zondag 11 oktober 2026

Jeroen Dera – De Spagaat


Jeroen Dera is literatuurwetenschapper en schreef al veel over literatuuronderwijs. In De spagaat heeft hij het onderzoek naar de leescultuur van jongeren samengebracht. Aan veel van dit onderzoek heeft hij zelf meegewerkt en aan alles lees je dat hij goed thuis is in het onderwerp. De doelgroep is soms lastig te onderzoeken en ook daarom formuleert hij vaak voorzichtig en onderbouwt hij zijn beweringen met cijfers. Naast dat het een wetenschappelijk gedegen verhaal is over leescultuur van jongeren is De spagaat ook toegankelijk en prettig geschreven. Het is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in jonge lezers in tijden van ontlezing.

De spagaat uit de titel slaat op een aantal tegenstellingen: bijvoorbeeld tussen de wens van jongeren om te lezen en de dagelijkse praktijk met tal van afleidingen, maar ook tussen de leescultuur bij jongeren zelf en de leespraktijken in het klaslokaal. Door deze meerduidigheid ontstaan er vaak vooroordelen over jongeren en lezen, omdat er maar één kant wordt uitgelicht. Zo wordt in het recente PISA-onderzoek alweer vastgesteld dat jongeren in Nederland minder lezen en minder leesvaardig zijn. Dit zegt echter weinig over de interesse bij jongeren om te lezen. Deze is namelijk vrij hoog, alleen kunnen veel jongeren er de tijd niet voor vrijmaken. Dera onderscheidt drie groepen: de lezers die ook voor hun plezier in hun vrije tijd lezen, de niet-lezers die nooit zelf een boek zullen oppakken en de tussengroep die wel interesse heeft, maar er niet aan toekomt. Uit veel onderzoek en een aantal experimenten blijkt dat deze groep zeker te bereiken is met een gericht leesaanbod. Zo heeft lezen in de klas bij veel jongeren een positief effect en vinden de meeste jongeren het ook leuk.

Het punt dat Dera maakt is dat de niet-lezer vaak het debat domineert. Hij laat zien dat de meeste leerlingen zich achter de argumenten voor lezen scharen. Leuk is dat hij cijfers verrassend tegen elkaar afzet. Er zijn 200.000 vijftienjarigen in Nederland, waarvan 106.00 nooit een boek lezen, maar 94.000 dus wel. 18 procent van de vijftienjarige beschouwt lezen als een hobby, dat is meer dan het aantal vijftienjarigen dat voetbalt (17%). Het aantal lezende jongeren wordt in media consequent afgezet tegenover het aantal niet-lezende jongeren. En als er een jonger lezer op televisie verschijnt wordt dit als een bijzonderheid gepresenteerd. Met voetballen gebeurt dat nooit. ‘De eerste reportage die begint met ‘Ze zijn er. Kinderen die op een voetbalclub zitten’ moet nog geschreven worden.’

Dera haalt in zijn boek meer misverstanden onderuit. Zo is er een boekenlijst waaruit leerlingen kunnen kiezen, maar veel boeken die er niet op staat mogen zij ook lezen. Zij zijn bijzonder vrij om te lezen wat zij willen, zeker in vergelijking met andere Europese landen. Hij ergert zich dan ook aan mensen die in de media roepen dat de boekenlijst verouderd is en zelf vervolgens met titels aan komen zetten die niet echt vernieuwend zijn en bovendien al wel veel gelezen worden. Christiaan Weijts schreef in 2016 een column waarin hij zich fel keerde tegen de literaire canon en een aantal alternatieven noemde, waaronder overigens geen enkele vrouwelijke auteur. De column raakte kant nog wal, omdat zo’n canon helemaal niet bestaat. Dera zette zelf een onderzoek uit bij 45 scholen, kreeg als respons meer dan 15.000 titels, waaronder 1642 unieke titels. Gemiddeld las iedere leerling één unieke titel. Van een canon is hier dus geen sprake.

Dera laat zien dat in de lijst gelezen boeken mannelijke, witte auteurs nog wel de meerderheid vormen, maar dat dit ook wat aan het verschuiven is. Het beeld van een schrijver als witte man is misschien nog sterker aanwezig bij docenten dan bij jongeren. Uit een proef met een tekst uit een bekend boek bleek dat de leraren culturele vooroordelen minder vaak herkenden dan de jonge lezers. 

Een belangrijke trend onder jonge lezers is dat zij liever Engelse boeken lezen. De verklaring hiervoor is niet eenduidig. Als jongeren bevraagd worden over hun afkeer van Nederlandstalige boeken dan noemen ze vaak dat de seks en de vieze, smoezelige sfeer hen tegenstaat. Ze vinden het cringe, Maar er is geen enkel bewijs dat Nederlandstalige en Engelstalige boeken hierin verschillen. Dera werpt op dat deze scènes in het Nederlands misschien meer binnenkomen dan in het Engels, omdat veel jongeren de Engelse taal toch minder goed beheersen, zodat zij de Engelse ‘cringe’ minder goed aanvoelen.

In De Spagaat behandelt Jeroen Dera nog veel meer onderwerpen rond jonge lezers, zoals, booktokkers, pulpboeken, het inzetten van influencers, leesplezier, het herkennen van stereotyperingen, de woordenschat van jongeren en ChatGPT. Hij haalt vaak onderzoek aan, beweert zelden zomaar iets en weet zijn enthousiasme over het onderwerp op de lezer over te brengen. Ik las het boek met heel veel plezier en heb het al aan diverse collega-bibliothecarissen aangeraden. Eén punt van kritiek tot slot: de rol van de bibliotheek komt in zijn boek geheel niet aan bod. Dat vind ik jammer, maar misschien bewaart hij dit voor een volgend boek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten