donderdag 30 april 2026

Tony Vanderheyden & Marc Buelens – Nooit meer zeker

Je hoeft de televisie maar aan te zetten, of de (digitale) krant open te slaan of je hoort dat we in onzekere tijden leven. Tegelijkertijd zijn we in vergelijking met een paar decennia geleden gelukkiger, gezonder en welvarender dan ooit. Het gevoel van onzekerheid is denk ik vooral toegenomen, niet de onzekerheid zelf. De media zullen hier absoluut invloed op hebben gehad, maar hoe deze invloed werkt, is moeilijk exact vast te stellen. Nooit meer zeker sluit naadloos aan op dit gevoel van onzekerheid. Tony Vanderheyden en Marc Buelens behandelen het onderwerp in de volle breedte, zonder dat zij te veel de filosofische diepte in gaan. Het boek is vooral te lezen als een inleiding op het onderwerp.

Nooit meer zeker is handig opgebouwd en bevat acht hoofdstukken die telkens een deel van het onderwerp verkennen en steeds een stapje verder gaan. Zo meanderen ze langs diverse emoties, het verlangen naar controle, de werking van ons brein om te eindigen bij een lofzang op nieuwsgierigheid. Ze behandelen in kort bestek tal van onderwerpen, zoals mediagebruik, spel, wetenschap, kunst, literatuur, voeding en meer. Hierbij geven ze vele voorbeelden en werpen zij tal van vragen op. De opsommingen van verwante, dan weer  minder verwante zaken roepen bij mij soms weer meer vragen op, bijvoorbeeld over de begrenzing van hun onderwerp. 

De auteurs stellen onzekerheid voor als een zeer breed begrip, waarbij zij cognitieve onzekerheid onderscheiden van emotionele onzekerheid; tegelijkertijd gaan beide onzekerheden hand in hand. In hun behandeling omvat onzekerheid ook tegenslag, avontuur en twijfel. Het kan zowel iets positiefs als iets negatiefs betekenen. Een spannende reis beginnen of een nieuw recept uittesten geeft een gevoel van onzekerheid, wachten op de uitslag van een scan in het ziekenhuis ook. Maar de eerste is van een hele andere orde dan de tweede. Zij hebben de neiging voorbij te gaan aan deze grote verschillen. 

Daar staat tegenover dat zij angst juist los zien van onzekerheid. Angst is in hun ogen één van de twee polen: een uitkomst van onzeker afwachten kan namelijk positief of negatief zijn. Als voorbeelden noemen zij het verlies van een dierbare, de geboorte van een kind of het slagen voor een examen. In deze redenering zou niet slagen voor een examen, wanneer je dus zekerheid hebt, angst veroorzaken. Ik zou dat eerder teleurstelling noemen. Juist onzekerheid, vooral over grote emotionele gebeurtenissen, leidt tot veel angst. Mensen in oorlogsgebieden leven in grote onzekerheid over hun toekomst wanneer hun land keer op keer wordt gebombardeerd; dit zit dicht tegen doodsangst aan. Deze onduidelijke begripsbepaling wordt later hier en daar opgehelderd, maar de lezer blijft met onzekerheden zitten. 

De auteurs stellen dat onzekerheid meer behelst dan niet-weten, dit gaat namelijk meestal over cognitieve onzekerheid, maar onzekerheid over spreken in het openbaar of je uiterlijk is veel meer dan niet-weten. Het is een persoonlijk gevoel van onzekerheid, een diepe emotie. Omdat we graag van deze onzekerheden af willen, hebben we de neiging ons juist vast te klampen aan zekerheden. De auteurs verwijzen hier naar de mooie uitdrukking ‘de illusie van controle’. Het gaat hierbij om onschuldig bijgeloof, zoals rituelen die sporters volgen voor aanvang van een wedstrijd, maar het kan ook gaan om het geloof in geneeskrachtige middelen die een ongeneeslijke zieke zouden kunnen helpen. We lijken in tijden van nood en onzekerheid naar iedere strohalm te willen grijpen. Godsdienst is hier de ultieme bieder van ‘de illusie van controle’.

Een ander leuk onderwerp hangt samen met het begrip ‘vloeibare tijden’. Volgens Zygmunt Baumann zijn we van ‘een vaste moderne samenleving, waarin identiteiten en instellingen relatief stabiel waren’ naar een vloeibare samenleving gegaan, ‘waarin alles voortdurend verandert en niets blijvend is.’ Als individu ben je nu veel meer op jezelf aangewezen, wat onrust en onzekerheid geeft. Het verband met de opkomst van het populisme ligt hier voor de hand. Sterke leiders beloven ons zekerheid; ook hier hebben we vooral te maken met de illusie van controle en zekerheid. De auteurs vergelijken onze onzekere tijd vaker met het verleden, waarbij denk ik de jaren vijftig worden bedoeld. Hoewel we het gevoel hebben dat er nu veel aan de hand is in de wereld, denk ik niet dat deze tijd uniek is. Verandering en onzekerheid zijn van alle tijden. Later in het boek wordt dit ook beaamd.

Interessant is de relatie tussen spel en zekerheid/onzekerheid. Er zijn parallellen te trekken tussen een spel spelen en het ‘echte leven’ leiden en terecht wordt hier Johan Huizinga genoemd die in zijn boek Homo Ludens het spelelement in de cultuur onderzocht en hier een grote rol aan toekende. Uiteindelijk is omgaan met onzekerheden in een spelomgeving een goede leerschool om in het leven om te gaan met onzekerheden. Misschien raken we erdoor gehard. Je kunt ook zeggen dat het spel binnen een begrensde wereld met vaste regels, juist zekerheid biedt tegenover de boze buitenwereld vol onzekerheden.

In het zesde hoofdstuk gaan de schrijvers in op de werking van ons brein als voorspellingsmachine. Onbewust zoeken we altijd naar patronen en we handelen hier onbewust naar. Bij een afwijking in een patroon krijgen we een signaal: onze voorspelling klopt niet. Zij noemen dit de kern van onze onzekerheid. In feite is dit een aangeboren eigenschap, die in onze tijd versterkt wordt doordat er veel verandert in de samenleving. Aan het eind van het boek wordt gekeken hoe we het beste kunnen omgaan met deze chronische onzekerheid. 

Hoewel in het voorwoord wordt gesteld dat dit boek geen stappenplan voor gemoedsrust biedt, worden er aan het eind toch twee adviezen verstrekt. Ten eerste wordt opgeroepen om vooral nieuwsgierig te blijven, de afwijkingen van een patroon te onderzoeken, eventueel te omarmen. Dit is het middel tegen stereotypering. Tot slot gaat het om bezinning, het loslaten. Je laten verrassen en het nieuwe aangaan is ook iets positiefs en het vasthouden aan zekerheden kan juist beklemmend werken. ‘Misschien is het leven mét zekerheden wel moeilijker dan leven in onzekerheid.’ De oproep is om ons niet te veel op die zekerheden te richten, het leven is nu eenmaal altijd in beweging. De auteurs besluiten hun betoog met: ‘Gelukkig zijn er ook nog onzekerheden.’

Nooit meer zeker biedt wat Vanderheyden en Buelens beloven, een verkenningstocht hoe we omgaan met onzekerheden. Met een veelheid aan invalshoeken en vraagstellingen maken zij dit onderwerp aantrekkelijk voor een breed publiek. Mijn kritiek betreft vooral de definitie en begrenzing van hun onderwerp, waarbij gezegd moet worden dat zij sommige onduidelijkheden later weer weten op te lossen, maar een extra redactieslag had zeker geholpen. Het veelvuldig opwerpen van vragen is een stijlfiguur die eraan bijdraagt je eigen gedachten te vormen bij dit onderwerp. Daarmee is het boek zeer geschikt om te gebruiken in een leesclub of als uitgangspunt voor een discussiebijeenkomst.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten