woensdag 5 augustus 2026

Malgorzata Lebda – Onstilbaar

Małgorzata Lebda is een Poolse dichter, fotograaf en wetenschapper. Zij schreef een proefschrift over de taal van het beeld en de rol van poëtica bij de interpretatie van fotografie. Łakome is haar debuutroman uit 2023, waarvan in 2026 de Nederlandse vertaling van Charlotte Pothuizen verscheen. De roman speelt in het dorpje Maj, waar twee vrouwen intrekken bij de zieke grootmoeder Róza. De taal van Lebda is poëtisch, maar niet abstract. Ze beschrijft de microkosmos van het huis en het dorp aan de hand van concrete gebeurtenissen en herinneringen. In het verhaal wemelt het van de dieren.

De grootvader leeft min of meer gescheiden van de grootmoeder in een ander deel van het huis. Róza houdt van dieren en zal zelfs geen vlieg doden in haar kamer. Opa is juist bezig om in zijn deel van het huis mieren en andere wezens die hij beschouwt als ongedierte te verdelgen. Wanneer opa op een dag weg is, leidt oma de mieren met een spoor van honing naar haar kamer, waar zij veilig zijn. Het huis staat dicht bij een slachterij. Als kind hoorde de kleindochter, vanwaaruit het hele verhaal wordt verteld, ’s nachts de koeien loeien en zag zij lampen van de vrachtwagens, die varkens vervoerden, haar slaapkamerraam binnen schijnen. 

Hoewel Lebda precies formuleert blijft veel onduidelijk in het verhaal. De vertelstem heeft het vaak over we, maar over de tweede vrouw, die Ann heet, kom je praktisch niets te weten. Ik vermoed dat het een zus is, maar een nicht of een vriendin kan zij ook zijn. De grootvader en grootmoeder komen daarentegen wel tot leven door haar beeldende manier observeren en vertellen. 

Opa is bezig het huis te renoveren. De keukenvloer gaat open en daar komen allerlei dode dieren en verloren voorwerpen uit tevoorschijn. Hij laat centrale verwarming aanleggen omdat oma het koud heeft. Het is een enorme karwei en het is zijn manier om zijn liefde te laten zien. Ook geeft hij haar vers vlees, als het maar niet herkenbaar van een dier is. Zij leven eigenlijk in aparte werelden, waarbij Róza zich steeds verder terugtrekt. Zij komt haar kamer niet meer uit en later lukt het haar nauwelijks de hond te aaien.

Hoe zieker Róza wordt, hoe zieker ook het huis lijkt te worden. ‘Het lichaam van het huis lijkt op het lichaam van een zieke. De honger van de muren is ’s winters onverdraaglijk. De honger van het huis komt door de kou. In het huis moet lang voor zonsopgang gestookt worden. Opa begint vroeg met het voeden met vuur. Anders zijn de botten van het huis koud. Die kun je beter helemaal niet laten afkoelen.’ Niet alleen zijn oma en het huis ziek, in het dorp gaat het ook mis. De slachterij is sowieso al een helse plek. De bomen in de boomgaard, waar de koeien staan te wachten op hun dood, staan er troosteloos bij. Maar op een gegeven moment begint de bodem te scheuren. Er wordt ter reparatie beton gestort, maar dat kan het verval niet helemaal tegenhouden.

Onstilbaar is een afgerond verhaal, maar je kunt de losse scènes bijna als gedichten lezen. Tot slot een citaat om iets van haar stijl te laten zien: 

Ik stap in bad en dompel mijn lichaam onder in water. 

De klink helt naar de vloer. Ann doet de deur open. Ze klopt niet. Sinds oma ziek is, wordt er in dit huis niet geklopt. 

De ziekte heeft alle deuren geopend. 

Overal kun je binnenlopen, er is hier geen ruimte voor privacy, dat kunnen we ons hier niet veroorloven. 

Alles is hier open en bloot. 

Alles aanschouwt hier alles. 

Alles kijkt naar alles. 

Alles is gemeenschappelijke geworden. 

Hier ruikt het naar bos, zegt Ann.

Ja, knik ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten