dinsdag 10 maart 2026

David Vann – A mile down


Voordat de Amerikaanse schrijver David Vann in 2008 doorbrak met Legend of a suicide was hij jarenlang geobsedeerd door varen en het hebben van een eigen boot. Hij schrijft hierover in zijn non-fictie debuut uit 2005: A mile down. Het is een ontluisterend boek over iemand die koste wat het kost een droom najaagt: een eigen zeezeilschip waarop hij al rondvarend colleges kan geven aan rijke cultuurminnaars. Hij steekt zich in de schulden en krijgt de ene na de andere tegenslag te verwerken. Het fanatisme en het doorgaan op een ingeslagen weg herkende ik van personages uit zijn romans en qua schrijfstijl zijn er ook veel overeenkomsten. Uiteindelijk loopt het slecht af, de ondertitel van het boek zegt voldoende: The true story of a disastrous career at sea.

Vann heeft al een boot van 48 feet, zo’n 15 meter, maar in Turkije vindt hij een schip van 90 feet dat sterk genoeg is om de oceaan over te varen en voldoende ruimte heeft om gasten te ontvangen en er iets aan te verdienen. Hij heeft op allerlei manieren leningen verkregen voor de aankoop, maar het schip moet ook helemaal opgeknapt worden. Nieuwe leningen zijn nodig. Dit is een constante in het hele verhaal. Hij heeft voortdurend geld nodig en zijn schulden lopen op in de tonnen. Om de boot zeewaardig te maken gaat hij in zee met Seref, die hem allerlei beloftes doet over hoeveel tijd het kost aan schilderwerk, het aanleggen van toiletten, het reviseren van de motoren, enzovoorts, enzovoorts. En steeds komt Seref geld te kort, duiken er nieuwe problemen op en worden deadlines niet gehaald. Hij vertelt David telkens dat alles goed komt, maar hij vertrouwt Seref al lang niet meer. Het is een botsing van culturen, waarbij David Vann altijd zijn rationele instelling behoudt, maar soms heel bot communiceert. Seref heeft weinig kwaads in de zin, maar hij heeft geen oog voor Davids specifieke wensen, keert zichzelf provisie uit en heeft een houtje-touwtje manier van werken. De frustraties bij David lopen hoog op.

In dit eerste deel van het boek vraag je je al af waarom hij er niet mee kapt. Vann geeft al meteen aan dat dit project meer is dan alleen het bouwen van een boot. ‘I’ve always worked hard, but the idea of the working life has frightened me since childhood. I had nightmares of adults working hard and endlessly at tasks the did not enjoy so that they could continue working hard and endlessly at tasks they dit not enjoy. There was no other purpose or end point. Work so that you can keep working. It seemed a proposition that could easily end in suicide. I wanted to escape this.’ Deze angst voor suïcide zit diep bij hem. Zijn vader schoot zichzelf door het hoofd toen David dertien jaar was, en zadelde hem op met een enorm schuldgevoel. Hij verwijst hier regelmatig naar in het boek. Wanneer hij echt heel diep in de problemen zit merkt hij tot zijn eigen verbazing dat hij geen suïcidale gedachten heeft. Hij concludeert met opluchting dat hij niet zijn vader is en hij niet langer vreest voor deze erfelijke belasting. Hoe moeilijk hij het ook heeft, dit is voor hem een grote opluchting.

 

Inmiddels is het schip afgebouwd en heeft hij met een kleine bemanning stukken gevaren in de Middellandse Zee en voor de kust van Afrika. Het gaat mis, het roer gaat kapot en allerlei andere gebreken worden zichtbaar. Hij wordt van boord gehaald en er volgt een eindeloze juridische strijd die tot zijn faillissement leidt. In zijn thuisland maakt de administratieve kracht die hij heeft ingehuurd er een chaos van en ondertussen moet hij zich in allerlei bochten wringen om de juiste onderdelen te bemachtigen en de juiste werklui te vinden. Het lukt hem met allerlei extra leningen en dag en nacht doorwerken zijn schip weer zeewaardig te krijgen. Er verblijven vrienden aan boord en er komen voldoende verhuringen binnen. Hij trouwt met zijn vriendin Nancy, maar je voelt al aan dat het geluk niet lang zal aanhouden. Hij steekt de oceaan over en het gaat weer mis. Het hele schip vergaat en het is een wonder dat hij en Nancy op tijd worden gered.

 

Je denkt dat dit het definitieve einde is van zijn droom, maar op de laatste pagina’s van dit geweldige boek vertelt Vann dat hij een paar jaar later opnieuw is begonnen met een eigen schip, en nu met meer succes. Het is duidelijk dat zijn obsessie door eerdere tegenslagen niet is gedoofd. Obsessief is wel het goede woord om zijn werk te beschrijven, zowel het werk aan het schip als het verslag erover. Hij beschrijft iedere tegenslag en reparatie tot in de kleinste details, ook als een probleem zich keer op keer voordoet: ‘I sometimes felt like Oepidus, running and running and escaping nothing.’ Deze manier van schrijven en de obsessieve manier waarop zijn personages handelen doet sterk denken aan de romans Caribou Island, Dirt en Bright Air Black. Een andere overeenkomst is dat de gebeurtenissen zich vaak in kleine ruimtes afspelen, in het geval van A mile down aan boord van een schip.:’ One thing about being at sea is that you don’t really get to stop. You can never say, “Okay, to hell with this, I’ve had enough, I’m outta here.” Until you arrive in port, you’re stuck, and conditions can always worsen, the boat can always break in new ways, whether you’re prepared or not.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten