Al tijden volg ik De Shitshow van Stéphanie Hoogenberk en Janneke van der Horst. De twee delen wekelijks in deze podcast hun ergernissen en geven en passant fijne kijk- en leestips. Hun irritaties en analyses gaan vaak over communicatie of het ontbreken ervan. Ze kunnen zich soms wat overdreven storen aan dingen en dat is ook het aantrekkelijke van deze podcast. Maar naast het bieden van amusement delen zij hele persoonlijke dingen met de luisteraars en kijken zij kritisch naar zichzelf. Deze combinatie van lichte humor en zelfanalyse lees je terug in We hebben het over je gehad.
De bundel, het literaire debuut van Hoogenberk, bevat zes persoonlijke verhalen over vriendschap. Delen van deze verhalen kwamen al eens voorbij in de podcast, maar als je ze als geheel leest vormen ze echt een eenheid. In het eerste verhaal Havoadvies zegt de vertelster na jaren de vriendschap op met haar jeugdvriendin. Ze laat zien dat het vanaf het begin al niet goed zat. Susan woonde om de hoek en al was zij twee jaar ouder, de vriendschap was door de nabijheid iets vanzelfsprekend. Susan hielp haar met huiswerk, gaf veel complimentjes en waardeerde haar oprecht. Toch voelde de kleine opmerkingen en grapjes van Susan over dingen die zij verkeerd deed, niet goed. Nadat de ouders van Susan zich door een kleinigheid beledigd voelden door haar ouders, behandelden zij haar anders. Ze kreeg vaak steken onder water, maar probeerde dit naast zich neer te leggen. Met de latere man van Susan klikte het ook niet en de twee vriendinnen groeiden steeds verder uit elkaar.
Hoogenberk probeert te achterhalen waar het verkeerd ging. Zat de groeiende irritatie over veel dingen die Susan deed vooral in haar hoofd, overdreef zij misschien? Of klopten de signalen die zij opving? De man van Susan is volgens mij gewoon een jaloerse hork, die haar in een hokje plaatst en dan niet meer serieus neemt. En ook bij Susan lijkt jaloezie een rol te spelen, die zich vertaalt in kleinerende opmerkingen. Interessant is dat de vertelster (Hoogenberk) zich makkelijk voor anderen openstelt en zich soms vol in een vriendschap stort. Zo raakt ze bevriend met een collega en wordt zij onderdeel van een vriendengroep van vier, waarbij de andere drie elkaar al langer kennen. Ze ziet in het geheel niet aankomen dat dit gecompliceerde vriendschapsverband ook een strijd is om elkaars aandacht. Zij geniet er gewoon van dat de vrouwen haar bellen en dat zij een op een gaat lunchen, naar de film, enzovoorts. Heel mooi laat zij in dit verhaal zien waar mensen klein in kunnen zijn. Het is goed geschreven, geestig en het resultaat is bijzonder tragisch. Zij raakt alle drie de vriendinnen kwijt.
Sterk is - in andere verhalen - dat zij zo lang iets kan volhouden. Met een man van een jaar of acht ouder, een vriend die zij kent vanaf haar jeugd, hij paste nog op haar als kind, gaat zij meerdere keren op vakantie. Zij zijn totaal anders: hij is wat lomp, heeft platte humor, wil overal waar hij komt naar de lokale gay bar, verzameld dwangmatig folders en stouwt zich bij het buffet graag vol met gratis eten: ’Sommige mensen kunnen bij gratis niet meer voelen wat hun behoefte is. Het is gratis.’ Je denkt dat zij nooit meer met hem op reis wil na haar ervaringen op Aruba, maar als hij een jaartje later belt, dan gaat zij toch weer met hem mee, naar Seattle deze keer. Zo vond ik het verhaal over haar ontgroening bij het dispuut Sneeuwwitteke verbijsterend. Ze doorstaat de ene na de andere vernedering en blijft maar volhouden. Aan de ene kant denk je: is het nodig voor het verhaal om zo lang erop door te gaan en alle details te benoemen? Aan de ander kant is dit ook een kracht van dit verhaal. Je wenst als lezer ook dat deze martelingen eindelijk stoppen. Maar zij blijft overeind, waarbij het de vraag is of dit de vriendinnen zijn die je wil hebben.
We hebben het over je gehad is geen zelfhulpboek, maar een goeie mix van humor en menselijke analyses, maar lezers kunnen er ook van leren: over vriendschappen en over het onder woorden brengen van gevoelens die je hebt, signalen die anderen geven en die je – soms te laat – opvangt. Aan het eind van het boek komt haar huidige vriend M. een verhaal binnen. Hij bezoekt haar als ze voor een paar weken in Italië verblijft om te schrijven. Het is heet, hij stapt uit de bus en hij blijkt teenslippers te dragen. ‘Hij was een andere man met die slippers. Ze waren enorm, zijn voeten nog wit.’ Ze durft met hem nauwelijks ergens binnen te gaan, zo schaamt ze zich voor die slippers. Gelukkig heeft ze zich over die ergernis heen gezet en zijn de twee nog steeds samen.
Bij veel anekdotes in dit boek hoorde ik de stem van Stéphanie Hoogenberk in mijn hoofd, vooral als er uitspraken voorbij kwamen die zij vaker doet in de podcast, zoals: ’mensen zijn knettergek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten