gek? Gizmo heeft hem een corrigerende tik gegeven, maar Leno laat haar niet los. Hij houdt haar in de gaten. ’s Morgens liggen zijn bierblikken op hun stoep.

Wanneer haar moeder onverwachts langs kom voelt zij zich terug bij af. “ik schaam me voor mijn kamer waar niets op aan te merken valt.” Zij walgt van haar moeder. “Dat zelfgenoegzame gezicht, die dichtgekitte groeven in haar hals waar de dagcrème het verval moet opvullen, die gemaakte bezorgdheid, ik geloof er niet meer in.” Zij stelt een daad tegenover haar moeder en breekt met haar.

Over het verloop van het verhaal wil ik niet teveel vertellen. Duidelijk is dat zij een buitenstaander is, die vooral omgaat met andere buitenstaanders. Het levert een spanning op, die Huisden perfect weet op te bouwen. Een thriller kun je het verhaal niet noemen, maar je houdt bij het lezen wel je hart vast. Hoe lang kan het goed blijven gaan met haar?

De climax vindt plaats in een net gebouwd winkelcentrum. Zij is ingehuurd voor de opening van het centrum. Anderen vinden het werk zwaar, maar voor haar is het net als fietsen. “Als je het eenmaal doorhebt, kun je niet anders.” Zij beheerst het spel. Het is fictie, maar niemand die het ziet. Zij krijgt waardering van een leidinggevende. Het werkt. “En dat allemaal dankzij het spel.” Het verhaal loopt bijzonder af.

De tweede roman van Daphne Huisden vond ik iets tegenvallen. ‘Alles is altijd fictie’ daarentegen is een bijzonder boek. Het is grappig, spannend, er gebeuren rare dingen en er komen vreemde figuren in voor. En het boek is uitstekend geschreven: een krachtige, vlotte stijl, met toch voldoende rust en bezinning. Ik ben erg benieuwd naar Huisdens volgende boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen